
Diamanten huwelijk voor Bertus en Joke Suijkerbuijk
Door: Johan Wagenmakers AlgemeenOUDENBOSCH - Op 8 januari was het feest bij het echtpaar Bertus Suijkerbuijk (88) en Joke van Dorst (79). Zij vierden dat ze 60 jaar geleden met elkaar in het huwelijk getreden zijn. Locoburgemeester Patrick Schouw kwam namens de gemeente de hartelijke felicitaties aan het diamanten paar overbrengen.
“Kijk,” zegt de bruidegom, “daar aan de overkant zijn we door burgemeester Funk getrouwd.” Hij wijst vanuit het appartement aan het Saint Louisplein naar een gebouw waar nu het Zouavenmuseum in gehuisvest is, maar wat destijds dienst deed als gemeentehuis. “En verderop in de Basiliek zijn we door pastoor Kloeg met elkaar verbonden.” Het echtpaar woont al 17 jaar op deze plek waar het uitzicht over Oudenbosch prachtig is. “Het is hier prettig wonen en we willen hier niet meer weg.”
De Schuiven
Bertus is geboren en getogen in Oudenbosch en de jongste uit een gezin met vier kinderen. Joke is afkomstig uit Lepelstraat en de jongste uit een gezin met drie kinderen. “Op mijn zestiende zijn wij naar Oudenbosch gekomen. Mijn vader had een tuinderij in Lepelstraat en liet zich ompraten om café De Schuiven over te nemen. Daar heb ik jarenlang meegeholpen”, vertelt Joke. Bertus was vaste klant daar. “Ik gaf altijd veel fooi en kreeg op een dag haar erbij”, lacht hij. “Liefde moet groeien zeggen ze altijd en dat was bij ons ook”, vult Joke aan. Het echtpaar heeft een zoon en twee kleinkinderen. “Op onze trouwdag was het erg slecht weer. Het regende de gehele dag, pas om vijf uur konden we foto’s maken en dan ging dat ook nog niet zonder paraplu”, verzucht Joke. Na twee jaar in haar ouderlijk huis te hebben ingewoond vonden ze een eigen stekje in de Linnaeuslaan, waar ze 43 jaar gewoond hebben alvorens naar het Saint Louisplein te verhuizen.
Conciërge
Hoewel Bertus geen echte bouwvakker was, heeft hij jarenlang bij Bouwbedrijf van Agtmaal gewerkt. “Ik heb nog meegewerkt om al het koper van de Basiliek te kappen en daarbij wat op mijn vingers getikt zeg. Ook ben ik nog acht jaar conciërge op de Mariaschool geweest. Dat vond ik erg leuk. Die tijd op school was mijn hobby en voelde zeker niet als werken. Op mijn 56e ben ik vanwege een hernia afgekeurd.” Een halfjaar na de geboorte van hun zoon heeft Joke het werken in het café vaarwel gezegd en belastte ze zich met het opvoeden en het huishouden.
Gezondheid
Beider gezondheid laat helaas wat te wensen over. “Ik word steeds dover en zonder gehoorapparaat hoor ik niet veel meer. Dat heeft ook zijn voordelen, want als ze staat te schelden zet ik hem uit en hoor ik ze niet”, schaterlacht Bertus. Ook heeft hij last van de naweeën van een tia. “Dan zit ik te praten en ineens ben ik kwijt wat ik wilde zeggen. Dat is erg vervelend.” Joke heeft onder meer een nieuwe hartklep gekregen en bij elkaar wel een halfjaar in het ziekenhuis gelegen. “Wat tikt-ie toch mooi hé, zegt de dokter dan tegen me bij de controle”, zegt ze de moed erin houdend. “Toen heb ik ze erg gemist hoor. Sindsdien doe ik veel in het huishouden en dat gaat me goed af”, verklaart Bertus.
Engelen
Vakanties werden doorgebracht in Brabant, Drenthe, Limburg en soms over de grens in Duitsland. “Dan huurden we een huisje op een park en reden er met de auto naartoe. De fietsen gingen mee en daar deden we dan uitstapjes.” Aan één verblijf in Drenthe hebben ze slechte herinneringen. “Het was daar té vies om te eten of te verblijven, dus zijn we alleen maar op pad geweest”, vertellen ze. Bertus heeft nog jarenlang in het Oudenbosch Mannenkoor gezongen. “Dat heb ik gedaan totdat Joke zo ziek werd”, legt hij uit. Joke houdt zich bezig met diamond painting. Hele muren van de kamer zijn bedekt met de mooiste creaties. Een vitrinekast met een verzameling beeldjes van engelen staat te pronken in de hoek van de kamer. “Daar hebben we jaren overgedaan om die bij elkaar te sparen.”
Feest
Gefeest werd er in Villa D’este. “Een hapje en een drankje voor een mannetje of veertig.” Bertus weet het geheim van een lang huwelijk. “Als de vrouw scheldt, niks terugzeggen, haha. Nee hoor, we lossen het altijd keurig weer op.”




