Hellen Nooijen met haar hond
Hellen Nooijen met haar hond Foto: sarah klopmeijer

Jullie zijn een camping en een ponykamp locatie. Hoe is Ponyhof Aagtekerke ontstaan? “Ten eerste, wat leuk dat je mij een appje stuurde, ik ken je nog van toen je hier vijftien jaar geleden met je vriendinnen uit Domburg op paardrijles zat."

"Het verhaal start bijna vijftig jaar terug aan de Geschieresweg in Aagtekerke, waar mijn ouders een oude boerderij kochten, met zo’n honderd varkens, kippen en nog andere dieren. Mijn vader Jim wilde weg uit Vlissingen om rustiger te gaan wonen zodat hij, naast zijn baan bij het Loodswezen, duivenmelker kon worden, maar ik geloof niet dat hij ooit een duif gehad heeft,” lacht Hellen.
“In een tijd dat er op Walcheren amper campings waren, kwamen er eerst een caravan en een tentje op het erf te staan; al snel werd de boerderij een echte minicamping.
Maar één van de gasten klaagde dat er niet genoeg te doen was op de camping. Toen besloot mijn vader om pony’s aan te schaffen. Zo ontstond het Ponyhof,” zegt Hellen met trots.

“Buiten zijn en dieren om me heen hebben werd op deze manier eigenlijk mijn jeugd. Ik haalde later mijn instructeursdiploma, reed strandritten voor en na werktijd en gaf in mijn pauzes nog snel wat les. Maar eerlijk: lang heb ik gedacht dat ik het niet zou overnemen. Ik woonde op mezelf in Vlissingen, werkte als manager bij een uitzendbureau en wilde niet vastzitten in een dorp als Aagtekerke. Tot ik Robbert leerde kennen, een stadsmens, een ondernemer met eigen cafés. Maar hij was het die juist riep: ‘Lijkt me heerlijk, zo’n erf met dieren.’ Twee jaar later namen we samen het Ponyhof over.”

Jullie begonnen - en toen volgde meteen een zware periode. Hoe kijk je daarop terug?
“Per 1 januari 2004 stond de overname op papier. We vierden oud en nieuw in de kantine van het Ponyhof en dachten: dit wordt ons jaar. Een paar dagen later lag ik in een ambulance met gillende sirenes op weg naar het Sophia Kinderziekenhuis. Ik bleek het HELLP syndroom te hebben: mijn lichaam stootte het DNA, dus de baby, van Robbert af. Ik was 24 weken zwanger en moest plat blijven liggen tot dat de baby geboren zou worden. Elke extra dag was goed voor de baby, maar slechter voor mij. Bij 27 weken moest ze geboren worden, anders had ik nu hier niet met jou aan tafel gezeten. Annabel werd op 28 januari 2004 geboren, nog geen 550 gram. Maanden in de couveuse, telkens de vraag of ze het ging redden. Intussen zat Robbert in zijn eentje op de boerderij tussen onze verhuisdozen. Van het stadsleven naar modder, paarden en honden die eten moesten hebben; elke dag reed hij op en neer naar Rotterdam. Het was een relatietest en een levensles in één. Pas na ruim een jaar, toen Annabel wat stabieler en sterker werd, kregen we weer lucht en konden we het bedrijf echt gaan opbouwen.”

Wat betekende ‘opbouwen’ in jullie geval?
“Stap voor stap. Het aantal ponykampen uitbreiden, meer strandritten en lessen, en ondertussen verbouwen. De oude huisjes met dunne wandjes maakten plaats voor fijne verblijven; schuren en boxen werden vernieuwd. We groeiden niet in één klap, maar gestaag, elk jaar een stukje. Het erf werd mooier en het gevoel sterker: dit is een plek waar kinderen zich thuis mogen voelen. Tot op de dag van vandaag hoor ik bij het afscheid: ‘Ponyhof is mijn tweede thuis.’ Dan weet ik waarvoor we het doen.”

Waarin verschilt jullie manege van een ‘wedstrijdmanege’?
“Bij ons staat plezier voorop, ‘lol met je knol’, daar ligt de basis. De ziel van Ponyhof zit vooral in het herinneringen maken met pony’s en nieuwe vrienden. En dat elk jaar weer. Vaak komen de ponykampmeiden later ook weer terug als begeleidsters. Ze hebben een eigen “ponyhof-familie.” Met elkaar zwemmen met pony’s in zee, leren springen op de paarden, de ritten naar het strand en foto’s maken van de zonsondergang met de pony’s. Het zijn herinneringen die altijd blijven. En vrienden voor het leven maken."

En je dochters? Zijn die ook veel op de manege te vinden? 
“Annabel is altijd al een paardenmeisje geweest. Ze reed internationale springwedstrijden, werd een aantal keer Zeeuws kampioen en tweede op het NK, maar het meest geniet ze van de strandritten, ponykampen en het zonder zadel zwemmen met haar paard. Ze heeft haar diploma’s en helpt hier veel in de zomer. Liselot was helemaal niet van de paarden en het boerderijleven. Ze wilde altijd naar de grote stad, speelde hockey en ze werd gevraagd als kindmodel. We gingen samen op pad voor shoots en campagnes; het was een hele leuke tijd. Maar tijdens de coronatijd, rond haar dertiende, was het ineens klaar: ‘Mam, ik wil nooit meer voor de camera.’ Punt. En zo gebeurde het ook: na haar 14e heb ik dan ook niet veel foto’s meer van haar, ze was er echt klaar mee. Annabel trok na haar opleiding juist de wijde wereld in: maanden alleen backpacken in Azië, werkt nu met paarden in Australië en gaat straks naar Zuid-Amerika. Zolang ze alles zelf regelt en betaalt, mag ze doen wat goed voelt. Natuurlijk mis ik haar, maar ik ben trots op die zelfstandigheid. In de zomer komt ze twee, drie maanden terug om te helpen bij ons, dat maakt de kring rond.”

Neem ons mee naar je eigen herinneringen aan het erf.
“Herinneringen zijn er genoeg. Mijn oudere zus Moniek eet nu nog steeds geen kip, omdat toen we de boerderij kochten niet alleen heel veel varkens waren maar ook honderden kippen die de boer slachtte. Zij glipte per ongeluk achter de schuur en zag daar allemaal kippen zonder kop rondrennen. En mijn eerste kus was op onze hooizolder met een campingjongen. Het eerste jaar van Robbert en mij hier op het Ponyhof was natuurlijk ook onvergetelijk.”

Genoeg meegemaakt dus en nog een hoop jaren te gaan! Hebben jullie nog toekomstplannen?
“Groot genoeg is groot genoeg. We kunnen makkelijk uitbreiden, maar meer is niet altijd beter. Liever kwaliteit dan kwantiteit: kleine strandgroepen, iedereen herkenbaar, geen massaproductie. Het belangrijkste is dat het persoonlijke blijft. Of Annabel later het stokje overneemt, zien we wel. Misschien komt ze ooit met een cowboy thuis die het hier helemaal ziet zitten, misschien wordt het verkopen of verpachten en loop ik nog een paar jaar mee om mensen wegwijs te maken. Wat er ook gebeurt: ik hoop dat Ponyhof blijft wat het nu is, een plek waar kinderen plezier beleven met anderen en de pony’s.”

En tot slot: met wie zou je zelf nog eens aan de keukentafel willen zitten?
"Met mijn moeder Margreet, daar zou ik nog zo graag een keer mee aan tafel willen zitten. Mijn moeder is overleden in augustus 2010, tijdens de drukke zomer ponykampweken. Ze hoorde in juli dat ze longkanker had en in augustus was ze er al niet meer. Wat had ik af en toe graag haar mening willen horen. Ze was zo trots en gek op Annabel en Liselot. Ze woonde in Vlissingen en vaak zei ze tegen mijn vader: ‘Ik ga even boodschappen doen hoor,' en dan reed ze snel naar Aagtekerke om de meiden even te zien en te knuffelen. Zij was echt een oma die je alle kinderen gunt. Helaas hebben mijn kinderen maar kort van haar mogen genieten. Dat had het mooie plekje dat we hier hebben nog mooier gemaakt. Samen met oma aan de keukentafel.” [n]


DOOR SARAH KLOPMEIJER

Afbeelding