
Hoera, vijftig jaar ‘aanloophaven’!
Op de plek waar op de foto de anonieme boot vaart, voer een halve eeuw geleden op een regenachtige julidag de klipper Anita Jacoba (uit 1892, vaart nog steeds). Aan boord bevonden zich vele notabelen en net achter de geopende brug waren van kade tot kade linten gespannen. Zodra de klipper de linten kapot voer, klonk er knalvuurwerk en ging een parachute met vlag de lucht in. Op de vlag stond heel droogjes: ‘Opening aanloophaven Goes’.
Aanloophaven. Dat was in die tijd de term voor de eeuwenoude stadshaven, die aan een nieuw leven ging beginnen. Het moest een haven worden voor passanten van de pleziervaart, niet meer voor bierschuiten zoals heel vroeger. De ‘echte haven’ van Goes, in het industriegebied aan het kanaal, had nu die meer serieuze functie. Vanaf eind jaren ‘30 waren in de havenkom in het centrum nauwelijks nog boten te zien, omdat er een vaste en lage brug was. De havenkom stonk en verpauperde. Dempen! Parkeerterrein! Dat vonden vijf gemeenteraadsleden in 1969, toen over de toekomst van de haven werd gestemd. Een meerderheid stemde echter voor het idee ‘aanloophaven met ophaalbrug’. Vijf jaar later kon er daadwerkelijk aangelopen worden in Goes. Door boten welteverstaan, en dat niet te lang, want het begrip impliceert een kort verblijf, zoals je ook ‘even’ kunt aanlopen bij de buren.
Van Dale geeft twaalf betekenissen voor ‘aanlopen‘. Mijn fiets loopt aan, niet ‘even’, maar altijd. Er kwam bij ons thuis wel eens een poes aanlopen, en die wilde graag eeuwig blijven. Maar aanlopende boten, hoe kan dat nou? Denk aan een vissersvloot die binnenloopt, en dan niet financieel, maar de haven. Daar, in die uithoek der taal moeten we het aanlopen van boten zoeken. Niet voor niets is het woord zo’n beetje weggesleten. Ik hoor niemand meer over de aanloophaven van Goes, het is ‘de haven’ of ‘de stadshaven’. In de PZC wordt in de jaren ’70 het woord ‘aanloophaven’ in Goes’ verband veelvuldig gebruikt en nog maar mondjesmaat in de jaren ’80. Want dan doet ook ‘stadshaven’ voorzichtig zijn entree, naar Veers voorbeeld, denk ik. Vanaf ’90 is het alleen maar ‘stadshaven’ wat de klok slaat. Ondertussen bleek de aanloophaven die stadshaven werd een groot succes te zijn. Al in 1981 kon de tienduizendste aanloper worden verwelkomd. Dat succes zien we vijftig jaar later zo'n beetje elke dag, want ook buiten het passantenseizoen ligt er een tiental boten 'geparkeerd', gezellig. Levendigheid volop en geen stank meer, hoera!
Mensen vragen wel eens hoe Arends oog elke veertien dagen toch weer op zo’n leuk Goes’ onderwerp valt. Ach mensen, dat is allemaal toevallig! Gewoon een kwestie van tegen iets aanlopen.
Tekst en foto: Arend van der Wel