Afbeelding
Foto: Olaf Knook

Thijs, jij weet bijna alles van zeilen. Hoe ben je daarmee in aanraking gekomen?

"Mijn ouders kochten een boot toen ik nog maar één jaar oud was. Vanaf dat moment zijn we eigenlijk elk weekend op het water te vinden geweest. Toen ik vijf was, kreeg ik mijn eerste eigen bootje; vanaf toen ben ik zelf gaan leren zeilen. Het begon gewoon als plezier, iets wat we als gezin samen deden. Vanaf een jaar of dertien begon ik met wedstrijden varen. Eerst lokaal, later ook landelijk en internationaal. Dat heeft zich langzaam opgebouwd. Inmiddels heb ik zeker meer dan twintig boten versleten. Veel daarvan knapte ik eerst op voordat ik ermee zeilde. Het opknappen is ook iets dat ik van huis uit meekreeg."


Kom je uit een ondernemend nest?

"Zeker. Mijn vader had een drukkerij, en ook mijn schoonvader runde een eigen bedrijf. Het ondernemerschap is ons eigenlijk met de paplepel ingegoten. Als kind kreeg ik van mijn vader een bootje en hij zei: 'Als je groter wil, dan verkoop je deze maar eerst'. Dat heb ik letterlijk genomen. Zo begon ik met het opknappen en doorverkopen van boten, een soort ondernemersschool in de praktijk. Dus ja, je zou kunnen zeggen dat de kiem voor mijn huidige werk daar gelegd is."


Wanneer wist je: ik wil zeilen maken?

"Dat kwam pas later. Ik heb een technische achtergrond, MTS werktuigbouwkunde en daarna HTS technische bedrijfskunde. Na mijn studie wist ik niet precies wat ik wilde, maar ik wist wél dat ik iets in de watersport wilde doen. Daarom begon ik bij een jachtspuiterij in Sint-Annaland. Daarna werd ik benaderd door een zeilmakerij om daar bedrijfsleider te worden. Na zes jaar dacht ik: dit kan ik zelf ook en misschien wel meer op mijn eigen manier."


En zo ontstond dus Creek Sails.

"Klopt, dat was in 2012. Heel klein. Tijdens de opstart werkte ik vanuit een studio van 50 vierkante meter in onze tuin in Bergen op Zoom. We moesten ergens beginnen, want ik had al klanten nog voor we überhaupt een werkruimte hadden. Mensen uit de zeilwereld wisten dat ik voor mezelf begonnen was en ik kreeg al telefoontjes voor reparaties. Die eerste periode hebben we doorgezet met maar een paar machines. Later zijn we verhuisd naar een pand aan de haven van Sint-Annaland. Dat was ongeveer 60 vierkante meter. Inmiddels zitten we sinds 2020 in een pand van 600 vierkante meter."


Jullie zijn dus behoorlijk gegroeid. Hoe verliep de stap naar het huidige pand?

"Dat was een flinke uitdaging. We wilden groter en het liefst iets voor onszelf bouwen. Maar binnen Tholen was het lastig om geschikte grond te vinden. We wilden iets betaalbaars, maar ook functioneels. Uiteindelijk kregen we deze locatie in beeld, maar het oorspronkelijke ontwerp van een eenvoudige loods viel niet in de smaak bij de gemeente. Toen heeft Margriet, mijn vrouw, zelf een nieuw ontwerp gemaakt. En om de gemeente te overtuigen, maakten we een maquette. Toen ze die zagen, waren ze om. Samen met twee bevriende ondernemers hebben we het pand gebouwd, elk met ons eigen deel."

Je werkt dus ook nauw samen met je partner Margriet?

"Zeker. We combineren ons werk met ons privéleven. Natuurlijk lopen die twee vaak in elkaar over. Dat is soms pittig, maar ook heel waardevol. Margriet heeft bijvoorbeeld haar eigen bedrijf en veel ervaring met ontwerpen. Het pand zoals het er nu staat is geheel door haar ontworpen. We inspireren elkaar, vormen een team. En 's avonds praten we gerust nog door over zeilen of het bedrijf. Maar we genieten ook samen op het water."


Je komt uit Brabant. Waarom koos je voor Sint-Annaland voor de zeilmakerij?

"Omdat ik dit gebied goed ken en het zeilnetwerk hier sterk is. Ik ben hier in de weekenden en vakanties opgegroeid, mijn ouders lagen vroeger met hun boot in de haven. Ik ken veel mensen hier en dat heeft zeker geholpen in de opbouw van het klantenbestand. In het begin dacht ik: ik moet aan het water zitten, anders komen zeilers niet vanzelf. Maar nu merk ik dat het tegenovergestelde waar is. Mensen komen gerichter en krijgen hier ook de rust en aandacht die ze verdienen."


Wat maakt jullie aanpak bijzonder?

"Wij maken echt alles zelf, van begin tot eind. Dat begint met het opmeten van de boot, daarna ontwerpen we het zeil met geavanceerde software. Dan snijden we het uit en vervolgens stikken we het in de zeilmakerij. We hebben misschien wel honderd verschillende soorten doek. Het gaat om het kiezen van het juiste materiaal, het juiste ontwerp. En dat ontwerp stemmen we af op de wensen van de klant: varen ze alleen of met een volledige bemanning? Is het recreatief of voor wedstrijden? Elk zeil heeft zijn eigen verhaal. Of het nou voor een luxe jacht is of een klein kajuitbootje; iedereen krijgt dezelfde aandacht."


Blijft er nog tijd over voor het varen zelf?

"Niet altijd helaas. We hebben het druk, vooral in het hoogseizoen. Maar ik probeer wel actief te blijven: bijvoorbeeld winterwedstrijden, waar ik nog aan meedoe. Afgelopen zomer hebben we een prachtige tocht gemaakt met het gezin langs België, Frankrijk, Engeland en de Kanaaleilanden. Met onze eigen boot, ‘Project X’, een X-402 uit 1988, helemaal opgeknapt. Daar zit echt een hoop liefde in."


Hoe goed ben je in wedstrijdzeilen?

"Moeilijke vraag die je eigenlijk zelf niet kunt beantwoorden. Ik heb meerdere keren het Nederlands kampioenschap gewonnen, in verschillende klassen. Dat doe ik meestal met vrienden. Het is niet alleen competitief, maar ook een manier om zelf te ervaren wat werkt op het water. Daar leer je ook weer veel van als zeilmaker. Bovendien is het gewoon genieten. De energie die je kwijt kunt op het water, is onvervangbaar."


Zijn er nog bijzondere zeilavonturen die op je bucketlist staan?

"Niet per se. Elk moment op het water is voor mij waardevol. Of dat nu op de Oosterschelde is, wat echt een prachtig vaargebied blijft, of op open zee. Wel willen we volgend jaar meedoen aan de Scheveningen 500, een grote zeilrace naar Roscoff. Daarna willen we met het gezin al zeilend terugkeren naar Nederland."


Wat geeft jou voldoening in je werk?

"De uitdaging om voor elke klant precies het juiste zeil te maken. Dat is puzzelen met materiaal, ontwerp en gebruikswensen. Maar als een klant daarna terugkomt en zegt: 'Dit vaart fantastisch', dan weet ik waarvoor ik het doe. We doen dit met een klein, hecht team. Daar ben ik ontzettend trots op.


Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?

"Met mijn vader en mijn schoonvader. Beiden hadden een eigen bedrijf, beiden zijn er nu niet meer. Ik ben vaak benieuwd hoe zij naar mijn bedrijf zouden kijken. Wat we hier hebben opgebouwd. Of ze nog tips en adviezen zouden hebben. Of ze trots zouden zijn. Ik had het ze graag allemaal willen laten zien."[n]


DOOR OLAF KNOOK

Afbeelding