
Aan de keukentafel met Jacques Boonman: ‘Als baby heb ik nog in de koeienbak gelegen’
Door: Britta Janssen AlgemeenRILLAND - Veertig jaar lang was Jacques Boonman het gezicht van Podium Reimerswaal. Dit heeft hem zoveel anekdotes opgeleverd dat hij nu makkelijk zelf een avond het publiek kan vermaken. Geridderd voor zijn verdiensten voor de kunst en cultuur draagt de inmiddels tachtigjarige Rillander zijn podium over aan Hans Puik. Aan de keukentafel blikt hij terug. “Ik geef mijn leven een dikke acht. Ik heb het hartstikke naar mijn zin en het gaat goed met mijn kinderen en kleinkinderen.”
Jacques, waar stond je wieg?
“Ik ben op 5 december 1944 geboren in Rilland. Mijn ouders hadden een boerderij aan de Hoofdweg. Ik heb nog in de koeienbak gelegen. Ons huis was gevorderd door Duitse officieren en we woonden met het gezin in de schuur, samen met andere dorpelingen die daar schuilden.”
Hoe was je jeugd?
“Schitterend, want van mijn moeder mocht alles. Maar een jaar na de Watersnoodramp overleed mijn vader. Hij was pas 43. Mijn moeder bleef achter met negen kinderen en zette de boerderij voort. Ze was een sterke vrouw. Gastvrij, zorgzaam en bourgondisch. Wij kinderen bouwden hutten en mochten feestjes geven. Iedereen was welkom en vriendjes en vriendinnetjes bleven vaak eten of slapen. Als we op het land hielpen, gingen we met schafttijd even zwemmen in de Schelde en dan weer verder.”
Wilde jij geen boer worden?
“Nee. Mijn oudste broer nam uiteindelijk de boerderij over. Ik had geen idee wat ik wilde worden en ging naar school voor de gezelligheid. Hiërarchie, de uitspraak ‘omdat ik het zeg’, daar ben ik niet zo goed mee. Op mijn 21e slaagde ik voor de hbs (hogereburgerschool; vroegere opleiding vergelijkbaar met de havo, redactie). Het was niet dat ik niet kon leren, maar ik hield meer van feestjes en andere activiteiten organiseren. Ik was bijvoorbeeld klassenvertegenwoordiger en zat in de studentenvereniging.”
Dat zat er dus al vroeg in, maar het duurde nog even voordat je hiervan je werk maakte?
“Ja. Na mijn diensttijd, die maar vier maanden duurde, omdat ik werd afgekeurd, vertrok ik naar familie in Canada. Daar ben ik een halfjaar boodschappenbezorger geweest. Dat vond ik geweldig door de contacten met mensen, zoals ouderen, maar ook indianenfamilies.”
Terug in Nederland ging je weer naar school?
“Ja, naar de nieuwe opleiding voor toerisme en recreatie in Breda. Dat bleek een goede keuze, want hier groeide mijn interesse in organiseren. Voor de verkiezingen voor de studentenvereniging regelde ik gratis een touringcar en deelde zure mosselen uit Yerseke uit. Je moet toch een beetje stunten?”
Hoe begon je carrière?
“In de recreatiesector, bij de Recron. Ik vloog heel Nederland door om de belangen te behartigen voor campings en recreatieparken. Ik had altijd gezegd dat ik van mijn eerste salaris een feest zou geven in het dorpshuis in Rilland en dat heb ik gedaan. Helemaal gek van wielrennen had ik onder meer Jo de Roo uitgenodigd en hij kwam ook.”
“Het was hartstikke leuk werk bij de Recron, maar ik kreeg al snel ruzie met de directie en ben daardoor weggegaan. Ik werd cliëntadviseur bij een bank in Goes, totdat het er daar steeds commerciëler aan toe ging en ik vijf gulden moest gaan vragen voor simpele dingen. Dat vond ik zo’n onzin, dat ging ik niet doen.”
Je volgende baan was bij de gemeente Reimerswaal?
“Daar werd ik ambtenaar bevolkingscontacten. Ik moest bijvoorbeeld inspraakavonden organiseren en verenigingen ondersteunen bij het aanvragen van subsidies. Maar de gemeentelijke bureaucratie frustreerde me. Er kwamen steeds minder inwoners naar inspraakavonden en dat kwam in mijn ogen doordat de gemeente te weinig deed met hun suggesties. Mijn werk voor de cultuursector vond ik het mooiste. De gemeente stapte uit het provinciaal samenwerkingsverband Uit in Zeeland en we mochten toen onze eigen werkgroep Kulturele Evenementen oprichten. Dat gaf me de vrijheid om cabaret en muziek naar Zeeland te halen. Ik bezocht veel try-outs in Amsterdam en boekte artiesten in een vroeg stadium, zoals Hans Teeuwen.”
Je hebt vast veel leuke anekdotes uit die tijd?
“Een van mijn meest bijzondere boekingen was Hans Dorrestijn. Ik ontmoette hem in het Amsterdamse café de Smoeshaan, na een voorstelling. De dochter van een vriendin was mee, omdat zij gek was van cabaret. Ik zei tegen Hans dat ik hem graag naar Zeeland wilde halen, maar hem nooit kon betalen. Hij vroeg iets van 5000 gulden. Ik wist wel dat hij een vogelaar was en ik bood hem duizend gulden, een mosselmaaltijd, krat bier en dagje vogels kijken aan. ‘Bel me maar’, zei Hans. Toen ik dat later deed, zei hij dat hij me niet kende. Ik vertelde wanneer we elkaar hadden gezien en opeens herinnerde Hans zich wel de dochter van mijn vriendin, want zij was lang en blond, haha. Schitterend. Hans zei dat ik via zijn impresariaat een datum kon regelen. Ik kreeg uiteindelijk een contract met daarin de met Hans afgesproken duizend gulden, een mosselmaaltijd, krat bier en vogels kijken. Dit hadden ze bij het impresariaat nog nooit meegemaakt. ‘Zo doen wij dat in Zeeland’, zei ik.” Dorrestijn kwam optreden en deze afspraken zijn nog vaak de revue gepasseerd.
Niet veel later richtte je Podium Reimerswaal op?
“Van een paar voorstellingen bouwden we uit naar veertig optredens per jaar. Ik wilde hier graag zelfstandig mee verder en stopte bij de gemeente. Dat was mijn beste beslissing ooit. Ik kreeg een budget mee en heb stichting Podium Reimerswaal opgezet. De Prins van Oranje in Goes (voormalige schouwburg, voorloper van theater De Mythe, redactie) stond leeg en daar ben ik nog een paar jaar programmeur geweest.”
Je haalde grote namen binnen met je persoonlijke aanpak en gastvrijheid en had een neus voor nieuw talent, dat je een springplank bood. Podium Reimerswaal was een succes, maar volgens jou was dat niet te danken aan de subsidies…
“De relatie met de gemeente is steeds moeizaam geweest. In 2014 besloot de gemeente opeens dat we geen subsidie meer zouden krijgen en we moesten als een gek extra sponsoren vinden. Bij een spontaan ontstane benefietavond voor Podium Reimerswaal in 2016 traden onder meer Claudia de Breij, Stef Bos, Bløf en Hans Dorrestijn op en dat leverde 35.000 euro op. Geweldig!”
Hoe voelt het om het stokje over te dragen?
“Het was even wennen, maar ik heb er geen moeite meer mee. Ik ben blij dat Hans het overneemt. Voor de financiering kan hij zijn borst nat maken, maar Hans is enthousiast en heeft veel contacten. We draaien dit seizoen nog samen en daarna laat ik het los, al blijf ik wel betrokken op de achtergrond. Ik ga meer tijd maken voor bijvoorbeeld tuinieren, wandelen en klussen. Bezig zijn houd je jong. Maar ik kom niet meer voor 8.30 uur uit mijn bed.”
En dan de vraag waarmee we deze rubriek altijd afsluiten: met wie zou jij zelf aan de keukentafel willen zitten?
“Door de jaren heen heb ik zoveel bijzondere mensen ontmoet en prachtige gesprekken gevoerd. Artiesten zoals Alex Roeka, Stef Bos, Willem Vermandere en Daniël Lohues zijn ware filosofen. Hun teksten raken je in het hart en zetten je aan het denken. Met hen zou ik graag een avondje over het leven praten.”
PASPOORT:
Naam: Jacques Boonman
Leeftijd: 80 jaar
Woonplaats: Rilland
Bekend van: Podium Reimerswaal
Functie: Na veertig jaar is hij sinds 1 september oud-directeur van Podium Reimerswaal
Hobby’s: Tuinieren, wielrennen kijken, klussen




