
Voormalig uitbater Wim Geers kijkt terug op zijn tijd
Door: Rogier de Bode AlgemeenBERGEN OP ZOOM - In 1986 opent in de parochie van de Goddelijke Voorzienigheid aan de Van Heelulaan in Bergen op Zoom een ruimte voor feesten en partijen. Wat begon als een bescheiden “benedenvoorlokaliteit” – zoals het in de vergunning stond – werd al snel wereldberoemd onder de simpele naam ’t Zaaltje.
Vraag het aan een willekeurige Bergenaar van boven de dertig, en de lof klinkt meteen: huwelijken en jubilea werden er gevierd, overledenen herdacht, en de jeugd kwam er om te dansen en te sjansen. De tarieven waren bespreekbaar en te duur werd het nooit.
“Het was een locatie voor iedereen, laagdrempelig en betaalbaar”, zegt Wim Geers (1938), de eerste uitbater van ’t Zaaltje. “Het liep meteen als een trein.” We spreken Wim in zijn appartement met uitzicht op de Binnenschelde. Hij is zichtbaar trots op zijn rol in het typisch Bergse verhaal. “Ik ben geboren in Asten, aan de andere kant van Brabant. Op mijn veertiende kwam ik naar Bergen op Zoom en ben er nooit meer weggegaan. Mijn vrouw, die meer dan tien jaar geleden is overleden, kwam uit Fijnaart”, vertelt hij.
Na de Ambachtsschool werkt Wim als arbeidsanalist in de metaal, maar zijn interesse in horeca is groot. In zijn vrije tijd haalt hij zijn horeca-papieren en in 1985 meldt hij zich bij het bestuur van de Goddelijke Voorzienigheid. “Ik wist dat ze dat zaaltje hadden en heb voorgesteld om het voor hen uit te baten. Ze gingen meteen akkoord. Verder heb ik bedongen dat ik zelf mocht weten hoe ik het zou aanpakken. Ik ben nogal een vrije jongen”, zegt hij.
Tekst gaat verder onder de foto![]()
De discobar voor het ten gehore brengen van mechanische muziek. - Foto: Rogier de Bode
Feestje plannen? Zo ging dat
Mensen belden Wim als ze iets wilden vieren, meestal in het weekend. “De dinsdag ervoor liet ik ze komen. Ik liet zien waar alles stond, telde de aanwezige drank en gaf ze de sleutel. De dinsdag daarop werd afgerekend.”
Strikte regels waren er nauwelijks. “De drank liep via mij, verder mochten de mensen zelf eten en muziek regelen. Niet te veel regeltjes, die zijn er al genoeg”, vertelt Wim lachend.
En uit de hand lopen? “Nou, ik kwam één of twee keer per avond kijken – vreemde ogen dwingen hè. Eigenlijk is er nooit iets vervelends gebeurd… Nou ja, de politie is een keer geweest om de gemoederen te bedaren. Soms wilden mensen de rekening niet betalen, maar ik heb mijn geld altijd gekregen.”
Tekst gaat verder onder de foto ![]()
Jongerensoos in ’t Zaaltje - Foto: Rogier de Bode
Disco en discobar
In 1990 krijgt ’t Zaaltje van de gemeente toestemming voor het ten gehore brengen van mechanische muziek. Wim: “Voor de jeugd werden regelmatig disco-avonden georganiseerd, er kwam een discobar. Zoiets kon alleen met een vergunning. Die stond bol van voorwaarden, veel te ingewikkeld. Ik durf niet te zeggen dat er altijd om 01.45 uur werd gestopt, zoals was voorgeschreven, hahaha.”
De jongeren vermaakten zich prima, vertelt hij. “Er zijn heel wat koppeltjes gevormd. Iedereen was eigenlijk best braaf, al heb ik wel eens een paar blote billen achter een gordijn zien bewegen.”
Einde van een tijdperk
In 2005 stopt Wim met ‘t Zaaltje. “Je wordt ouder, hè. Ik had er gewoon geen zin meer in. Het was een leuke hobby, ik heb er ook wat aan overgehouden, maar het was goed zo.” De kerk zag het aantal parochianen dalen en in 2014 besluit het bisdom het gebouw te slopen. Waar ooit het geloof en feesten samenkwamen, is nu een lege plek omringd door bomen. Wim kijkt er nog regelmatig. “Ik denk met veel plezier terug aan die tijd”, zegt hij terwijl hij wijst waar het gebouw stond. “Maar net als het leven, ook dat van mij, lopen dingen nou eenmaal af.” Wat er met de lege plek gaat gebeuren, weet hij niet precies. “Vast wel iets moois”, zegt hij. En dan rijden we weer weg.

