
Goes Gezien: Mooie ‘opeenhoping’ aan de Oostsingel
Door: Arend van der Wel AlgemeenDe Oostsingel op en neer wandelen, van de Bult naar de Voorstad en vice versa – het is een feest. Niet voor niets is dit tracé sinds 2007 Beschermd Stadsgezicht. Aan de ene kant het water en het glooiende groen met Grote Kerk en Stadhuis op de achtergrond. Aan de andere kant het ene bijzondere huis na het andere. Deze panden – net buiten de Vesten – zijn in de decennia rond 1900 gebouwd voor Goese welgestelden. Er staan sobere, degelijke en vooral grote huizen, maar daartussen schittert ineens een frivool en fantasierijk huis, ook groot overigens.
Het zomernummer van de Spuije, het blad van de heemkundige kring, vraagt aandacht voor jugendstilarchitectuur in Goes en omgeving. Het artikel beschrijft zeventien jugendstilhuizen in Goes en omgeving, waarvan drie aan de Oostsingel, allemaal Rijksmonumenten: Villa Eigen Haard (nr. 92) en de twee-onder-een-kap op de foto: nr. 154-156. Het gelige, drukke dubbelpand boeide me altijd al en nu kan ik het beter plaatsen. Aparte steen en steenkleur, volkomen asymmetrisch, erkers, balkonnetjes, versieringen met natuurmotieven, kleuraccenten, ronde elementen – het zijn allemaal kenmerken van jugendstil (of art nouveau), een kunstperiode (1896-1914), die ook zichtbaar was in de architectuur.
Net na het jugendstiltijdperk verscheen in 1917 het boek Bouwkunst in de stad en op het land van Herman van der Kloot Meijburg, toen een gerenommeerd architect. Hij beschrijft niet alleen, hij beoordeelt ook, nogal onverschrokken. Er staan vierhonderd foto’s in het boek: evenzovele voorbeelden van goede als van in zijn ogen foute architectuur. Heel vriendelijk is dat bij de goede voorbeelden de plaats vermeld staat (vaak Amsterdam), maar bij de foute niet. Van der Kloot is helaas niet aan onze Oostsingel geweest, anders stond Villa Eigen Haard vermoedelijk bij de goede en ons dubbelhuis bij de foute voorbeelden. Bij foto’s van vergelijkbare huizen en van details zoals balkons, erkers en ramen, schrijft hij aan de foute kant namelijk fraaie woorden zoals: wanstaltig, vormenpralerij, onredelijk, gezocht, verwarrend, verward, opeenhooping van onsamenhangende vormen, mooimakerij en geesteloos.
Dat was dus iemand die na de jugendstilperiode daarop terugkeek, zonder overigens die naam te noemen. Een gerenommeerd architect van nu, die ik toevallig ken - nee, geen naam, anders denkt u dat ik gesponsord word! - vindt het een mooi huis, tekenend voor die tijd: “Eclectisch: van alles wat, beetje van dit, beetje van dat”. Of hij zelf ook zo’n ‘opeenhooping’ durft te ontwerpen in Goes… dát heb ik hem niet durven vragen.
Als u goed kijkt, ziet u links op de foto een antieke lantaarnpaal. Is die nou echt?, vroeg ene Hans mij. Tot over twee weken, in de donkere dagen voor kerst!
Tekst en foto: Arend van der Wel




