Elf jaar ermkes omhoog – Ut Gaspitje 1956
Elf jaar ermkes omhoog – Ut Gaspitje 1956 Foto: Archief Stichting Vastenavend

'En d’n eerste prijs ga nar…'(2)

Wagens, carnavalswagens, Vastenavendwagens... Toen ik nog maar vier jaar oud was, stond ik vol bewondering te kijken naar de enorme prinsenwagen, die de Grote Markt opreed. Vanuit mijn kinderogen leek die wagen niet alleen kolossaal; dat was hij ook. De Technische Commissie van de Stichting Vastenavend van toen, met Henny Knoet in hun midden, had het ontwerp van Louis Weijts majestueus uitgevoerd. Het liet een onuitwisbare indruk bij me achter.

DOOR ERIC ELICH 


De ontwerpen en foto's van de wagens van Louis Weijts vormden een belangrijke inspiratiebron en een aanzet voor het maken van het boek: “En d’n Eerste prijs ga nar…” Ze duiken dan ook vaak op in de pagina's, vergezeld van talloze afbeeldingen van wagens uit lang vervlogen tijden.

Inspiratie
Voordat een wagen of een groep de straat op kan, gaat er een heel proces aan vooraf. Met een onvoorstelbare dosis vindingrijkheid en creativiteit werken de bouwers aan een idee dat ze, aan de hand van een werktekening of een snelle schets, tot leven brengen in de vorm van een wagen van wel twaalf meter lengte en negen meter hoogte. Veel onderdelen bewegen of draaien, soms zelfs allemaal tegelijk. Het blijft bijzonder om te zien hoe bouwers vanuit niets, iets spectaculairs creëren. De cultuur rondom het bouwen, de sfeer en alles wat erbij komt kijken, verdient een apart boek.

Mankracht
Er zijn clubs die met een minimum aantal mensen werken. Een club met maar 11 bouwers vormt daarin geen uitzondering. Vanaf mijn eerste ervaring bij het ‘Wagetjes Kijke’ op de Lindebaan – een avond waar volop aan wagens werd gebouwd – heb ik talloze keren de drukke en sfeervolle bouwkoten op plekken als de Kaai, de Dubbelstraat en 't Fort bezocht. Hier ontmoette ik de onvermoeibare mannen en vrouwen die achter de schermen jaar in, jaar uit werken aan één moment: dat vier uur durende spektakel waarin ze de harten van het publiek veroveren.


Al tijdens de allereerste optocht in 1922 was die inzet zichtbaar. En dat bleef zo in de jaren daarna.

Landelijk bekend
In de jaren dertig werd de optocht zelfs nationaal bekend; de editie van 1938 werd vereeuwigd in een schilderij. Polygoonjournaal – destijds een toonaangevend medium – stuurde verslaggevers naar alle binnenlandse aangelegenheden die van belang waren. Daar hoorde de Bergse Carnavalsoptocht als vanzelfsprekend ook bij. In nationale kranten verschenen advertenties voor busreizen naar de 'Groote optocht in Bergen op Zoom'.

Aan de hand van foto’s en verslagen van wagens en groepen in kranten daags, daarna maakte Nederland kennis met de carnavalsoptocht met soms meer dan 100 optochtnummers.

Prijzen
Sinds 1922 werden wagens bekroond met prijzen door een jury. De Kermisvakgenoten zijn tot 1932 nooit overtroffen Dat gold later ook voor de Van der Rijtstraatbouwers, die in de jaren 50 doorgingen onder de naam De Verhoevens. Als er één club stopte, stond er al snel een nieuwe op om het stokje over te nemen. Soms zagen we zelfs twee eerste prijzen uitgereikt worden binnen dezelfde categorie: praalwagens, klasse A of A-wagens, zoals ze in latere jaren werden genoemd.

Kwaliteit
In 1954 stelde men dat de hoge kwaliteit van de optocht niet alleen behouden moest worden, maar ook nog verbeterd kon worden. De Optochtcommissie riep iedereen daarom op om mee te doen: Bergen op Zoom staat bekend om zijn verenigingsleven. Vanuit die gedachte zou niets eenvoudiger moeten zijn dan deelnemen aan de optocht. Het boek geeft talloze mooie voorbeelden hiervan.

Zoals de optocht van 1952 met het thema ‘Onze Peperbus et weer belle in z’n kop!', waarin meerdere indrukwekkende interpretaties van De Peperbus te zien waren. Tijdens het jubileum van elf jaar Vastenavend liepen of reden tientallen grote en kleine Prins Nillissen mee. De wagen met het motto ‘Elf jaar ermkes omhoog’ inspireerde menige bouwer. Een foto van het aanzicht siert de omslag van het boek,

De jaren rolden voorbij als de wagens in de optocht.

Materialen zoals polyester deden hun intrede, wat zorgde voor grotere wagens, maar ook hogere kosten. Het materiaal heeft er wel toe geleid dat het kostenaspect veranderde. Het kon niet alleen afhangen van donatie, contributie en het niet te voorspellen bedrag aan prijzengeld. In 1970 zagen de meeste bouwclubs af van die onzekerheid en reed men onder contract mee aan de optocht.

Kijkdag

Om de kosten enigszins te drukken, werden de wagens na afloop te koop aangeboden. Al gauw bleek er grote interesse te zijn van carnavalsverenigingen uit andere steden en dorpen, variërend van Maastricht tot Sint Jansteen. Zelfs prominenten zoals circusdirecteur Tony Boltini en Henk Bemboom van het Ponypark Slagharen waren geïnteresseerden. De introductie van de Kijkdag, op de zondag na Vastenavend, gaf de verkoop van de wagens een extra impuls. Vele wagens kregen later een nieuw leven bij andere evenementen, van Sinterklaasintochten tot Kerstfeesten of zelfs beide tegelijkertijd.

 

Vastenavendsfeer
In het boek worden al deze interessante verhalen gedeeld. Zelfs in jaren waarin de officiële optocht niet doorging, zoals in 1990, stopte de magie niet. Die keer ontstond er misschien wel de meest pure optocht ooit: een ongeorganiseerde stoet van driehonderd mensen die dweilend door de stad toch een unieke Vastenavendsfeer wisten te creëren. Ook dit soort bijzondere gebeurtenissen worden in het boek belicht.

Daarnaast is er ruimte gereserveerd voor de prachtige A-wagens uit Halsteren en Lepelstraat. Ook deze wagens imponeren met hun draaiende koppen, bewegende armen, duizelingwekkende mechanieken, een explosie aan kleuren en een grenzeloze fantasie. Maar bovenal richt het boek zich op degenen die achter in 't kielzog de schermen het harde werk doen: de bouwers. Mannen, vrouwen die hun zweet, tijd en creativiteit investeren om deze indrukwekkende creaties tot leven te brengen.

Het is genoegzaam bekend dat de n'Òògeid en 't Kielzog de Boereploeg grote waardering heeft voor de bouwers en ze steken dat ook niet onder stoelen of banken.

De bouwers zijn ware doorzetters. In het najaar zetten zij meerdere avonden per week alles opzij om te bouwen, en in de weken vlak voor Vastenavend staan ze bijna dagelijks in de bouwloodsen. Vaak combineren ze dit ook nog eens met een voltijdse baan en een druk gezinsleven. Nu, bij de 7x11e, de 77e optocht, is het moment daar om zowel hen, als hun unieke creaties, in het welverdiende zonnetje te zetten. Neem kennis van het boek van de mensen zonder wie Vastenavend geen Vastenavend zou zijn. [n]