Afbeelding
Foto: Uitgeverij de Bode

Etten-Leurse hoogleraar bekroond met prestigieuze oeuvreprijs: ‘Meten is weten’

Door: Yvonne Vermeulen Algemeen

ETTEN-LEUR - Christa Cobbaert heeft vorige week tijdens het voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) de Gorter en De Graaff-prijs ontvangen. Deze prestigieuze onderscheiding, die slechts eens in de zoveel jaar wordt uitgereikt, erkent haar vrijwel levenslange inzet en pionierswerk op het gebied van klinische laboratoriumgeneeskunde. 
De prijs geldt als een ‘oeuvreprijs’ voor een indrukwekkende wetenschappelijke loopbaan. “Ik wist niet dat ik genomineerd was. Het was een complete verrassing,” vertelt Cobbaert, die pas tijdens het congres hoorde dat zij de prijs in ontvangst mocht nemen. Cobbaert is de eerste vrouw ooit die deze onderscheiding kreeg. Dat maakt de erkenning voor haar extra bijzonder. “Ik heb eerder zelf drie keer de jury voorgezeten voor deze prijs, maar nu stond ik ineens zelf in het middelpunt.”

Cobbaert woont al jarenlang in Etten-Leur, maar werkt doordeweeks vanuit Leiden, waar zij als hoogleraar klinische chemie en laboratoriumgeneeskunde is verbonden aan het LUMC. Haar loopbaan begon in de universitaire ziekenhuizen te Leuven, waar zij werd opgeleid en haar carrière als klinisch bioloog startte. Sinds haar verhuizing naar Nederland in 1992 werkte ze onder andere bij het Erasmus MC en gaf ze leiding aan de fusie van vier klinische laboratoria in Breda, wat later opging in het Amphia Ziekenhuis. In 2009 ging ze terug naar de academische wereld, waar ze zich grotendeels kon richten op onderzoek.

De kern van haar wetenschappelijke werk ligt bij één bijna onzichtbaar onderdeel van de zorg: betrouwbare en nauwkeurige diagnostiek. “Zonder goede testresultaten kan een arts geen juiste diagnose stellen,” legt Cobbaert uit. “Toch zijn veel medische testen afhankelijk van de fabrikant of het laboratorium dat ze uitvoert. Die variatie kan enorme gevolgen hebben voor patiënten.”

Daarom zet Cobbaert zich in voor wereldwijde standaardisering van laboratoriumtesten, zodat resultaten wereldwijd vergelijkbaar zijn. Dat klinkt eenvoudig, maar is technisch uiterst complex. Ze haalt een bekend voorbeeld aan: het PSA-gehalte bij mannen, dat iets zegt over de kans op prostaatkanker. “De huidige testen meten mengsels van verschillende PSA deeltjes, proteovormen, en kunnen het onderscheid niet maken tussen goedaardige prostaatvergroting en kwaadaardige prostaatkanker. Dat belemmert vroegtijdige en juiste diagnose.”

Een belangrijk onderdeel van haar visie is de verschuiving van reactieve naar preventieve gezondheidszorg. “Meten is weten,” stelt ze nadrukkelijk. Cobbaert pleit voor bredere screenings, zoals een uitgebreidere hielprik voor pasgeborenen, waarbij ook zeldzame erfelijke metabole ziekten in een vroeg stadium opgespoord kunnen worden. “Kinderen zoals Jelte, bekend van Serious Request, hebben vaak maar kort te leven. Door eerder te testen, kunnen artsen de diagnose vroeger stellen en de behandeling tijdig sturen voordat er grote orgaanschade optreedt. Daarmee voorkom je veel leed.”

Ook benadrukt ze de noodzaak van samenwerking tussen verschillende disciplines: klinisch chemici, immunologen, microbiologen, metrologen en technologie-experts. “De geneeskunde kan veel leren van de techniek. Kijk naar wat bedrijven als ASML presteren; dat soort vernuft moeten we ook in de gezondheidszorg gebruiken.”

Cobbaerts werk bevindt zich op het snijvlak van wetenschap, technologie en de kunst van het meten — metrologie. “We proberen niet alleen beter te meten, maar ook persoonlijker,” zegt zij. “Ieder mens is immers anders. Wat in het bloed circuleert, is uiterst complexe en persoonlijke chemie. Je moet verder durven kijken dan de hedendaagse testen. Technologie, wetenschap, moleculair meten én samenwerking zijn nodig om uiteindelijk tot gepersonaliseerde en tijdige zorg te komen.”[n]