
Jan de Wilde neemt afscheid van ‘tuin 185’
Door: Britta Janssen AlgemeenKOUDEKERKE - Jan de Wilde is gestopt als voorzitter van volkstuinvereniging Levenslust in Koudekerke. De 69-jarige De Wilde, die vele jaren in het Vlissingse onderwijs heeft gewerkt, is met zijn vrouw naar Berkel-Enschot verhuisd en ziet de afstand van honderdveertig kilometer als een te grote barrière om voorzitter te blijven.
Woensdag heeft hij het stokje doorgegeven aan zijn opvolger. Met pijn in het hart, want hij was met plezier maar liefst 35 jaar de leidsman van de club. “Maar ik neem niet echt afscheid, hoor”, zegt hij. “Mijn tuin zeg ik op, maar ik blijf lid. Je zult me hier af en toe nog wel zien.’’
De Wilde verhuisde om dichter bij zijn drie kinderen te wonen en zijn kleinkind van dichtbij te zien opgroeien. Vijfentwintig jaar woonde hij op Zuid-Beveland. Daarna verkaste hij naar Walcheren. Hij werkte in het Vlissingse basisonderwijs, veelal als directeur.
Begintijd niet makkelijk
Tuinieren is De Wilde met de paplepel ingegoten. “Mijn opa had een boerderij. Zaaien, poten, ploegen, spitten was al vroeg de normaalste zaak van de wereld.’’ In 1987 werd hij lid van Levenslust en kreeg hij ‘tuin 185’, vlakbij de in- en uitgang. Al snel werd hij lid van het bestuur en niet veel later voorzitter. De begintijd was niet makkelijk. “De vereniging stond er niet goed voor. Er werd te veel geld uitgegeven aan dingen die niet echt nodig waren.” De Wilde en een aantal nieuwe collega-bestuursleden stelden het dagelijks bestuur uiteindelijk voor de keus: of dingen veranderen of opstappen. Dat laatste gebeurde en De Wilde werd de nieuwe voorzitter. Sindsdien ging het langzaamaan beter met Levenslust. “Het roer is drastisch omgegaan. Ik kan terugkijken op een leuke tijd. We hadden een fijn bestuur.”
Goede voorzieningen
Hoewel de gemeentelijke subsidie stopte, kwam er steeds meer leven in de brouwerij. Er kwam een flinke groep leden die graag de handen uit de mouwen stak. Zo werd het gebouwtje bij de ingang verbouwd en uitgebreid tot riant clubhuis, met onder meer een keuken en winkel. Op zaterdag serveren vrijwilligers hapjes en zelfs hele maaltijden. Ook werd een waterleiding aangelegd, waardoor leden over het hele complex hun gieters kunnen vullen. “We hebben nu voorzieningen die passen bij een club met 265 leden. Zij krijgen service die goed betaalbaar is. We willen er niets op verdienen, als het maar kostendekkend is.’’
Van aerepels naar aubergines
Door de jaren heen zag De Wilde het tuinpubliek veranderen. “Vroeger waren aerepels, peeën en juin de hoofdgewassen. Paprika’s, aubergines of courgettes moest je op het complex met een lampje zoeken. Tegenwoordig is dat anders.” Gepensioneerden vormen nog steeds een grote groep, maar de meeste leden zijn van middelbare leeftijd. “Vaak zijn het mensen die hier hun hoofd leeg willen maken. Daarnaast heb je een groeiende groep van jongeren.”
Goede herinneringen
Het is een afscheid met gemengde gevoelens. Hij laat niet alleen tuin 185 achter, maar ook goede herinneringen. “Ik vertrek met enige weemoed, maar ook met een tevreden gevoel. Mijn opvolger wordt voorzitter van een gezonde vereniging. Alles staat op de rails.’’