Raymond van de Ven is altijd te porren voor een schaakpartijtje. FOTO EDWIN MIJNSBERGEN
Raymond van de Ven is altijd te porren voor een schaakpartijtje. FOTO EDWIN MIJNSBERGEN Foto: Edwin Mijnsbergen

'Ik zou best stadsdichter willen zijn'

MIDDELBURG - De kreet ‘Wij zijn de stad’ kent iedereen in Middelburg, maar wie zijn ‘wij’? In de rubriek ‘Zij zijn de stad’ zet Edwin Mijnsbergen bekende en minder bekende Middelburgers in de schijnwerpers. Op zijn geheel eigen wijze beschrijft hij wie zij zijn, wat zij hebben met de stad en met hun stadsgenoten. Deze week: Raymond van de Ven.

DOOR EDWIN MIJNSBERGEN


“Tussen leemtes en hiaten/lacunes zwarte gaten/rest mij enkel nog het weten/dat ik toch wat ben vergeten.” In gesprek met Raymond van de Ven (1975) moet je er niet van opkijken als hij opeens een van zijn gedichten begint voor te dragen. Of het nu op straat is, of in een afgeladen café met te harde muziek. Waarschijnlijk om het voordragen te oefenen, maar ook zeker om te kijken hoe je er op reageert.
Raymond treedt ook regelmatig op voor een groter publiek. In de bibliotheek bijvoorbeeld, of tijdens de Middelburgse Kunst- en Cultuurroute. Recent schreef hij zich in voor de Spoken Awards 2019. Toch ziet hij zichzelf meer als liefhebber dan echte dichter. “Het is vooral een hobby, al zou ik het best professioneler willen doen. Stadsdichter worden bijvoorbeeld, dat lijkt me wel wat.”

Middelburger Straße
Raymond voelt zich een echte Middelburger, maar kwam ter wereld in Duitsland. “Mijn vader was militair en verhuisde continu voor zijn werk. Toen ik werd geboren was hij gestationeerd bij de stad Bramsche, boven Osnabrück. Daar weet ik niet veel meer van, maar een grappig detail is dat we in de Middelburger Straße woonde. Dat vond mijn vader, als echte Zeeuw, wel mooi.”
Rond 1984 keert de familie terug naar Middelburg. "Aanvankelijk vond ik dat helemaal niet leuk, maar later kwam het goed. We belandden in de Banckertstraat. Een prima buurt.” Groeide hij dan ook op in ’t Zand? Niet helemaal. Puber Raymond vooral te vinden in Veere, waar een paar van zijn vrienden wonen. “In die tijd was ik nogal aan het flierefluiten. We waren geen boefjes, maar wel altijd bezig met het ontdekken van nieuwe dingen. Dat ging ten koste van school uiteraard. Na twee jaar moest ik terug van de havo naar de mavo. We gingen liever naar het bos of het café dan naar school, zal ik maar zeggen.”

Schaken
Tot grote problemen tussen Raymond en zijn ouders leidde het niet. “Ik heb het altijd goed met hen kunnen vinden. Ze lieten mij en m’n broer vrij. Later kwam het ook gewoon goed, hoor. Bij het Delta College rondde ik een middenstandsopleiding af. Daarna, in 1997, ging ik naar Amsterdam om verder te studeren. Die opleiding, hbo communicatie, maakte ik dan weer niet af. Ik haalde m’n propedeuse nog wel, maar daar in Uilenstede had ik veel te veel afleiding. Ik ging vaak uit, zat soms hele dagen in het schaakcafé in de Jordaan. Na een jaar of vijf vond ik het wel mooi geweest in die stad.”
Ah ja, schaken. Daarover begint hij soms net zo spontaan als over poëzie. ‘Heb je zin om een potje te schaken?’ Ik sla de uitnodiging meestal af, omdat ik weet dat ik waarschijnlijk een pak slaag krijg. Raymond is namelijk lid van de Middelburgse Schaakvereniging. Hij noemt zichzelf een middenmoter, maar hij kan me nog meer vertellen. Hij speelt regelmatig toernooien en schaakt ook online. Als hij tijdens een gesprek naar zijn mobieltje grijpt is de kans groot dat hij even een zet doet, binnen een of ander partijtje.

Geen klager
Sinds sinds terugkeer naar Middelburg, in 2003, is Raymond nooit meer weggegaan uit Zeeland. Hij heeft het hier naar zijn zin. Hij had bijna tien jaar lang een vaste baan bij Zalco, maar na het faillissement van dat bedrijf deed hij vooral tijdelijk werk. Nu is hij beveiliger in Vlissingen-Oost. Omdat ik uit eigen ervaring weet dat je ook als veertiger nog kunt gaan voor het werk van je dromen, vraag ik hem of hij niet alsnog iets zou willen doen op communicatiegebied. “Die kans is vrij klein. Ik ben graag bezig met taal, maar er zijn al zó veel communicatieprofessionals, dat biedt me toch te weinig perspectieven. Dan liever stadsdichter.”
Hij zou in ieder geval een vrolijke stadsdichter zijn. Hij is tevreden over Middelburg. Over het aanzien en het bestuur, over de monumenten en het uitgaansleven. In plannen als die voor het nieuwe park Molenwater heeft hij het volste vertrouwen. Hij is gewoon geen klager. Ook mooi. Zo rest hem enkel nog het weten dat hij het zeuren is vergeten.[l]