De Petruskerk
De Petruskerk Foto: René Mensen

Column René Mensen:
Even iets opbiechten

Met het sluiten van de Petruskerk en de Lambertuskerk verdwijnt opnieuw een stukje van het vertrouwde gezicht van Etten-Leur. Voor velen roepen deze kerken herinneringen op aan een tijd waarin geloof, school en gemeenschap nauw met elkaar verbonden waren. In deze eenmalige gastcolumn haalt René Mensen met warmte, humor en een vleugje nostalgie herinneringen op aan zijn jeugd rond de Petruskerk op de Leur.


"In mijn tienerjaren, ergens tussen 1960 en 1970, speelde mijn leven zich grotendeels af tussen de Petrus en Paulusschool op de Leur en de Petruskerk er vlakbij. Eigenlijk hoefde ik alleen maar van schoolbank naar altaar te lopen — en soms andersom als ik straf had gekregen.


De Petrus en Paulusschool was toen nog een echte jongensschool. Tot op een dag in de vierde klas bij meneer Hanegraaf plotseling een meisje binnenkwam. Eén meisje. Uit Zeeland nog wel, afkomstig van het schippersinternaat Don Bosco. Je voelde de paniek bijna door het schoolbord trekken. Dertig jongens die ineens rechtop gingen zitten, hun haren gladstreken en spontaan vergaten hoe je een propje met een elastiek schoot. Het was het begin van de gemengde klassen. Een historische gebeurtenis op de Leur, ongeveer vergelijkbaar met de eerste maanlanding.


In de kerk zwaaiden Pastoor Mouwen en kapelaan De Jong de scepter. Kapelaan De Jong was modern. Een open man. Revolutionair bijna. Hij nam ons als misdienaars mee naar Breda… met de trein! Mijn eerste treinreis ooit. Tegenwoordig stappen kinderen van drie zonder emotie in een intercity naar Disneyland, maar toen voelde Breda ongeveer als het einde van de bekende wereld.


Pastoor Mouwen was van een ander kaliber. Streng, statig en altijd wrijvend in zijn handen, vooral wanneer zijn kazuifel van die enorme mouwen had. Alsof hij permanent plannen stond te smeden. Achteraf vermoed ik dat hij persoonlijk verantwoordelijk was voor de bevolkingsgroei op de Leur.


Mijn moeder vertelde later dat de pastoor na iedere geboorte trouw op bezoek kwam. Officieel om te feliciteren, maar eigenlijk vooral om voorzichtig te informeren wanneer nummer zes eraan kwam. Na kind nummer vijf -ik dus- vond mijn moeder het eigenlijk wel mooi geweest. Maar Pastoor Mouwen gaf niet snel op. Uiteindelijk bleef de teller steken op acht kinderen. Negen jaar vrijwel onafgebroken zwanger. Tegenwoordig zouden daar realityseries over gemaakt worden.


Als misdienaar maakte je alles mee: dopen, begrafenissen en vooral bruiloften. Bij een huwelijk liep na afloop de priester plechtig naar de sacristie, gevolgd door het bruidspaar en de koster. Wij misdienaars stonden keurig langs de muur opgesteld als een soort katholieke erehaag.


Dan gebeurde het mooiste moment van de dag: de bruidegom stopte je stiekem wat geld toe. Meestal verdween dat direct in de handen van de koster, zogenaamd voor het jaarlijkse misdienaarsuitje. Een constructie waar tegenwoordig minstens drie accountants en een onderzoekscommissie op zouden worden gezet.


Maar op een dag kreeg ik iets bijzonders in mijn hand gedrukt: een papieren rijksdaalder. Een fortuin. Nog vóór de koster bij mij was, had ik het biljet al in mijn broekzak laten verdwijnen. En geloof me: dat is topsport met een superplie aan.


Toen de koster mij aankeek, haalde ik mijn schouders op alsof ik van niets wist. Daar stond ik dan: een jonge katholieke crimineel met tweeënhalve gulden op zak. Ik voelde me schatrijk… én onmiddellijk een beetje schuldig.


Ik heb het nooit opgebiecht. Zó moedig was ik nou ook weer niet.

Maar vergeten? Nooit."


QUOTE 'Toen de koster mij aankeek, haalde ik mijn schouders op alsof ik van niets wist'