
Rubriek Goes Gezien: Twee emmertjes water halen bij de putti
Door: Arend van der Wel AlgemeenWaar in Goes staat dit beeld? Vooruit, laat de titel u maar een hint geven als het moeilijk is. Natuurlijk! Het is de top van de vijf meter hoge oude waterpomp die tussen het geparkeerde blik op de Beestenmarkt staat. De pompeuze pomp is in 1774 gemaakt door ene A. Vervoort. De eerste standplaats was de Grote Markt; qua stijl sloot de pomp goed aan bij het Stadhuis. In 1853 verhuisde de pomp naar de huidige Beestenmarkt, omdat de oude pomp daar was versleten. Op de Grote Markt kwam daarna als versiering en/of ruimtebreker een grote gietijzeren ‘candelabre’ te staan om te vieren dat Goes aan het gas was. Die verdween weer stilletjes aan het begin van de 20e eeuw om opgevolgd te worden door een muziektent, die de jaren ’50 heeft gehaald. Maar dit terzijde, het draait nu om de pomp en de putti.
Putti? Jawel, één putto, drie putti. Zo heten in de kunstgeschiedenis de mollige, zo goed als blote jongetjes die vooral in de Italiaanse renaissance en barok naar hartenlust werden afgebeeld. Vaak zijn het engeltjes, voorzien van vleugels, maar hier in Goes zijn het aardse jochies. Op de foto zijn twee van de drie putti zichtbaar en op de voorgrond, niet goed herkenbaar, dartelt ook nog een dolfijn mee. De linkse putto draagt een soort emmer met landbouwproducten. Hij is zijn neusje wat kwijtgeraakt. Zelfs deze knaapjes slijten als ze tweeënhalve eeuw aan weer en wind worden blootgesteld.
Een tweede vraag. Er staan nóg twee oude waterpompen in Goes, op plekken waar iedereen ze kan zien. Maar waar? De mooiste van die twee staat op de stoep waar de Ossenhoofdstraat en de ‘s-Heer Hendrikskinderenstraat op elkaar uitkomen, vlakbij de stadshaven. Fiets er een keer langs, want deze pomp, ook van hardsteen en 18e-eeuws, is mooi in zijn eenvoud en representatiever voor de historische waterhaalcultuur dan onze pomp op de Beestenmarkt. Dat geldt ook voor de wat kleinere in de Manhuistuin, dus bij de tegenwoordige muziektent.
Er waren ooit meer pompen dan deze drie voor algemeen gebruik in Goes. Daar haalden de mensen hun twee emmertjes water, de meisjes op klompen en de jongens met hun houten been (?). Men haalde ook wel drinkwater uit eigen waterputten of wellen. De waterkwaliteit was overal dubieus. En dat speelde een rol bij de cholera-uitbraken die Goes vanaf 1832 troffen. De watertoren en waterleiding brachten vanaf 1911 verbetering van de volksgezondheid. Het eerste leidingwater kwam uit de grond van de Brabantse Wal. Zo is het allemaal toch goed gekomen. Hoewel? In die tijd was het gemiddeld waterverbruik per persoon per dag iets van twintig liter. Derde en laatste vraag: hoeveel is dat nu? Honderddertig liter! Maar dit was eind 20e eeuw meer; ons watergebruik daalt. Net als het grondwaterpeil in al die tijd.




