
Na decennia lange zoektocht vindt wielererfgoed plek in Etten-Leur
Door: Yvonne Vermeulen AlgemeenETTEN-LEUR - Na ruim veertig jaar vasthoudend lobbyen en talloze vergeefse pogingen in plaatsen als Rucphen en Hoogerheide, gaat de langgekoesterde wens van oud-wielrenner Rini Wagtmans in vervulling: een nationaal wielermuseum komt in het oude raadhuis van Etten-Leur. “Eindelijk krijg ik het gevoel dat het nu écht gaat gebeuren,” aldus Wagtmans.
Het oude raadhuis en bestuur- en vergadercentrum aan de Markt is verkocht door de gemeente Etten-Leur aan De Nijs Onroerend Goed B.V. uit Hoogerheide. De nieuwe eigenaar zal het grondig renoveren en herbestemmen, met onder meer ruimte voor het wielermuseum. Volgens de plannen komt er op de eerste verdieping circa 300 tot 400 vierkante meter beschikbaar voor tentoonstellingen, aangevuld met kantoren, themakamers en opslagruimte.
“Het was in 1986 dat ik mijn eerste brief schreef aan de gemeente Rucphen,” vertelt Rini Wagtmans. “Sindsdien zijn er stapels tekeningen en plannen de revue gepasseerd, van Valkenburg tot Eindhoven.” De laatste jaren lag de focus op een nieuwbouwlocatie in Hoogerheide, de laatste mails daarover zijn dit jaar nog verstuurd, laat Wagtmans zien. Tot hij een telefoontje kreeg van De Nijs, over de locatie in Etten-Leur. Hoewel de gemeenteraad vorige week nog enkele wensen en bedenkingen had, vooral over het bedrag van 500.000 euro dat De Nijs geboden heeft, is het bod nu goedgekeurd.
De collectie die in het museum tentoongesteld zal worden, is grotendeels opgebouwd uit het levenswerk van Wagtmans zelf. “Ik verzamel al sinds mijn zevende. Het begon met oude Tour-krantjes die weggemoffeld lagen onder een werkbank. Later kwamen er duizenden truien, foto’s en memorabilia bij.” Inmiddels zijn ook particuliere verzamelaars uit het hele land betrokken. Een speciaal ingestelde commissie zal beoordelen welke stukken museaal geschikt zijn. Wagtmans liet noodgedwongen al duizenden niet-rechtenvrije foto’s liet versnipperen omdat ze niet gebruikt kunnen worden in het museum.
De dagelijkse leiding van het toekomstige Nationaal Wielermuseum komt in handen van museumexpert Iveta Stanislavová, die eerder musea in Den Bosch en Breda opzette. Zij zal het traject begeleiden om tot een officieel erkend museum te komen, inclusief museale inschrijving en educatief programma. “We gaan niet zomaar vitrines neerzetten,” aldus Wagtmans. “Beleving en verhaal staan centraal. Bezoekers moeten ruiken, voelen, zien hoe het wielrennen zich door de decennia heeft ontwikkeld.”
Een ander speerpunt in de opzet is samenwerking. “Je kunt dit soort dingen niet alleen doen,” zegt Wagtmans. Zo zijn partijen als erfgoedkenner Jurrit van der Vooren, het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid en de KNWU inmiddels aangehaakt. Het museum belooft laagdrempelig te worden, met thematische weken en interactieve elementen. Tijdens grote evenementen als de Tour de France laten exposities bezoekers kennismaken met de geschiedenis van Nederlandse renners in het geel. De vaste collectie wordt regelmatig uitgebreid en aangepast. “Ons doel is om steeds opnieuw te verrassen,” legt Wagtmans uit. “Het wielrennen kent talloze verhalen.”
De financiering van het museum is voorlopig voor vijf jaar gewaarborgd. Een sponsor wordt nog gezocht, het museum krijgt mogelijk een naamgever, zoals ook bij andere musea in Nederland gebruikelijk is. “Maar het blijft altijd het Nationaal Wielermuseum,” benadrukt Wagtmans.
De opening staat gepland voor juni 2026. Tot die tijd worden het pand en de expositieruimtes duurzaam verbouwd, met oog voor behoud van het authentieke karakter van het raadhuis. Wagtmans: “We kopen zelfs de meubels, zodat alles blijft zoals het was.”
Voor de voormalig Tour-renner is het geen persoonlijk prestigeproject, maar een cultureel geschenk. “Wielrennen is altijd verbindend geweest,” zegt hij. Voor Rini Wagtmans is het einddoel eindelijk in zicht: “Als God het belieft, ben ik er in juni 2026 bij als we de deuren openen. Want dit is meer dan een droom. Dit is erfgoed.”




