
Streekdracht Tholen bij Vrouwenvereniging St. Philipsland
SINT PHILIPSLAND - Het bestuur van de vrouwenvereniging Vrouwen voor Vrouwen Sint Philipsland had vorige week woensdagmiddag de Streekdrachtgroep Tholen uitgenodigd in De Wimpel in Sint Philipsland. Ook de leden van andere vrouwenverenigingen in Sint Philipsland en Anna Jacobapolder hadden een uitnodiging gekregen.
Voorzitter Riet Wisse heette de prachtig aangeklede dames en heren van de groep van harte welkom. Onder leiding van mevrouw Moerland, zelf gestoken in een groenzijden trouwkostuum met een Thoolse kanten muts, showden de aanwezige dames en heren hun kostuum, terwijl alles werd verteld en uitgelegd over de tijd waarin de kostuums gedragen werden, waar de stof vandaan kwam, en dat het kant van de mutsen in Beveren, Belgiƫ, werd geklost. Er waren prachtige mutsen te zien. Het eerst getoonde boerenmannenkostuum gaf de streekdracht van begin 1800 weer met een klepbroek met zilveren stukken, blauwe wollen kousen en met, afhankelijk van de boerenstatus, een hoge of een lage pet. Een ander kostuum liet een statige heer van rond 1900 zien, met lakense jas, streepjesbroek en bolhoed. Hij droeg een prachtig zilveren horloge, mooie dasspeld met zeeuwse knop en reverspeld met zeeuwse knop en hoefijzer. Ook de visserman was erbij, met Thoolse trui (elk dorp had zijn eigen, herkenbare patroon), bombazijnen broek met zilveren stukken en gouden oorring. De dames van de groep lieten een mooi beeld zien van het verschil tussen boerendracht en burgerdracht en hoe de streekdracht veranderde door de jaren heen van meer kleur naar zwart, toen zwarte stof goedkoper werd. De vrouwen droegen in de winter 3 of 4 katoenen en wollen onderrokken tegen de kou. Onder veel hilariteit werden boven- en onderrokken opgetild om te laten zien dat ook het lange ondergoed uit vervlogen tijden kwam. Ook leuk was de uitleg over het bezembandje, wat onder aan de bovenrokken werd bevestigd om de zoom te beschermen tegen slijtage en vuil.
Er werden zo veel sieraden gedragen, Thoolse gouden krullen van vierkant draad gedraaid, mutsspelden met prachtige knoppen, en bellen met granaten en bloedkoraal, oorbellen, kettingen, koordschuivers, zakhorloges. Tijdens de rouwdracht mocht geen goud gedragen worden, en droeg men een zwart stenen ketting of gitten. Zelfs het ondergoed was zwart. Het enige wit was de muts, zonder kant, die vanonder het rouwhoedje kwam.
De werkdracht voor vrouwen was eenvoudig, inclusief een multifunctioneel schort en een haakmutsje. Aan het haakmutsje kon je zien van welk dorp iemand kwam.
De groep vindt het belangrijk dat de kennis hierover niet verloren gaat en zoekt vrijwilligers die dit uit willen blijven dragen. Zij zijn trots op hun cultureel erfgoed.
Het was een prachtige, gezellige middag waarin de aanwezige dames volop genoten van deze streekdrachtgroep en de manier waarop zij zich presenteerde. Secretaris Marja Noorthoek bedankte de dames en heren van de groep voor deze geslaagde presentatie.[n]