
'Ik realiseer me meer dan ooit: vrijheid is niet vanzelfsprekend'
Etten-Leur – Jos Wagemakers (89), geboren en getogen in Etten-Leur en al jaren woonachtig in Hoeven, herinnert zich nog levendig de periode van 80 jaar geleden, toen Etten-Leur en later heel Nederland werd bevrijd. Als kind stond hij niet dagelijks stil bij de oorlog, maar de gebeurtenissen lieten onmiskenbaar hun sporen na.
DOOR RENÉ MENSEN
De jeugd
Jos groeide op in een huis vlak bij het Paulushofje, samen met zijn ouders en zusje. Zijn vader was wagenmaker en had een goedlopende werkplaats. “De Duitse bezetter maakte ook dankbaar gebruik van zijn vakmanschap,” vertelt Jos. “Overigens werd er gewoon voor betaald, het was goede handel.” Toch voelde het gezin de dreiging van de oorlog. “We zijn een tijdje naar mijn grootouders in Hoeven gevlucht, dat voelde veiliger.”
Nog nooit zo’n harde knal gehoord
Sommige oorlogsmomenten staan hem nog scherp voor de geest. “Op een dag vloog er een vliegtuig over en mijn vader zag dat er iets uitgeworpen werd boven de Oude Bredaseweg. Hij haalde ons snel naar buiten om te kijken. We hoorden een oorverdovende knal. Een bom was precies achter het gemeentehuis terechtgekomen. Als die een paar seconden eerder was gevallen, was het gemeentehuis volledig verwoest geweest, met alle mensen erin.”
Invorderen
Ook de vorderingen door de bezetter waren een ingrijpende ervaring. “Mijn vader begreep dat de Duitsers fietsen kwamen opeisen. Hij verstopte snel onze fietsen in de sloot achter de werkplaats. Ze hebben ze niet gevonden.” Jos lacht even bij een andere herinnering: “De Duitsers vorderden ook paarden. De melkboer had een kar met een pony ervoor. Die pony was echter zo oud dat hij waarschijnlijk al bij de eerste de beste rit door zijn hoeven is gezakt.”
Bevrijding
In oktober 1944 werd Etten-Leur eindelijk bevrijd. Jos herinnert zich de geallieerde soldaten die met hun wapens in de aanslag door het dorp trokken, nog steeds op hun hoede voor eventuele hinderlagen. Gelukkig bleef het rustig. Het echte bevrijdingsfeest kwam in mei 1945. “De vreugde die toen losbarstte was ongekend. Als kind besefte je misschien niet alles, maar de blijdschap van de volwassenen werkte aanstekelijk. Overal muziek, feestvierende mensen, de vrijheid werd echt gevierd.”
Vrienden
Jos speelde als kind veel met zijn vrienden Jos Martens en Jos de Zwart. “Jos Martens was later een wandelende encyclopedie. Hij wist alles van vroeger en had ook alles keurig gedocumenteerd.” Bij Jos de Zwart hielden militairen zich schuil in een schuurtje bij de smederij. “Dat vonden wij als kinderen ontzettend interessant. We zagen daar Engelsen, Canadezen en Schotten. Ze maakten in opengewerkte benzineblikken kleine vuurtjes waarop ze hun eten kookten. Wij mochten altijd mee-eten.”
Stiekem vissen
Jos herinnert zich nog een bijzonder voorval: “Wij -de drie Jossen- gingen uit de vijver van de buren visjes scheppen met een bekertje. Dat ging natuurlijk niet en we mochten ook niet bij die vijver komen. Uiteindelijk belandde ik in de vijver. Gelukkig had Jos de tegenwoordigheid van geest om hulp te halen, want anders had ik het niet na kunnen vertellen.”
Vrijheid
Nu, tachtig jaar later, blikt Jos met gemengde gevoelens terug op die tijd. “Het was een bijzondere periode en de bevrijding was een onvergetelijk moment. Ik realiseer me meer dan ooit: vrijheid is niet vanzelfsprekend.[n]