Na 22 jaar is Paul Klaver raadslid af: ‘Dit kon dankzij mijn thuisfront'
ROOSENDAAL - Dinsdag 31 maart nam burgemeester Mark Buijs afscheid van alle 21 vertrekkende raadsleden, onder wie Paul Klaver die met een onderbreking van twee jaar 22 jaar raadslid was voor de PvdA, resp. Groen Links-PvdA. Geen lintje voor Paul, want dat had hij al. De burgemeester roemde Pauls’ grondige, analytische aanpak van met name de grote dossiers en de ‘excellentie’ van zijn betogen. Niet vreemd voor een advocaat. Hij prees verder zijn intentie om de besluitvorming en vooral Roosendaal beter te maken. Die geroemde dossierkennis was ook wel eens een nadeel. Toehoorders die daar niet over beschikten haakten wel eens af: te complex. Bij het afscheid keken velen uit naar Pauls’ laatste woorden, maar die kwamen niet.
DOOR EWALD SIEBEN
Waarom eigenlijk niet?
“Ik had daar niet zo behoefte aan. Het moet niet om mij gaan. Wat ik mezelf niet vergeef, is dat ik mijn gezinsleden niet heb bedankt. Zonder mijn partner Annemarie en onze twee jongens had ik dit geen 22 jaar volgehouden. Zij waren het thuisfront dat dit mogelijk maakte. Daar ben ik hen dankbaar voor. Bij deze.”
Wat blijft je het meest bij van die 22 raadsjaren?
“Dat het werk nooit “af” is. In 2002 startte ik, tegelijk met de invoering van het dualisme. Het idee was helder: een sterke, onafhankelijke raad met kritische fracties die niet vastgebakken zitten aan hun eigen wethouders. Maar eerlijk gezegd zijn we weer te monistisch geworden.”
Wat bedoel je daarmee?
“De raad leunt te veel mee met het college van burgemeester en wethouders. Terwijl we juist drie rollen scherper moeten invullen: volksvertegenwoordiger, randvoorwaarden aangeven (kadersteller) en controleur. En als volksvertegenwoordiger heb je ook een ombudsfunctie die zegt dat je zichtbaar, bereikbaar, aanspreekbaar moet zijn voor de bevolking.”
Hoe kan dat beter?
“Door duidelijke, lange termijn doelen te stellen en daaraan vast te houden. Minder incidentenpolitiek, meer koers houden. En door meer gebruik te maken van deskundigheid, zowel binnen als buiten het stadhuis.”
En het dualisme?
“Wat veel mensen niet weten is dat de gemeenteraad het hoogste orgaan is. Gedraag je daar dan ook naar. Wees een stevige, maar constructieve partner van het college van burgemeester en wethouders. Durf het verschil te maken, zonder tegenstellingen op te blazen.”
Je noemt ook samenwerking.
“Zeker. Werk als raad samen, over de partijbelangen heen. En kijk verder dan Roosendaal: de delta met Vlaanderen, Zeeland, Brabant en Zuid-Holland. Daar liggen gezamenlijke opgaven en kansen.”
Wat vraagt dit van de relatie met inwoners?
“Meer de verbinding zoeken. De lage opkomst is het gevolg van een afnemend vertrouwen in de plaatselijke politiek. Dat is zorgelijk. Betrek inwoners en ondernemers veel eerder bij plannen en neem ze serieus. Een eerlijke participatie is essentieel. Duidelijk aangeven waar men wel en geen invloed op heeft.”
Tot slot: wat wens je de raad?
“Wees zichtbaar, positief en benaderbaar. Geef het goede voorbeeld. Als raad kun je het verschil maken, waardoor mensen weer aanhaken.”
En de gemeente Roosendaal?
"Roosendaal heeft alles in zich om een sterke gemeente te zijn, maar dat vraagt keuzes. Minder korte termijn, meer koers. Investeren in economie, leefbaarheid en gelijke kansen. En vooral: samenwerken, zowel binnen de raad, met het college als met de regio. Als we dat doen, kan het vertrouwen terugkomen. Daar zit de echte opgave.”[n]