
Sven Luijkx van De Cockpit: ‘Over twee jaar schuif ik mijn zoon naar voren, net zoals mijn vader bij mij deed’
Door: Wies van Erp RubriekBOSSCHENHOOFD - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Sven Luijkx, eigenaar restaurant De Cockpit in Bosschenhoofd.
Sven, jij hebt de zaak overgenomen van jouw vader. Was je al op jonge leeftijd betrokken bij het restaurant?
Mijn ouders zijn hier in 1969 begonnen, ze woonden hier ook. Het was toen vooral een café en clubgebouw van het vliegveld. Ik ben hier geboren en heb hier tot mijn tweede, derde ongeveer ook echt gewoond. Toen zijn we verhuisd, naar Nispen, naar Café Tivoli. In 1981 zijn we weer naar Bosschenhoofd verhuisd.. Mijn ouders vonden iets verderop een woning. Vervolgens volgde een periode waarin zij tijdelijk uit het restaurant zijn gegaan. Mijn ooms namen het over tot 1981, toen kwamen mijn ouders weer terug.
In de tijd van mijn ooms is er nog wel een klein deel bijgebouwd; het werd al iets meer restaurant, maar nadat mijn vader terugkeerde in de jaren tachtig is er nog meer bijgebouwd zodat het echt een restaurant werd. Het was echt een familierestaurant, een chique familierestaurant, want de vliegeniers zaten hier veel. En die hebben toch wel centjes.
Op het concept familierestaurant hebben we verder geborduurd. Uiteindelijk werd ik in 2001 eigenaar, maar mijn ouders, voornamelijk mijn vader, bleven nog wel in de zaak werken.
In 2001 werd je eigenaar, sinds wanneer ben je werkzaam bij restaurant De Cockpit?
Ik ben op mijn veertiende begonnen met afwassen en verder altijd doorgegroeid. De hotelschool afgerond en toen gelijk hier gestart. Het was nog de tijd van de dienstplicht, dus ik had de keuze: in dienst of hier werken. Ik zag al mijn vrienden vijftien kilo zwaarder uit dienst komen; toen dacht ik wel bij mezelf: dat moeten we niet hebben.
Wat maakt het werk zo mooi?
Het onafhankelijke vind ik heerlijk. Ik heb aan niemand verantwoording af te leggen. Natuurlijk zijn er de gasten, maar daar ben ik zelf verantwoordelijk voor. Ik heb heel lang in de keuken gestaan als chef-kok, tot 2018. Maar na de verbouwing gingen we in aantallen zo ongelofelijk omhoog. Ik denk dat we zeker met veertig procent omhoog zijn gegaan. Toen kon ik vanuit mijn keukentje de boel niet meer regelen.
Een jongen die al die tijd al bij mij in de keuken stond heb ik chef-kok gemaakt en die doet het hartstikke goed. En af en toe mag ik nog even meehelpen in de keuken.
Ik heb van mijn vader geleerd dingen los te laten. Dat deed mijn vader bij mij ook toen ik op m’n 22e van de hotelschool afkwam. Dan gingen ze dingen aan mijn vader vragen, maar die wees steevast naar mij: “daar moet je zijn,” zei hij dan. Achteraf kon ik het altijd aan hem vragen als ik er niet uitkwam, maar zo heb ik het wel geleerd.
Jullie zitten tegen Breda Airport aan. Wat heb je zelf met vliegen?
Helemaal niks, gek hè, haha. Mijn nichtje en haar man hebben de vliegschool hier, dus ik kan zo de benodigde papieren halen, maar ik stap hier niet in. Ik stap alleen in een Boeing naar Spanje. Als ik stukken krijg met mijn auto dan zet ik hem op de vluchtstrook, maar met een vliegtuigje is dat toch anders... Ik vind het wel mooi, dat zeker. Heel mooi om hier te zitten. En eerlijk is eerlijk, het brengt natuurlijk ook heel veel goeds. Het is een trekpleister, want in de zomer komen hier heel veel dagjesmensen op af.
Je bent zelf de vijftig gepasseerd, hebt twee zonen. Gaan zij jouw voetstappen volgen?
Eén werkt al in de zaak en heeft ook al aangegeven dat hij het graag wil overnemen. Hij is 23, natuurlijk een iets andere generatie, maar ik doe het bij hem zoals ik het ook van mijn vader geleerd heb. Hij is ook al op jonge leeftijd begonnen met afwassen, op z’n 15e. Hij gaat alleen geen hotelschool doen, wel de nodige cursussen en verder laat ik hem meedraaien op alle vlakken. Hij is vooral van de bediening, maar hij moet van mij één dag per week de keuken in en ook administratie moet hij onder de knie krijgen. Zeker dat laatste is veel belangrijker geworden, want toen ik het net overnam zaten we op 45 man personeel, nu op 75.
En jouw andere zoon?
Die is twee jaar jonger, maar die studeert wel HR, alleen die zit nog in een andere fase. Nu is hij vooral bezig met studeren en de sportschool. Ik denk dat mijn twee zoons elkaar heel goed kunnen aanvullen.
Tot welk moment is jouw vader in de zaak gebleven?
Mijn ouders zijn allebei op jonge leeftijd gestorven. Mijn moeder was nierpatiënt en kreeg in 1994 een nieuwe nier. Dat weet ik nog heel goed; ik zat op de hotelschool. Haar kwaliteit van leven ging van 40% weer naar 100%, zoveel goeds bracht die nieuwe nier. Maar toch ging het daarna stapje voor stapje achteruit; en dan heb ik het nog niet eens over alle bijverschijnselen van dialyse. Uiteindelijk is ze 67 geworden en in 2017 overleden. Mijn vader ging een jaar eerder, in 2016 op 69-jarige leeftijd.
Dat was voor mij wel een moment waarop ik het een en ander op een rijtje heb gezet.
Hoe uitte zich dat?
Ik heb mij toen wel afgevraagd of ik op deze voet zo verder wilde. Als antwoord daarop besloot ik de boel groots te verbouwen. Dat is dan wel leuk, want dan hoor je achteraf dat klanten het een beetje oubollig vonden. Ik had al wel mijn ideeën, maar je stelt het toch uit. Ook al kreeg ik altijd de volledige vrijheid van mijn ouders, het voelde toch als hun kindje. Maar ja, toen kwam corona.
Dat is dan een heel hard gelag, want dan heb je net verbouwd?
Precies. Helemaal in het nieuw, je bent net lekker aan het draaien en dan moet de boel dicht. Mensen konden hier wel eten afhalen, maar dat bracht natuurlijk maar een fractie op. Een druppel op de gloeiende plaat. Gelukkig stonden we er financieel op dat moment zeer goed voor, dus we konden wel een paar klappen aan. Binnen konden we niks doen, want we waren net verbouwd. Maar we hebben de buitenkant wel aangepakt.
En toen mocht je weer open.
Ja, maar zo eenvoudig was de eerste periode niet. Veel weekendkrachten waren vertrokken naar de GGD, dus we hadden relatief weinig personeel. Maar na de zomer trok dat wel weer aan en hebben we veel weekendkrachten aangenomen.
Wat is het geheim van een familiebedrijf?
Een cliché, maar toch de korte lijntjes en hoe je met je mensen omgaat. Ik denk dat ik wel mag zeggen dat ik goed voor mijn mensen ben, althans dat is wat ik van ze te horen krijg. Soms zijn er periodes dat we met te veel personeel rondlopen, maar soms ook het tegenovergestelde. Dan moeten ze een stapje bijzetten, maar ik zit niet zo in elkaar dat ik personeel een dagje naar huis stuur als we met te veel staan, want dat gebeurt bij ketens wel.
De boog kan niet altijd gespannen zijn..
Exact. Ik geloof er wel in dat dit er ook voor zorgt dat ze dat stapje extra zetten als het gevraagd wordt. En dat vraag ik dan ook wel van ze hoor, want er moet soms echt wel heel hard gewerkt worden.
Hoe zie je de toekomst?
Nog twee jaar en dan is mijn oudste zoon 25 en dan zou zijn hersenkwab uitgegroeid moeten zijn, haha. Nee, zonder gekheid. Tegen die tijd schuif ik hem wel naar voren, net zoals mijn vader bij mij deed. Dan schuif ik hem naar voren en doe ik een stap terug. Natuurlijk blijf ik nog wel in de zaak werken, want daarvoor is het te mooi werk, maar dan krijgt hij wel de leiding.
Met wie zou jij aan de keukentafel willen zitten?
Eigenlijk zou ik graag met twee verschillende zo’n gesprek willen voeren. Eerst met Won Yip, hij is een Nederlandse horecaondernemer. Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in hoe hij zijn imperium heeft opgebouwd, maar ik zou gewoon een keer met hem willen ouwehoeren over alles wat slecht is. En dan kom je uiteindelijk tot de conclusie dat we er toch niks aan kunnen veranderen. Daarnaast heb ik natuurlijk ook helden; dat zijn Ruud Gullit en Hennie Vrienten. Met die laatste zou ik wel willen praten over het leven en zijn carrière bij Doe Maar. Ik vier naast het werk ook graag het leven, maar hij heeft het toch ook wel heel erg goed gedaan volgens mij.
Paspoort
Naam: Sven Luijkx
Leeftijd: 54
Woonplaats: Roosendaal
Bedrijf: Restaurant De Cockpit
Gevestigd: Bosschenhoofd
Burgerlijke staat: Samenwonend met Nathalie en onze hond Kobus
Kinderen: Juul (23) en Teun (21)
Hobby’s: Ik ga graag op vakantie, naar Spanje of op wintersport. Thuis brouw ik bier en als het gelukt is, drink ik het met vrienden. Verder ga ik graag nog op stap.




