
Met grote stappen door de Vastenavendhistorie:
'En d’n eerste prijs ga nar...' (1)
Bergen op Zoom is een stad van stoet en spel. Tijdens Vastenavend is de optocht niet weg te denken. Als alle deelnemers die ooit hebben meegedaan achter elkaar worden gezet, staat elke straat in de stad vol!
DOOR ERIC ELICH
In het boek: “En d’n eerste prijs ga nar…” komen meer dan 100 winnaars aan bod. Tevens is het boek een eerbetoon aan bouwers en bouwclubs van toen en nu.
Al vanaf de eerste optocht in 1922 zijn er eerste prijzen uitgereikt aan vele bouwclubs voor hun wagens. Deze wagens kunnen gezien worden als een vorm van volkskunst, waar met passie aan gebouwd en gesjouwd is. Een jury beoordeelt, of beter gezegd waardeert, de creaties. Voor de optochtdeelnemers en het publiek is het dan elk jaar in spanning wachten op de uitslag en de legendarische woorden: “En d’n eerste prijs ga nar…”
Bijna alle foto's van de prijswinnaars uit de hoogste categorie sinds 1922 zijn teruggevonden. Van een tweede of derde prijswinnaar in de periode vóór 1960, evenals van prijswinnaars in andere categorieën, is het beschikbare historische beeldmateriaal in de archieven beperkt.
Naast uniek fotomateriaal is de originele toelichting van de bouwclubs overgenomen. Daarnaast vind je interessante feiten en opmerkelijke zaken over de optocht.
De eerste Eerste prijs
De lucht boven de Grote Markt hing vol met de geur van versnaperingen en de opgewonden stemmen van duizenden. Het was Vastenavend 1922, en de stoet, georganiseerd door T.O.G., oftewel ‘De Leutige Ploeg’, kronkelde als een bonte slang door de straten van ‘t Krabbegat.
Op een van de wagens zat een tiental mannen, gebogen onder plunjezakken en koffers, hun gezichten getekend door vermoeidheid en een gespeelde angst. Zij beelden ‘De Belgische Vlucht’ uit. Dit was een uitbeelding van de Belgen die in 1914 gevlucht zijn en in Bergen op Zoom in twee tentenkampen op de militaire oefenterreinen ‘Kijk in de Pot’ en ‘Plein 13’ opgevangen werden.
Het absurde van de oorlog zelf werd belicht
door het in carnavalspak te steken
De groep maakte de vluchtelingen niet belachelijk, maar het absurde van de oorlog zelf werd belicht door het in carnavalspak te steken.
Niet ver achter deze groep kwam een andere spectaculaire groep met het Zuidpoolschip van Shackleton. Een wagen, omgebouwd tot een ingesloten schip in een zee van wit karton. Een verwijzing naar het noodlot van de ontdekkingsreiziger, wiens expeditie vastliep in het ijs.
Historische en actuele onderwerpen
De ene groep richtte zich op de recente, menselijke tragedie van de oorlog, terwijl de andere groep zich bezighield met het heroïsche falen van een avonturier in de Weddelzee.
De jury, die langs de route stond, zag de groepen in klasse A aan zich voorbijtrekken en kende de eerste prijs van 250 gulden toe aan ‘De Belgische Vlucht’ en de groep met als motto ‘Naar Mekka’. De kracht lag niet in pracht en praal, maar in herkenbaarheid.
Aan het eind van de dag schaarden de deelnemers zich rond de muziekkiosk op de Grote Markt. De bemanning van het schip, ‘de vluchtelingen uit België’, de mannen van Dosko’s elftal en de schutters van St. Sebastiaan. Alles en iedereen was onderdeel van een ‘groot leuteg’ gebeuren. Wie zou eerste worden? De eerste prijs winnen is leuk, maar het echte winnen is het vermaken van de toeschouwers.
Opstellen aan de Noordsingel
De jaren rolden voorbij als de wagens in de optocht. In 1927 deden De Kermisvakgenoten mee in de categorie Groepen boven 12 personen met het motto ‘Vijf dagen naar Parijs’. De Kermisvakgenoten hadden hun woonwagens omgetoverd tot een Renardtrein. Het opstellen gebeurde op de Noordsingel en volgens de strikte instructies, gepubliceerd in Nieuws- en advertentieblad ‘De Zoom', mocht je niet via de Steenbergsestraat, maar moest je via de Wijngaardstraat naar de opstelplaats.
Briefje van de kapper
In 1939 kwam de Van der Rijtstraatbouwers met de wagen ‘Met kop, snuit en instrument, Bergen in zijn element’. Kapper P.J. Wuijts gaf 'De Leutige Ploeg' bij het inschrijven van de optocht een briefje met tekst en uitleg:
“Een kop (in dit geval een olifantenkop) welke met zijn snuit (of slurf) een aansluiting maakt met een z.g.n. keizerbas in welke uitmonding ook werkelijk de muziek zit. (Deze bestaat uit 5 muzikanten) Onze bedoeling is hiermede volgens het opschrift ‘Met kop, snuit en instrument, Bergen in zijn element’, de werkelijke carnavalsvreugde aan te tonen welke in die dagen Bergen beheerst. Daarom zijn ook de muzikanten gekleed in de Bergsche kleuren, witte broek en rood jasje.”
Danse Macabre
Ook kwam de groep ‘Danse Macabre’ voorbij. Skeletten die een grimmige dans uitvoerden op de maat van een dreunende trom.
‘Te griezelig om carnavalesk te zijn’
Ze waren prachtig en angstaanjagend. De commissaris van politie vond het te angstaanjagend. Met veel tumult werden ze uit de stoet gehaald. ‘Te griezelig om carnavalesk te zijn,’ was het oordeel. Een poging om een foto van de groep die in de landelijke bladen stond te laten rectificeren, mocht niet baten.
Olifant met een lange snuit…
De optocht van 1939 vormde een gedwongen afsluiting van een Vastenavendperiode die gekenmerkt werd door de strijd van voor- en tegenstanders. In 1940 waren de voorbereidingen voor een optocht in volle gang, maar maatregelen van het militair gezag verboden alle maskerades. De dreiging van de oorlog maakte een abrupt einde aan de Vastenavendviering.
“Soms, als het heel stil is, hoor je het gelach van Dosko’s elftal, het gekletter van het Schuttersgilde, het puffen van Shackletons tractor. En zie je de ‘Danse Macabre’ dansen, niet als een gruwel, maar als een boodschap.” [n]