
‘Het kerkhof ligt er nu netjes bij, maar hoe gaat dat na ons?’
Door: Johan Wagenmakers AlgemeenOUDENBOSCH - De vrijwilligers Bart Ooijen (81), Rinus Mol (90) en Henk Koevoets (82) verrichten al jarenlang geheel belangeloos het onderhoud van de RK Begraafplaats aan de St. Bernaertsstraat. In september hebben ze vanuit de gemeente hiervoor een pluim ontvangen.
De monumentale RK Begraafplaats aan de St. Bernaertsstraat is een rustplek en opgenomen in de wandelroute ‘De 9 Wonderen van Oudenbosch’. Het is een begraafplaats met een groot aantal grafmonumenten en praalgraven passend bij het Rijke Roomse Leven. Op deze plaats stond ooit de Agathakerk, de middeleeuwse voorganger van de Basiliek. Op en rond een calvarieberg liggen voormalige geestelijken begraven, waaronder pastoor Hellemons de grondlegger van de Basiliek
Buiten
Bart, Rinus en Henk verrichten al jarenlang geheel belangeloos het onderhoud. Elke maandag-, dinsdag- en woensdagochtend is het drietal op de begraafplaats te vinden. Voor deze bijzondere en zeer gewaardeerde prestatie hebben ze vanuit de gemeente in september een pluim ontvangen. Tussen het schoffelen door hebben ze even tijd om onder het genot van een bakje koffie hun verhaal te doen. “Ik kom uit de bouw en wilde gewoon wat te doen te hebben”, vertelt Bart die al 25 jaar de schop, schrepel, snoeitang en bezem hanteert om het kerkhof netjes te houden. “Begin jaren negentig is mijn schoonmoeder overleden en kwam ik voor het eerst hier. Ik vond het wel interessant; het is lekker buiten en anders zit ik toch maar de hele dag bij mijn vogeltjes. Eerst waren we met een man of zes, maar ondertussen zijn er al een aantal overleden.” Rinus heeft bij de gemeente 15 jaar in het groenonderhoud gewerkt en werd 20 jaar geleden gevraagd om te komen helpen. “Ze waren hier bezig en ik ben eens gaan kijken en altijd gebleven. Ik zit maar alleen, je bent er eens uit en het is leuk.” Bart en Rinus trokken tot vijf jaar geleden samen op, totdat Henk zich op een dag meldde. “Ik heb een eigen tuinderij in ’t Oudland gehad, die door mijn zoon is overgenomen. Vijf jaar geleden heeft hij deze in Rusland voortgezet en had ik niets meer om handen. Nadat ik naar de kapper geweest was kwam ik het kerkhof opgelopen, en hoewel ik Rinus en Bart niet kende, werd ik enthousiast begroet en hadden ze er een mannetje bij”, vertelt hij lachend.
Eigen baas
Het drietal kan goed met elkaar opschieten. “Óp elkaar schieten ja, haha.” Er wordt veel gemopperd en nóg meer gelachen. “We hebben geen enkele baas en trekken ons eigen plan. Zodra ze de baas over ons beginnen te spelen, blijven we thuis”, klinkt het. Er wordt blad geruimd, onkruid gewied en de tuin wordt geknipt. Tussendoor is er tijd voor koffie en een lolletje. “Het kerkhof behoort bij de Basiliek, maar wij moeten vaak de beheerder achter de broek zitten in plaats van andersom. Je moet goed voor je mensen zijn, maar wij zien haast niemand hier.” Ze vinden dat wat meer waardering vanuit het kerkbestuur op zijn plaats zou zijn. “Wij werken hier en doen dat met elkaar en graag, maar een beetje meer aandacht en waardering zou weleens mogen”, menen ze. “Onze overbuurman Cor Koopmans ziet dat wel. Hij heeft zijn nek uitgestoken om het Christusbeeld aan de straatzijde, het hekwerk en poort op te knappen.” In 1922 is het Heilig Hartbeeld met geld van de parochianen geplaatst. “Honderd jaar later zag het er niet meer uit en niemand deed iets”, legt de aangeschoven Cor Koopmans uit. Dus kwam hijzelf maar in actie. Samen met de parochie, gemeente, buurtgenoten, vrijwilligers en zakelijke relaties is het religieus stukje erfgoed aan de Sint Bernaertsstraat geheel in ere hersteld. “Het is mijn voortuin en die moet er netjes bijliggen, vooral als hij door anderen onderhouden wordt”, lacht hij.
Vrijwilligers gevraagd
“Het kerkhof ligt er nu netjes bij, maar hoe gaat dat na ons?”, vraagt het drietal zich af. “Die mensen die hier liggen hebben hard voor ons gewerkt. Het minste wat je kunt doen is dan de graven onderhouden, toch?” Vrijwilligers zijn van harte welkom om dit goede werk voort te zetten. “Van werken ga je niet dood, tegenwoordig denken ze te veel”, merkt Bart tot slot op.




