
Rubriek Goes Gezien: Aalscholvereiland als ongerepte natuur
Door: Arend van der Wel ColumnEen maand geleden waren we figuurlijk geland op het schijnbaar onbewoonde eilandje in de Oostvest. Hoewel het eilandje geen kliffen heeft, maar juist makkelijk toegankelijk is voor rustzoekende dieren, eindigde die aflevering wel met een cliffhanger: wie zijn behalve vier schildpadden nog meer de vaste bewoners van dit eilandje? In maart, toen ik dit onderwerp uitkoos, zaten er steevast zo’n tien, twaalf aalscholvers op de in het water hangende takken, al of niet met gespreide vleugels. Nu is dat aantal veel lager; dat zal met het broedseizoen te maken hebben. Ze zijn nu vermoedelijk vooral druk op de Middelplaten in het Veerse Meer, waar een teruglopend aantal aalscholvers broedt.
Geregeld bevolken de aalscholvers dus het eilandje en wat bomen in de buurt. Dat doen ze vooral om te roesten. Roesten? Jawel, zo noemen echte vogelaars de vogelrust. Wat zij met het spreekwoord ‘Rust roest’ aanvangen, weet ik niet. Maar de aalscholver komt hier ook naartoe om af en toe ’s een visje te vangen. En dan kijkt het spitsvondige gedichtje ‘Op een aalscholver’ van Kees Stip natuurlijk om de hoek:
Aalscholvers denken allemaal:
“Kun je nog scholven, scholf dan aal.”
Doch door de golven diep bedolven
wil weinig aal zich laten scholven.
Zo scholft zo’n beest zich uit de naad
terwijl het woord niet eens bestaat.
Het is leuk om een poosje naar die aalscholvers of schollevaars te kijken. Op Zuid-Beveland worden/werden ze ook wel schrokker of modderganze genoemd. Je kunt een spelletje met ze doen, vooral met kinderen erbij: raden A hoeveel tellen een duikende aalscholver onder water blijft en B waar hij ongeveer weer boven water komt. A en B goed: twee punten, enzovoort.
Tenslotte nog een heikele kwestie. Er zijn mensen die het eilandje – door het overhangende groen veel groter lijkend – een grote troep vinden. En als het eilandje geen eilandje was, waren de omgevallen en vergroeide takken allang door de gemeente opgeruimd, waarschijnlijk zelfs al vóór ze omvielen, vanwege de veiligheid. Maar zo ziet ongerepte natuur er dus uit. Het enige stukje in bebouwd Goes, denk ik. Namens de schildpadden en de schrokkers: bedankt!
Tekst en foto: Arend van der Wel




