
Weetjes van de Wal door de Brabantse Veldganger
Door: José van der Wegen RubriekToen ik deze reeks aftrapte zei ik al dat de Brabantse Wal, een Natura 2000-gebied is. Bij zo’n gebied horen zogenaamde ‘instandhoudingsdoelstellingen’, prima scrabblewoord nietwaar? Je kunt hierbij denken aan types natuur, maar ook soorten vogels of amfibieën. Deze soorten komen niet ‘uit de lucht vallen’, hun aanwezigheid zegt namelijk direct iets over de staat van het natuurtype wat ze nodig hebben.
Ik focus me voor nu even op de vogels. Naast de Zwarte Specht die ik al eens beschreven heb in deze column, zijn er nog meer gevederde doelsoorten. Wat te denken van de schattige Dodaars, de kleinste futensoort? Niet alleen zo schuw als een paard, maar ook met als kenmerkend geluid een hoog ‘gehinnik’. Je vind ze vaak op vennen, als ze nog niet weg gedoken zijn tenminste. Hun neefje, de geoorde fuut, is eveneens doelsoort en heeft gek genoeg geen oren. Wel een hele mooie gouden waaier van kleine veertjes die beginnen achter zijn knalrode oog, de naam is dus toch nog ergens terecht. Van gouden oren naar een dief, en wel de Wespendief. Een vogel die zijn naam eer aan doet. Misschien dat we er meer van gaan zien nu hij ook Aziatisch blijkt te eten. Een prachtige roofvogel die ik zelf nog amper heb mogen spotten. Al haal je hem als beginnende spotter makkelijk door de war met andere roofvogelsoorten, zeker op afstand. Makkelijker is het als de vogel in kwestie even een alarmroep geeft, dan hoor je een soort overslaande buizerd. Een roep die doet denken aan een ouderwetse westernfilm.
Over bijzondere vogelgeluiden gesproken, de volgende klinkt als een opgevoerde kikker in de avondschemer. ‘Overdag is hij verkleed als een hoopje droge takjes, maar ’s nachts is hij een vernuftig acrobaat’, zou Jambers over deze Nachtzwaluw gezegd kunnen hebben. Deze vogel heeft camouflage naar een hoger niveau getild, je ziet hem dus eerder in vlucht. Tijdens een avondwandeling op het scheiden tussen bos en hei heb je de grootste trefkans. Ik ben hem eens tegengekomen in de voormalige Boudewijngroeve bij Ossendrecht, kort voordat een bosuil (geen doelsoort overigens) me beu was als pottenkijker en me met schijnaanvallen het terrein af joeg. De liefde is niet altijd wederzijds.
Dit was het weer.
Tot de volgende keer.
Met groet,
De Brabantse Veldganger