Herbert Verseveldt
Herbert Verseveldt Foto: Frans van der Bom

Herbert Verseveldt is dankbaar dat hij iets kan betekenen

Door: Yvonne Vermeulen Algemeen

ETTEN-LEUR - Het komt zelden voor maar Herbert Verseveldt viel deze eer ten deel: nadat hij in 2001 was benoemd lid in de Orde van Oranje-Nassau werd hij op de dag voor Koningsdag bevorderd tot Ridder in de order van Oranje-Nassau. “Ik werd naar het gemeentehuis gelokt met de mededeling dat een vriend een lintje zou krijgen. En toen ik daar zat en anderen vertelden dat ze met een smoesje gelokt waren zei ik tegen mijn vrouw ‘het zal toch niet?’

Deze bevordering verraste hem, zeker omdat het maar zelden voorkomt. “Ik wist dat er al een paar keer pogingen ondernomen waren maar had het niet verwacht. En persoonlijk heb ik wat ik gedaan heb en waarvoor ik deze onderscheiding heb gekregen te danken aan vele andere vrijwilligers. Ik heb deze onderscheiding dan ook aan hun opgedragen. Het is dat ik toevallig voorzitter ben en de eer kreeg.”

Het gesprek met Herbert Verseveldt (90) leid me langs een aaneenschakeling van vele initiatieven waar hij zijn schouders onderzet. “Ik ben in de gelukkige omstandigheid maar bovenal dankbaar dat ik mijn talenten heb kunnen inzetten om veel mensen te helpen.” Waarna het gesprek gaat naar de vele initiatieven waar hij of de aanstichter van is danwel heeft kunnen bijdragen of ondersteunen. Die dankbaarheid maar ook de wil en motivatie om mensen te steunen haalt hij uit het geloof. “Het geeft mij een goed gevoel als ik zie dat we met simpele middelen anderen een menswaardig bestaan kunnen geven.”


Hij begint dan over een reis die hij 4 jaar terug met enkele leden van de Lions Club heeft gemaakt naar de Himalaya. “We hebben daar een oog kamp opgezet waarbij we mensen vaak met eenvoudige middelen konden helpen met hun oogproblemen. Variërend van medicijnen tot operaties aan toe. Je moet beseffen dat slecht zicht of blindheid in die landen automatisch leidt tot een leven in armoede.”

Hij verhaalt dan over zijn achtergrond. Het familiebedrijf wat zijn vader had opgericht en nadat hij het verkocht had en zijn andere bedrijf dusdanig structureerde dat hij meer tijd kreeg hij die tijd in ging zetten voor mensen die hulp konden gebruiken. En dan komt er en stroom aan projecten voorbij zoals de samenvoeging van de Protestantse Kerk en de Hervormde Kerk in Etten-Leur, zijn rollen bij de Nobelaer en de bibliotheek, De Lions club, de actie oud en vreemd geld, de circus commissie. Het maakt dat hij nog altijd meerdere dagen in de week druk is. “Mijn vrouw moppert wel eens.”

Maar wat in het gesprek echt opvalt is de bescheidenheid die hij in alles uitspreekt. “De hele ceremonie rond de uitreiking was mooi meegenomen maar was geen stimulans of doel. Voor mij zit de stimulans in mijn overtuigingen maar ook de blije gezichten en dankbaarheid als je mensen hebt geholpen. Er is mij vaker gevraagd of ik wilde meewerken aan een interview, maar dat hoefde voor mij nooit zo nodig. Ik ben niet beter dan een ander, anderen hebben misschien zelfs wel meer talenten. Ik ben gelukkig en dankbaar dat ik de kans heb gekregen om mij voor de mensen die het nodig hadden iets te kunnen betekenen.”

En ondanks zijn hoge leeftijd hoopt hij voorlopig nog door te gaan. “Ik voel mij goed en gezond en blijf het leuk vinden om te doen wat ik doe. En heb een bijdrage mogen leven aan de samenleving van Etten-Leur”, besluit hij het gesprek[n]