
Jullie vieren 12,5 jaar Martwienkel. Een mooie mijlpaal, hoe is het idee eigenlijk ontstaan?
Johan: “Het begon eigenlijk heel ergens anders. Ik heb 35 jaar in de staalhandel gewerkt. Ik verkocht staal door heel Nederland en België. Op een gegeven moment stopte dat bedrijf. Toen dacht ik: ik ga nooit meer voor een baas werken. Ik had goede en slechte ervaringen gehad, maar ik wilde het anders doen.”
“Ik ben toen voor mezelf begonnen, ook weer in de staal. Dat liep goed, maar het echte idee voor de winkel kwam heel onverwacht. Er stond hier in het dorp een pand leeg, midden in het centrum. Dat had altijd een winkelfunctie gehad. En ik dacht: wie begint er nou nog een winkel in deze tijd? Maar tegelijkertijd bleef dat pand in mijn hoofd zitten.”
En toen kwam het idee?
Johan: “Toen Ans en ik in het centrum liepen en het pand zagen, bleven we er maar over praten. We hebben een dochter met een verstandelijke beperking. Zij zat op een dagbesteding waar ze mooie dingen maakten. Toen dacht ik: waarom combineren we dat niet? Een winkel met producten van mensen met een beperking, aangevuld met een kringloopconcept. Ik kwam in veel kringloopwinkels omdat ik jarenlang Nederlandstalige singles verzamelde.”
“Maar wat me altijd opviel: het was vaak rommelig. Ik dacht: dat kan anders. Netjes, overzichtelijk, bijna als een gewone winkel. Dat idee liet me niet meer los.”
Ans, hoe keek jij daar toen naar? Wat was jouw achtergrond?
Ans: “Heel anders dan die van Johan. Ik was eigenlijk altijd thuis. Ik zorgde voor de kinderen, deed mantelzorg voor mijn moeder en schoonvader. Toen dat wat minder werd, kreeg ik meer tijd. Ik ging een paar dagen werken op een peuterspeelzaal. Dus toen Johan met dit idee kwam… ja, was dat wel even schakelen. Hij zat al drie stappen verder terwijl ik nog dacht: waar beginnen we aan?”
Johan (lacht): “Dat klopt wel ja. Ik moest haar echt overtuigen.”
Hoe snel ging het daarna?
Johan: “Heel snel. Binnen twee weken had ik een compleet plan in mijn hoofd. We zijn gaan kijken naar het pand en hebben met de verhuurder en de makelaar gesproken. We hebben flink geïnvesteerd, grotendeels met eigen geld. Het pand moest volledig verbouwd worden: toegankelijk voor mensen met een beperking, een kantoor, een werkruimte, alles. We begonnen in samenwerking met een grote zorginstelling, SDW. Zij leverden cliënten en begeleiding, wij de plek en de winkel. Dat werkte in het begin goed.”
Maar dat veranderde?
Johan: “Ja, na twee jaar trokken zij zich plotseling terug. Midden in de zomervakantie werd het contract eenzijdig opgezegd. De cliënten kwamen niet meer terug. Dat was echt een klap. Toen moesten we schakelen. We hebben besloten: dan gaan we het zelf doen. Maar dat betekende dat we ineens een zorginstelling moesten worden, met alle regels en papieren die daarbij horen.”
Wat kwam daar allemaal bij kijken?
Johan: “Meer dan je je kunt voorstellen. Denk aan registraties, kwaliteitseisen, administratie, controles… Het is niet zomaar een winkel met een zorgfunctie. Wij zijn echt een kleinschalige zorginstelling met een winkelformule. We moesten ons verdiepen in wetgeving, geldstromen, en hebben bijvoorbeeld ook een ANBI-status aangevraagd.“
Ans: “En ondertussen moest de winkel gewoon doordraaien.”
Hoe verdeelden jullie de rollen?
Ans: “Ik ben uiteindelijk de winkel gaan runnen, samen met twee vaste medewerkers, die vanaf het allereerste begin tot heden nog steeds bij ons zijn. Maar we hadden allen geen ervaring in de detailhandel. Dat was echt leren door te doen. Ik heb er van wakker gelegen: hoe ga ik dit aanpakken, dit kan ik absoluut niet aan. Johan was in zijn hoofd veel verder dan ik!”
Johan: “Ik deed vooral alles achter de schermen: financiën, contracten, strategie. In het begin botste dat wel eens. Twee kapiteins op één schip, zeg maar.”
Ans: “Ja, maar we hebben geleerd om dat te scheiden. Hij achter de schermen, ik op de vloer en discussies op de werkvloer blijven in de winkel en nemen we niet mee naar huis.”
Jullie hebben ook wel wat tegenslagen gehad, begrijp ik?
Johan: “Zeker. In de eerste jaren draaiden we verlies. Onze boekhouder vroeg zich serieus af hoe lang we dit vol zouden houden. Maar ik zei: dit zijn aanloopjaren. Over drie jaar kantelt het. En dat gebeurde ook. We zijn blijven investeren, ook in nieuwe ideeën. Zoals een pakketpunt. Dat leek klein, maar groeide enorm. Het aantal is nu keer vijftien, vergeleken met het begin.”
Ans: “Mensen komen daardoor binnen en ontdekken de winkel.”
Behalve de winkelformule, wat onderscheidt jullie nog meer?
Ans: “Het is een plek waar mensen werken, leren en groeien. Onze cliënten doen echt mee: van schoonmaken tot klanten helpen, van prijzen tot creatieve producten maken. Het moet zinvol zijn. Geen bezigheidstherapie, maar echt bijdragen. Wat ze maken, wordt verkocht. Dat geeft eigenwaarde. En zonder onze vrijwilligers zou wat we allemaal doen niet mogelijk zijn. Die zijn we zeer dankbaar en zijn ons erg dierbaar.”
Hoe komen jullie aan cliënten?
Ans: “Dat blijft lastig. We hebben geen grote zorginstelling meer achter ons. We proberen via netwerken, stages en mond-tot-mondreclame mensen te bereiken.”
Johan: “We hebben plek voor 5 tot 6 cliënten, meer niet, maar het is soms lastig als je geen samenwerking hebt met een grote zorginstantie.”
Wat drijft jullie om hiermee door te gaan?
Johan: "Voldoening. Absoluut. Financieel verdienen we er niet aan, want we zijn een stichting. Sterker nog: het kost ons geld. Maar dat is niet de drijfveer. We hebben in 2019 het pand gekocht via een constructie met de stichting. Dat was ingewikkeld, maar geeft zekerheid. Alles wat we doen, is voor de continuïteit van de plek en alles wat onderaan de streep overblijft komt ten goede aan mensen met een beperking.
Ans: “Als ik een hele dag werk, ben ik ’s avonds niet moe, maar juist voldaan. Dit werk geeft energie. Dat zegt alles.”
Hoe heeft de winkel jullie persoonlijk veranderd?
Johan: “Enorm. Ik kom uit een harde wereld: de staalhandel. Daar draait alles om geld en deals. Hier gaat het om mensen. Ik ben zachter geworden. Geduldiger. Je leert anders kijken naar wat belangrijk is.”
Ans: "Ik ben juist meer naar voren gekomen. Ik was altijd op de achtergrond, maar nu sta ik midden in de winkel, tussen de mensen. Dat had ik vroeger nooit gedacht.”
Hoe zien jullie de toekomst?
Johan: “We willen in ieder geval doorgaan zolang we het fysiek aankunnen. Maar we denken ook na over opvolging. Wie neemt het straks over? We gaan, als onze gezondheid het toelaat, door tot ons 70e. We hebben een stichting, dus het kan blijven bestaan. Maar er moet wel iemand zijn die het wil dragen.”
Ans: “Zoals ik al zei, ik word op de werkvloer niet moe. De sfeer is heel fijn, het voelt soms als onze 'woonkamer', zeggen we weleens.”
Tot slot: met wie zouden jullie graag eens aan de keukentafel zitten?
Johan: “Dat vond ik een moeilijke vraag. Maar misschien toch mijn ouders. Die hebben dit allemaal niet meer meegemaakt. Ik zou graag willen weten wat ze ervan vinden. Zij kennen mij als staalhandelaar, maar dit staat haaks op hetgeen wat ik toen deed.”
Ans: "Mijn moeder heeft het nog wel gezien, en die was trots.”[n]
DOOR WIES VAN ERP

