
‘Fantastisch dat het Juvenaat behouden is gebleven’
Door: René Mensen AlgemeenEtten-Leur - Vrijdag is een herinneringsbord in de serie ‘Historische locaties vertellen jeugdzorgverhalen’ onthuld bij het voormalige Juvenaat Dr. Edward Poppe. Dit herinneringsbord geeft inzicht in de historie van het gebouw en verhaalt tevens over de betekenis die het heeft gehad voor de zorg voor kinderen. Dat waren schipperskinderen, kinderen van ouders die op kermissen staan en weeskinderen. Er staan op de borden ook QR-codes, die weer linken naar verhalen van oud bewoners en medewerkers.
Op dit moment is het voormalige schoolinternaat een prachtig wooncomplex geworden. Een van de oud leerlingen die op het internaat verbleef is nu ook een huidige bewoner. Waar vroeger de eetzaal was voor de kinderen die er verbleven, is nu de woonkamer van Armand Bergers. Hij heeft vandaag het herinneringsbord samen met broeder-overste Wout onthuld.
Armand: “Ik heb een aantal jaren hier als weeskind gewoond. Mijn herinneringen aan die tijd zijn heel positief. Ik ben hier gelukkig geweest. Met de andere kinderen vormden we één ‘familie’. Aanvankelijk was het een jongensinternaat, maar later kwamen daar ook meisjes bij. We waren echt ‘broers en zussen’. Natuurlijk had je weleens onenigheid met de een of de ander. Maar altijd werd dat opgelost en overheerste de gemeenschappelijke band die je daar had.”
Op een gegeven moment kwam de vraag wat er met het gebouw moest gebeuren. Ternauwernood viel het kwartje de goede kant op en werd het gebouw behouden. Na de nodige verbouwingen en de nieuwbouw in de buurt werd het een heel mooi wooncomplex.
Armand vervolgt: “Toen ik hoorde dat er plannen waren om ‘mijn’ oude internaat, waar ik enkele jaren van mijn jeugd heb doorgebracht, voor bewoning geschikt te maken, maakte mijn hart een sprongetje. Wat zou het fantastisch zijn als ik daar weer zou kunnen wonen. Uiteindelijk is het gelukt en ben ik vanaf de oplevering een trotse bewoner van dit prachtig gerenoveerde gebouwencomplex. De ingang van mijn huis ligt naast de hoofdingang van het gebouw. Ik zie in gedachten nog het glazen wandje waar broeder Odulphus de ‘receptie’ bemande. Vanuit mijn bed kijk ik nu door prachtig gewelfde ramen op het gebied voor het gebouw. Ik hoop van harte dat de berkenbomen die zoveel jaren het aanzicht van de voorkant hebben bepaald, maar die helaas gesneuveld zijn door ouderdom, weer vervangen gaan worden. Het gebouw, de bewoners en passanten verdienen het, zo hou ik mezelf voor. De Gemeente heeft het in beraad.”
Het bord wordt onthuld door broeder Wout en Armand, die samen een doek weghalen, waardoor de tekst zichtbaar wordt. Broeder Wout spreekt ontroerd zijn dankbaarheid uit naar de mensen die dit mogelijk hebben gemaakt. Hij is met enkele ‘broeders van toen’ vandaag aanwezig. Ze zijn allen erg trots op het resultaat. Dat wordt met applaus bevestigd door de aanwezigen.