
Toen elk Gastels gezin een kroeg om de hoek had
Door: Olaf Knook HistorieOUD GASTEL - Er was een tijd dat je in Oud Gastel geen straat kon inlopen zonder een café om de hoek. In de jaren zestig telde het dorp bijna vijftig bierhuizen op zesduizend inwoners. Soms was bier zelfs een gezondere keuze dan het vervuilde drinkwater uit de kraan. Maar in de loop der jaren is het aantal kroegen ver teruggelopen.
Het oudste bekende café in Oud Gastel is Gastelsveer, tegenwoordig bekend als Gastel Sfeer. In 1791 werd aan de Gastelsedijk Zuid een woonhuis en kroeg gebouwd door de familie Akkermans. In deze tijd waren bierhuizen belangrijk voor reizigers en bewoners. Bier was destijds veiliger dan het vervuilde water uit de sloot of de pomp, en dus dronk men het dagelijks. Herbergen boden onderdak, eten en vooral een plek voor boeren en schippers die de Roosendaalsche Vliet overstaken. De sociale functie van deze gelegenheden was onmisbaar.
Koninklijk bezoek
In de loop der eeuwen groeide het aantal Gastelse cafés. In de negentiende en vroege twintigste eeuw waren herbergen als Huis van Negotie en Sint Joris het centrum van bedrijvigheid. De Markt en de Kerkstraat waren - en zijn nog steeds - het kloppende hart van het dorpsleven, met kroegen die letterlijk deur aan deur lagen. Een ander historisch café was in handen van de familie Rademakers. Naast de kerk, eerst als In De Vrachtkar en later Onder De Toren. In 2012 werd dit café, na ongeveer 15 jaar leegstand en verpaupering, gered van de slopershamer. Gastelaar Karel Bartelen nam het initiatief om het pand te restaureren en als kroeg te behouden.
De namen van de cafés waren vroeger vaak vermakelijk. Denk aan In den Oliekoek, De Bonte Os, In den Groen Druif of Het Zwaaigat - het eerste café dat je zag wanneer je vanaf Roosendaal het dorp binnenreed. Op het platteland vond je herbergen als Het Haantje en Kapelzicht. In 1919 kreeg Gastelsveer bijzonder bezoek: Koningin Wilhelmina bracht na de Eerste Wereldoorlog een inspectiebezoek aan het grensgebied en stopte daarbij ook bij het Gastelse café.
Uitgaansleven
Veel cafés waren woonhuizen waarvan de voorkamer was omgebouwd tot huiskamercafé. Ze werden vaak gerund door vrouwen, die zo een centje bijverdienden. Aan de keukentafel werd bier getapt, in de achterkamer werd gekaart, gemusiceerd of toneel gespeeld. Lokale vereniging - van een accordeonclub tot biljartgroep en van handboogschutterij tot fanfare - vonden hier hun thuisbasis. Zo oefende schutterij Virtus in In De Drie Snoeken, waar kastelein Van Merrienboer in 1920 zelfs Olympisch goud won in Antwerpen.
Maar met de opkomst van televisie, strengere alcoholregels en een veranderende vrijetijdsbesteding begon vanaf de jaren zeventig de neergang. Veel cafés sloten hun deuren. Toch kende Oud Gastel in de jaren tachtig nog een uitgaansleven met discotheek Place de Meir, waar artiesten als Lee Towers en André Hazes optraden. Vandaag de dag zijn er nog enkele cafés over: Onder De Toren, Het Hart van Gastel en Gastel Sfeer. Ook de tap van dorpshuis ’t Veerhuis leeft dankzij een enthousiaste groep vrijwilligers.
Gastels Trots
De geschiedenis van al deze kroegen, cafés en huiskamers vol leven is vastgelegd in het boek Gastels Trots van Richard Tak. Met foto’s, advertenties en persoonlijke verhalen roept het een wereld op waarin het café niet zomaar een horecazaak was, maar een tweede huiskamer voor het hele dorp. Een tijd waarin bijna ieder gezin wel een café op de hoek had - of er zelf eentje runde.





