Wijnand Fayaart heeft zijn laatste rit gereden.
Wijnand Fayaart heeft zijn laatste rit gereden. Foto: Johan Wagenmakers

80-jarige buurtbuschauffeur stopt noodgedwongen: ‘Het was zeer dankbaar werk en ik heb het altijd graag gedaan’

Door: Johan Wagenmakers Algemeen

OUD GASTEL/ROOSENDAAL - Na twintig jaar met veel plezier met de buurtbus te hebben gereden, heeft Wijnand Fayaars op donderdag 5 maart zijn laatste rit gemaakt. Omdat hij een dag nadien de leeftijd van 80 jaar heeft bereikt moet hij noodgedwongen stoppen. De Bode vergezelde hem tijdens zijn laatste kilometers. “Deze dag voelt een beetje rot. Ik heb het altijd graag gedaan. Je wordt zo oud nu,” verzucht hij. 

Wijnand is geboren in De Heul, destijds gemeente Etten-Leur en nu een straat in Hoeven. “Daar heb ik 35 jaar gewoond, daarna 20 jaar in Oud Gastel en nu al weer 29 jaar in Roosendaal.” Samen met zijn vrouw heeft hij twee dochters en drie kleinkinderen. Van beroep was hij vrachtwagenchauffeur. “Op diverse plekken, daar waar ze het meeste betaalden haha.” Rond zijn veertigste was hij het sturen beu en ging in de logistiek werken. “Dat was bij Holcim betoncentrale in Oudenbosch. Op mijn 59ste kon ik met een speciale regeling in de VUT, maar mocht tot mijn 65ste niet bijverdienen. Zo ben ik als vrijwilliger de buurtbus gaan rijden en dat ben ik altijd blijven doen.”

Verveelt niet

De buurtbussen zijn bussen voor maximaal acht personen, worden gereden door vrijwilligers, vallen direct onder Arriva en rijden dagelijks volgens een vaste dienstregeling een vaste route. Op deze manier blijven de kleinere en afgelegen dorpen bereikbaar voor het openbaar vervoer. “Ik rij route 213 die begint in Oud Gastel en via Kruisland, Steenbergen, Welberg, Moerstraten, Heerle naar het keerpunt in Wouw gaat. Dat is bij elkaar 35 kilometer en daar rijden we een klein uurtje op. Dan de weg terug naar Oud Gastel en daarna rijd ik nogmaals dit traject. Het verveelt niet.” Deze laatste dag van Wijnand is het niet druk met passagiers. “We kennen een wisselende bezetting. Vooral in de ochtend kan het druk zijn met schooljeugd. Overdag zien we veel ouderen. Als het slecht weer is merken we dat ook. In al die jaren heb ik maar één keer gehad dat er niemand meereed.” Buurtbus 213 rijdt op werkdagen tussen  07.00 uur en 18:00 uur. “In het weekend rijden we niet. Je wordt een keer per week ingepland voor vier uur per dag. Ik reed het liefst altijd vroeg, maar de laatste tijd meer overdag. 

Bulten 

De haltes op de route weet Wijnand blindelings te vinden. “Ik mis er nooit een! De passagiers staan te wachten of steken de hand op. Ooit ben ik iemand bewust voorbij gereden. Kreeg ik later een telefoontje van Arriva dat ik iemand had laten staan. Nee, zei ik die persoon was te lui om op te staan of zelfs maar een teken te geven.” Een vervelend incident staat hem ook nog bij. “Een jaar of vijf heb ik de route Bosschenhoofd gereden en daar stapte een drugsverslaafde in die alle passagiers lastig viel. Gelukkig is hij door een medepassagier eruit gezet.” De vele bulten in de weg vindt Wijnand het ergste. “Die zijn verschrikkelijk. Ik heb ze nooit geteld, wil het niet weten ook, maar het zijn er veel.” De verkeersreglementen goed kennen is volgens Wijnand wel handig. “Afsluitingen krijgen we keurig van Arriva door. Verder rij ik altijd met een begrenzer die de snelheid in de gaten houdt. De eerste bekeuring wordt betaald, maar daarna zijn alle bekeuringen voor jezelf. Nee, ik ben nooit bekeurd,” lacht hij. Inchecken gaat erg gemakkelijk. “Het zijn dezelfde tarieven als van de ‘grote’ bussen, alles gaat elektronisch. Vroeger zaten we constant met zo’n geldbak te stoeien.”

Praatje

Nu zijn wekelijkse ritje stopt heeft Wijnand nog meer tijd voor zijn grote liefhebberij: handboogschieten. “Dat doe ik al vanaf mijn 11de jaar.” Ritjes op de fiets doet hij ook graag. “Per jaar zo’n 8 à 9000 kilometer. Mijn vrouw kan helaas niet meer meefietsen. Ik fiets nu wel elektrisch en kijk graag een beetje rond in de omgeving.” Wijnand heeft het als zeer dankbaar werk ervaren en sommige mensen vervoerde hij al twintig jaar. “Laatst stapte er een vrouw met een klein kind in en vroeg aan mij of ik haar nog kende. Bleek dat ze als scholiere jarenlang met mij meegereden was. Het praatje met de andere chauffeurs en de mensen in de bus ga ik zeker missen,” zegt hij tot slot.