Afbeelding
Foto: Eric Elich

’t Maske, ’t weze van de Berregse Vastenavend (1)

KRABBEGAT - Als een Bergenaar zich maar kan verkleden, is hij in zijn element. Een veel gehoorde opmerking, zeker van toepassing op onze stad. De stad van stoet en spel. Vastenavend is het feest van spel, dweilen, zingen, optochten, eten en drinken én verkleden. In het Krabbegat verkleed je je niet als Pino of dansmarieke. Hier wordt allerhande kleding gedragen. Gewoonlijk aangeduid als bulle of ouwe bulle, met hoofddeksels als: een lampenkap, vergiet, een kapotje (dameshoed) of een boerenpet. Onmisbaar zijn een rode zakdoek, een stuk gordijn of vitrage én ‘n masker. De geschiedenis en betekenis van het masker komen in vier delen aan bod.

DOOR ERIC ELICH

Eeuwenoud

Wie een masker draagt, duikt onder in de anonimiteit. De statusverschillen verdwijnen. Je voelt je vrijer en minder gebonden aan de doorgaans normale gezagsverhoudingen. Met een masker op is iedereen gelijk.

Het is een spel van verbergen en onthullen; het begoochelen en het proberen te ontdekken wie er achter het masker zit.

Het heeft ook alles te maken met oeroude rollenspelen, die hun oorsprong hebben in de Germaanse nieuwjaarsfeesten. Feesten die later zijn omgedoopt tot carnaval/Vastenavend.

Over welke feesten dan wel, en of Vastenavend hier al eeuwenlang gevierd wordt, is niets te zeggen. Door de stadsbrand van 1397 zijn er geen schriftelijke bronnen meer. Het eerste teken van het feest dateert uit 1413 waar een Bargher betaald wordt omdat hij bij de Vastenavendfeesten gepepen heeft, dat wil zeggen op een doedelzak of fluit gespeeld.


Mommen

Tijdens het bewind (1440-1494) van Jan van Glymes II worden er met Vastenavend feestmalen met soms dertig of meer gangen gegeven. Voor notabelen en hoge adel, wel te verstaan en opgeluisterd met muziek. In stadsrekeningen uit die en latere perioden staan gegevens over de maaltijden die het stadsbestuur tijdens Vastenavend geeft. Een eenzijdig beeld. Er staat niets over hoe en of Bergenaren zich verkleden en hoe zij Vastenavend vieren.


Toenmalig stadsarchivaris Korneel Slootmans schrijft daar in De draad der historie, van heer van Keyenburg tot Prins Carnaval, wel iets over: "Wat het volk na het officiële feest deed? Zich vermommen! Daarvoor levert op 1 februari 1529, kort vóór Vastenavend op 12 februari, een barbier ‘momaensychten’, d.w.z. mombakkesen aan meester Ole de schilder. Dit volksspel droeg de naam ‘cappers’ (zotskap) of ‘wildeman spelen’. Men was daar zó op gesteld, dat men er in oorlogstijd alleen onder dwang van af zag.”


Mombakkes of momaangezicht betekent: gemaskerd of masker dragend. Vermomd heeft niet alleen betrekking op gemaskerd zijn, maar ook op het verkleden. Bakkes is aangezicht of gezicht.

Als we het hebben over Bergse maskers, bedoelen we gazen, organdie, maskers. Geen kaakjes of domino’s die alleen het gebied rond de ogen bedekken.


In de periode waarover Slootmans schrijft, eind vijftiende tot iets na de helft van de zestiende eeuw, floreert rederijkersgilde De Vreugdenbloeme. Dat geeft tafelspelen die bedoeld zijn om gedurende een maaltijd het gezelschap te amuseren.

Ook zijn er een openluchtvoorstelling en mysterie- en mirakelspelen op de Grote Markt. Het stadsbestuur en de genodigden volgen het spel vanuit het stadhuis.

Dergelijke spelen zijn succesnummers. Op Driekoningen, Vastenavend, bruiloften, nieuwjaars- en gildefeesten of plechtige vergaderingen worden die groots opgevoerd.


Op enig moment worden die spelen, met name het driekoningenspel, een huiselijk gebeuren met een rol voor ieder gezinslid. Voor de verdeling van de rollen worden lootjes, zogenaamde Coninkxbrieven, getrokken: gedrukte strookjes, voorzien van vier regels tekst met een afbeelding, zoals de nar, de moor, de soldaat, de pijper of muzikant en de bakker. De figuur die wordt gegrabbeld, moet die avond gespeeld worden. De hoogst haalbare rol is die van koning. Al wordt er vaak op aangestuurd dat degene met de grootste portemonnee die rol krijgt. Wie koning is, moet immers royaal zijn en zijn volk trakteren.


Verbod op maskers

Op 21 februari 1574 worden al dit soort sotternieën wegens de beroerde tijdsomstandigheden door het stadsbestuur verboden. Volksfeesten in de eigen kring duren voort, maar zo schrijft Slootmans: "Die dreigen door het gemis aan steun van het beschavingsleven te verwateren." Bovendien moet dit Roomse feest worden uitgeroeid.


De periode na 1600 kenmerkt zich door vele ordonnanties, verbodsbepalingen, tegen de maskerades en het luidruchtig feestvieren.

De oudste publicatie dateert uit 1630. Het stadsbestuur verbiedt dan iedereen om in maskeraden te lopen en schandaleuse of onbehoorlijke actie te ondernemen, dat wil zeggen zich buitensporig, in negatieve zin, te gedragen. 


In voorgaande jaren is dat schering en inslag geweest. Er worden boetes uitgedeeld van 6 gulden bij iedere overtreding.
 

ln 1646 constateert het stadsbestuur weer grootte insolentie, onbeschaamdheid, doordat zowel mannen, als vrouwen vermomd, langs de straten lopen. Dit geeft aanleiding tot een schandaal en tot ergernis bij het hervormde stadsbestuur. Er komt een verbod om verkleed op straat te lopen. Mannen mogen zich niet als vrouw verkleden en vrouwen niet als man. Ook het dragen van momaansichten of onbehoorlijcke habijten is ten strengste verboden.


Met enige regelmaat worden er ook nadien verbodsbepalingen uitgevaardigd tegen de vastenavendviering en het dragen van maskers. Tevergeefs.

De traditie van het vieren wordt na 1750 nog versterkt door de komst van immigranten vanuit de Belgische Kempen, toen behorend tot de Zuidelijke Nederlanden. Daar is Vastenavend nooit verboden geweest. Handhaving van de regelgeving ten aanzien van nieuwkomers was tot aan het begin van de twintigste eeuw beperkt. 


De Vlamingen gingen vooral in de landbouw aan de slag. Maar ook werkten ze in de bouw, als bakker, koetsier, tuinman of dienstbode. Ook na 1795 blijft het verbod van kracht. Wel wordt in die periode de boete van 25 gulden weer teruggebracht naar 6 gulden, in die tijd nog steeds geen klein bier.
 

De tekst van de verbodspublicaties vanaf 1808 is kort. Verboden is ‘het loopen van masquerades’ op straffe van een boete van 6 gulden. De overtreder daarvan wordt meteen in hechtenis genomen. 


De strenge regels gelden op gezette tijden ook in andere plaatsen. Al gaat men er in sommige gevallen anders mee om, bijvoorbeeld via een vorm van vergunningen: om te weten wie er achter het masker zit, worden er maskerkaarten verkocht. Kwade tongen beweren dat de overheid op die manier iets wil verdienen aan het dragen van maskers. [n]


Uit: Het blad Waterschans - 54ste jaargang nr. 4