De nieuwste aanwinst
De nieuwste aanwinst Foto: René Mensen

'Deze machine stond op de Mark Twain, een boot die helaas is uitgebrand'

ETTEN-LEUR – Hij is bijna 83, maar zijn passie voor techniek is nog net zo levendig als toen hij een jongetje van vijf was. Rien van Osch, eigenaar en oprichter van het Museum voor Stoommachines en Verbrandingsmotoren in Etten-Leur, is een monument op zichzelf. Met een levenslange ervaring in de techniek en een indrukwekkende verzameling werkende machines, heeft hij een waar pareltje van een museum gecreëerd – in zijn eigen achtertuin.


DOOR RENÉ MENSEN


Het museum, gelegen achter het woonhuis van de familie Van Osch, is een ware schatkamer voor liefhebbers van techniek, historie en mechanica. Hier staan geen stoffige objecten achter glas, maar imposante, werkende machines die op speciale dagen tot leven worden gebracht. Rien: “Ik vind het belangrijk dat mensen kunnen zien én horen hoe zo’n machine werkt. Dat maakt indruk. Techniek moet je beleven.”


Generaties van vakmanschap

De liefde voor techniek zit diep geworteld in de familie Van Osch. Het begon bij Riens grootvader, die in Tilburg een koperslagerij en ijzersmederij runde. Zijn vader legde zich toe op fietsen, motoren en reparatiewerk. Rien zelf verhuisde in 1969 van Tilburg naar Etten-Leur en begon hier een eigen bedrijf in motorenrevisie, autoschadeherstel, berging en machinehandel. Het museum is het logische vervolg op een leven vol technische creativiteit en vakmanschap.


Monumentale machines

Wie het museum betreedt, komt ogen tekort. Eyecatchers als een 100 pk sterke verbrandingsmotor of de imposante Werkspoor A-frame uit 1926 – een verticale, watergekoelde viertaktmotor van 8600 kilo – maken meteen indruk. “Hij loopt nog steeds als een zonnetje,” lacht Rien trots. Alles is werkend te bewonderen en dat maakt dit museum uniek in zijn soort.


Een recente aanwinst is een bijzondere Amerikaanse stoommachine uit 1896, die jarenlang dienst deed op een rivierstoomboot op de Mississippi. Frank Maas, vrijwilliger en gids in het museum: “Deze machine stond ooit op de Mark Twain, een boot die in 1999 helaas is uitgebrand in Amsterdam. De machine is daarna volledig gerestaureerd en staat nu hier te schitteren. Een prachtige aanvulling op onze collectie.”



Beleving staat centraal

Hoewel het museum kleinschalig is, is de impact groot. Bezoekers komen van heinde en verre, juist omdat de collectie niet alleen bewaard maar ook werkend wordt gepresenteerd. Door milieuregels is het gebruik van echte stoom beperkt geraakt – rook bij het opstoken van de ketel bleek niet meer toegestaan. Maar Rien en zijn team vonden creatieve oplossingen, zodat het spektakel behouden bleef zonder luchtvervuiling.

“Er zijn veel machines waarvan men denkt dat ze niet meer aan de praat te krijgen zijn,” vertelt Rien. “Maar ik weet dat het lukt. Ik geef niet op. Dat is mijn kracht. En als het dan draait, ben ik stiekem toch wel trots.”


Slechts zes open dagen per jaar

Het museum is 5 à 6 keer per jaar geopend voor publiek, op zaterdagen. Dit heeft alles te maken met de complexiteit van het werkend houden van de collectie en de beschikbaarheid van deskundige vrijwilligers. Tijdens de draaidagen worden de machines live gedemonstreerd en krijgen bezoekers uitleg van mensen met echte liefde voor techniek.


De toegang is gratis, maar een vrijwillige bijdrage wordt gewaardeerd. Zo helpt u mee aan het behoud van dit unieke stukje industrieel erfgoed in Etten-Leur. De eerstvolgende draaidag is zaterdag 5 juli.[n]

Een van de pronkstukken