Afbeelding
Foto: Wies van Erp

Meerkampster Amy Hasselton droomt na brons op NK van EK-deelname

Door: Wies van Erp Sport en vereniging

ROOSENDAAL - Een derde plek op het Nederlands kampioenschap atletiek. Voor de 24-jarige meerkampster Amy Hasselton voelde het als bevestiging, maar wel een waar ze heel blij mee is: “Ik wist dat een podiumplek mogelijk moest zijn. Maar in een meerkamp weet je nooit wat er gebeurt, vertelt ze opgelucht.”

Hasselton, geboren en getogen in Roosendaal, begon haar atletiekloopbaan bij Atletiekvereniging Thor. Tot haar vijftiende droeg ze daar het clubtenue. Inmiddels komt ze uit voor Atletiekvereniging Sprint, waar ze traint en haar ambities verder vormgeeft. Naast haar sportieve carrière werkt ze bij Aleco in Roosendaal, een combinatie die discipline en planning vraagt.

Onvoorspelbare puzzel

De meerkamp is bij indoorwedstrijden een vijfkamp: 60 meter horden, hoogspringen, kogelstoten, verspringen en 800 meter. “Het gaat eigenlijk nooit precies zoals je wilt,” legt Hasselton uit. “Je kunt drie keer ongeldig springen bij ver, of bij hoogspringen je aanvangshoogte missen. Er is altijd wel ergens een teleurstelling. Dan moet je snel kunnen schakelen.” Juist op dat mentale vlak heeft ze het afgelopen jaar grote stappen gezet. “Vroeger was ik meer bezig met: ik moet zoveel punten halen, dan sta ik op het podium. Nu focus ik me op mijn taken. Als ik mijn taken goed uitvoer, moet ik daar tevreden mee zijn. Het resultaat volgt.” Die benadering wierp zijn vruchten af op het NK. Met een constante reeks prestaties pakte ze brons. “Uiteindelijk moet je het wel doen op de dag zelf. Dat ik nu met een medaille sta, is echt een bevestiging.”

Trainen, werken, herstellen

Hasselton traint vijf dagen per week, goed voor zo’n vijftien uur. Vaak zijn het lange combinatiesessies. “Woensdag begin ik om half tien met speerwerpen, daarna een 200-meterschema en krachttraining. Dan ben je tot een uur of twee bezig.” Door slim te plannen creëert ze ruimte om te werken. “Soms train ik langer, zodat ik andere dagen volledig kan werken. Die combinatie geeft ook rust. Bij Aleco krijg ik die ruimte en flexibiliteit, dat is enorm fijn.”

Dat doorzettingsvermogen bleek ook tijdens het NK. Bij het hoogspringen kampte ze met pijn aan haar afzetvoet. “Hoogspringen is mijn tweede onderdeel. Ik maakte wat foutjes en had drie pogingen nodig op mijn aanvangshoogte. Dan weet je: nog één misser en je ligt eruit.” Ze beet door en maakte de meerkamp af. “Daar ben ik misschien nog wel het meest trots op. Je komt jezelf snel tegen in een meerkamp. Iedereen heeft sterke en zwakke onderdelen. Het belangrijkste is dat je bij jezelf blijft.”

Pas voor de afsluitende 800 meter kijkt ze naar de tussenstand. “Dan weet je: kan ik nog iemand inhalen of moet ik iemand achter me houden? Maar tot dat moment probeer ik zo min mogelijk met anderen bezig te zijn.”

Meer dan een ranglijst

De meerkamp wordt binnen de atletiek vaak met respect bekeken, maar krijgt volgens Hasselton niet altijd de aandacht die het verdient. “Het koningsnummer is de 100 meter. Maar de meerkamp brengt alles samen: sprint, sprong, werp en duur. Soms is het een beetje het ondergeschoven kindje. Binnen het wereldje is er gelukkig veel waardering.”

Wat de discipline extra bijzonder maakt, is de paradox tussen prestatie en klassering. “Je kunt een fantastische wedstrijd draaien en tóch lager eindigen dan je hoopte. Andersom kun je winnen met een matige score. Voor mij draait het om het puntentotaal. Als je met een hoog aantal punten eerste wordt, dan heb je het echt goed gedaan.” Daar ligt ook haar persoonlijke stip aan de horizon: de magische grens van 6.000 punten. “Dat is wel een droom. Als je twee keer rond die 6.000 punten scoort, vergroot je de kans op deelname aan een EK. Maar die eerste stappen zijn het belangrijkst.”

Internationale ervaring

Die stappen zet ze onder meer op internationale toernooien. Binnenkort staat een wedstrijd in Brescia op het programma, onderdeel van de World Athletics Combined Events Tour. “Dat is een bronzen wedstrijd binnen de serie internationale wedstrijden. Je komt daar meerkampers uit heel Europa tegen, soms zelfs uit Amerika. Iedereen in de meerkampwereld kent die wedstrijden.”

Na Italië richt ze zich op het NK outdoor, waar de meerkamp uit zeven onderdelen bestaat, verspreid over twee dagen. “Indoor doe je vijf onderdelen op één dag. Outdoor komen speerwerpen en de 200 meter erbij. Dat maakt het fysiek nog zwaarder.”

Droom op de achtergrond

Haar ultieme droom? Een startbewijs voor een Europees kampioenschap. “Maar ik zeg altijd: eerst doen wat ik moet doen. Vanuit daar groeien. Dan zie je wel waar het schip strandt.”