Bergen op Zoom doet mee aan plan tegen lange ggz-wachttijden
BERGEN OP ZOOM – De wachttijden voor geestelijke gezondheidszorg in West-Brabant zijn fors. Voor ongeveer 75 procent van de diagnoses wordt de landelijke wachttijdnorm van veertien weken overschreden. Dat maakt volgens wethouder Berend Doedens duidelijk dat er iets moet veranderen aan hoe de zorg is georganiseerd.
De gemeente Bergen op Zoom sluit zich daarom aan bij het Transformatieplan Mentale Gezondheid West-Brabant West. Acht gemeenten, zorgorganisaties, huisartsen en zorgverzekeraars willen de geestelijke gezondheidszorg in de regio anders organiseren.
Het gaat om Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Zundert.
Volgens Wethouder Berend Doedens, met volksgezondheid in zijn portefeuille, komt de druk in het huidige systeem vaak bij huisartsen terecht. Mensen met mentale klachten melden zich meestal eerst bij hen, terwijl vervolgzorg lang op zich laat wachten.In het transformatieplan staat dat huisartsen en praktijkondersteuners daardoor steeds vaker taken op zich nemen die eigenlijk bij gespecialiseerde zorg horen.
Daarnaast zitten zorgverleners vast in regels over financiering. Sommige vormen van samenwerking zijn nu simpelweg niet te betalen. “Een zorgverzekeraar mag bijvoorbeeld geen gemeentelijke welzijnsactiviteit vergoeden”, licht Doedens toe. “En de uren die een huisarts besteedt aan overleg met een ggz-instelling mogen vaak ook niet worden betaald. Dan moet die huisarts dat uit eigen zak doen. De vraag is of dat structureel blijft gebeuren, terwijl het voor patiënten juist belangrijk is.”
Het regionale plan moet precies dat soort knelpunten doorbreken. Gemeenten, ggz-instellingen, welzijnsorganisaties en huisartsen hebben samen een pakket aan maatregelen opgesteld. “Daar staan allerlei interventies in die op dit moment eigenlijk niet mogelijk zijn”, aldus Doedens. “Met dit plan kunnen we die wel uitvoeren en vervolgens aantonen dat ze werken.”
De partijen willen onder meer een regionaal Mentaal Gezondheidsnetwerk opzetten en de samenwerking tussen zorg en het sociaal domein versterken. Het doel is dat inwoners sneller passende hulp krijgen.
De samenwerking komt niet uit de lucht vallen. Het Nederlandse zorgstelsel staat onder toenemende druk. De vraag naar zorg groeit, terwijl er nu al een tekort is aan zorgpersoneel. Zonder veranderingen zouden in de toekomst nog veel meer zorgmedewerkers nodig zijn, terwijl die er simpelweg niet zijn.
Ook andere gemeenten in de regio zien daarom noodzaak tot samenwerking. Wethouder Sharona van Ham van Halderberge noemde het plan eerder een belangrijke stap om wachttijden terug te dringen, zorgprofessionals te behouden en passende ondersteuning te verbeteren.
Voor het plan komt geld beschikbaar via het Integraal Zorgakkoord (IZA). Dat gebeurt via zogeheten SPUK-transformatiemiddelen. De gemeente Roosendaal vraagt deze middelen namens de regio aan en verdeelt ze.
Het geld is echter tijdelijk. “Die SPUK is eenmalig geld”, benadrukte Doedens. “Maar het gaat juist om een structurele aanpassing van hoe we dit organiseren.”
De wethouder temperde tegelijk de verwachtingen. Het plan zal de wachttijden niet meteen laten verdwijnen. "Dat los je niet één, twee, drie op met een extra blik geld”, zei hij. "Het gaat om mensen met een heel specifiek opleidingsniveau. Die zijn gewoon niet zomaar te vinden.”
Volgens Doedens moet het plan er vooral voor zorgen dat zorgverleners beter samenwerken en de beschikbare capaciteit slimmer inzetten.[n]