
GBWP stuurt brief naar college over aanpassingen in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Door: Sanne Brusselaars AlgemeenBERGEN OP ZOOM - GBWP roept op tot heldere communicatie en overgangsregeling voor nieuwe tarieven in WMO-aanpassingen. Het vaste tarief voor huishoudelijke hulp heeft geleid tot een stijging van het aantal aanvragers, met name in de hogere-inkomensgroep, waardoor de toegankelijkheid van WMO-voorzieningen onder druk staat. Het kabinet wil daarom toe naar een eerlijkere eigen bijdrage. GBWP pleit voor een billijke stapsgewijze invoering en extra middelen voor WMO-voorzieningen. De partij benadrukt echter dat er nog veel onzekerheden zijn rondom de aanpassingen en dat heldere communicatie naar betrokken partijen van belang is.
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) ondergaat vanaf 1 januari 2025 enkele aanpassingen om de houdbaarheid van de wet te verbeteren. Het vaste tarief voor huishoudelijke hulp heeft namelijk geleid tot een forse groei van het aantal aanvragers, met name in de hogere-inkomensgroep. Dit heeft de toegankelijkheid van WMO-voorzieningen onder druk gezet. Het kabinet wil daarom toe naar een eerlijkere eigen bijdrage.
Voor de meeste huishoudens met een laag inkomen en een deel met een middeninkomen betekent de invoering van een passende eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp dat zij gewoon 19 euro per maand blijven betalen. Bij huishoudens met een inkomen boven 185% van het sociaal minimum zal de bijdrage geleidelijk stijgen naar mate het inkomen hoger wordt. De bijdrage wordt echter niet hoger dan 255 euro per maand.
Om de aanpassingen in de regelgeving tijdig bij de huidige gebruikers bekend te maken, zal er mogelijk voor bestaande gebruikers een overgangsregeling komen. Een billijke stapsgewijze werkwijze zou kunnen zijn om de nieuwe tarieven over meerdere jaren geleidelijk in te voeren.
Er worden ook extra middelen beschikbaar gesteld voor WMO-voorzieningen. Gemeenten krijgen vanaf 2025 110 miljoen extra om onder meer aanpassingen in huis, een traplift of dagbesteding voor ouderen te kunnen realiseren. Verder zal er worden gewerkt aan een betere toerusting van professionals in de toegang, om lange wachtlijsten in het aantal WMO-aanvragen te voorkomen.
De invoering van een deels inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan leiden tot meer stapelingen in zorgkosten en daarmee mogelijk meer administratieve rompslomp. Ook de krapte op de arbeidsmarkt in deze branche is momenteel groot. Het is daarom nog onduidelijk of het deels weer inkomensafhankelijk maken van huishoudelijke hulp zal leiden tot minder aanvragen en een afname van de aanzuigende werking op de arbeidsmarkt.
Op dit moment is er nog weinig bekend over de wachtlijsten voor huishoudelijke hulp en de verhouding tussen de 120% en 185% inkomensgroepen. Wel is bekend dat mensen met een inkomen van 185% van het minimuminkomen voorheen geen toegang hadden tot huishoudelijke hulp via de WMO, maar nu wel een maximumbedrag van 255 euro per maand betalen. Het is nog onduidelijk of deze groep naar elders zal gaan en wat dit betekent voor de aanvragen voor huishoudelijke hulp.
Al met al zijn er nog veel vragen en onzekerheden rondom de aanpassingen in de WMO. Het is daarom van belang dat er tijdig en helder gecommuniceerd wordt naar de betrokken partijen, zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op de veranderingen




