Miep Karelse.
Miep Karelse.

De moeder van profvoetballer John Karelse

Als John Karelse (54) op Eerste Pinksterdag ter wereld komt, weet niemand nog dat Wemeldinge vijftien jaar later een profvoetballer zal afleveren. Maar zijn moeder Miep ziet het al vroeg aankomen. “Hij kwam uit school, nam wat te eten en drinken, bal onder de snelbinder en hup naar het speelweitje”.


DOOR SARAH KLOPMEIJER


Miep Karelse woont al 63 jaar in Wemeldinge. Ze groeide op in Yerseke, werkte in de thuiszorg, en trouwde met de vader van John. Samen kregen ze twee kinderen: dochter Connie en, drie jaar later, zoon John. “Ik wilde altijd thuis zijn als ze uit school kwamen. Dat vond ik belangrijk. Even eten, drinken, praten”. John bleef dan meestal niet lang zitten: “Hij vloog op z’n fiets, met die bal onder zijn snelbinders”.

Sport zat in de familie. “Z’n vader voetbalde altijd bij de plaatselijke club hier”. Ook dochter Connie bleek een trouwe voetballiefhebber. “Ze doet nog steeds veel bij Kloetinge”. Die liefde voor het spel was er dus bij alle drie: vader op het veld, zoon als doelman, dochter als speler, supporter en organisator. Alleen moeder Miep had dat niet zo. “Ik was nooit zo van het voetbal. Ik ben er echt in meegegroeid”.


Van speelweitje naar selectie

Voetbal is er al vroeg. Vanaf een jaar of vijf is het duidelijk dat John iets met die bal heeft. Hij probeert nog even wat andere sporten, maar niets kan tippen aan zijn grote liefde. “Hij was altijd al keeper. Op verjaardagen kreeg hij standaard keepershandschoenen of sportkleding. Geen twijfel mogelijk”, glimlacht Miep.

Zijn fanatisme was zichtbaar. “Zijn trainingsjack en jas dienden als doelpalen. En dan moest er altijd iemand op hem schieten”. Keepen was geen hobby - het was zijn identiteit.

En hij had talent. John groeide snel en op zijn vijftiende stond hij in het eerste van Wemeldinge te keepen. Dat was bijzonder, zegt Miep. “Voor zijn leeftijd was hij best groot. En Wemeldinge was natuurlijk best wel een lagere klasse, maar dat je op je vijftiende in het eerste staat, dat zegt wel iets”.

Op een zaterdag veranderde alles. “Hij kwam thuis en zei: er stonden twee mannen van NAC aan de lijn. Ze vroegen hoe oud ik was”. Miep en haar man moesten even slikken. “Ze vroegen later: wat vinden jullie ervan als wij doorgaan met John? Dat we hem naar Breda halen?”

Een grote beslissing volgde. “We hebben het eerst besproken. Het was nogal wat. Maar we hebben gezegd: we gaan hem helpen. We staan erachter. We wilden niet dat hij later zou zeggen: ik mocht het niet van mijn ouders”.


Een kind van zestien uit huis

Het gezin moest zich aanpassen aan het drukke voetbalschema van John. “Op zondagmiddag begon de wedstrijd om half drie. Hij moest daarvoor warm eten, dus dan moest je flink aanpoten. Dat waren we niet gewend”.
Miep en haar man reden hem op en neer naar trainingen en wedstrijden en waren vaak langs de lijn te vinden. “Mijn man zeker. In het begin ik nog niet zo, maar later wel”.

John verhuisde op zijn zestiende naar Breda. Nog maar net puber, op kamers. “Hij was daar in de kost. Eerst bij een bestuurslid, later bij een jong gezin”. Voor Miep was het bijzonder. “Hij was altijd goed aanwezig thuis, en dan ineens is hij weg. Dat was best even wennen”.

School ging ondertussen ook moeizamer. John zat eerst op het VWO in Wemeldinge, ging in Breda ook naar het VWO, maar hield het daar niet vol. “Hij gaf zich voor honderd procent voor de voetbal, dus ging hij terug naar de Havo”. Miep weet nog goed wat hij zei: “Ik ben hier in Breda voor de voetbal. Als dat niet mag lukken, dan kom ik terug naar huis”. Zijn standpunt was duidelijk. En hij haalde zijn havodiploma - maar koos voor voetbal.


Doorbraak

Een jaar later, op zijn zeventiende, mocht hij invallen bij het eerste van NAC. De vaste keeper raakte geblesseerd en John was er klaar voor. “Hij kreeg de kans en heeft die gegrepen”. Al snel stroomde zijn agenda vol: NAC, school, militaire dienst, zelfs het nationale jeugdelftal. “Hij zat ook bij Oranje onder de negentien, geloof ik”, zegt moeder trots.

Voor het gezin veranderde er veel. Connie ging haar eigen weg, maar kreeg nog altijd de aandacht. “We hielden haar altijd voor: jij bent net zo belangrijk. Jij bent weer goed in andere dingen”.

Voor Miep was het van belang dat allebei haar kinderen zich gezien voelde: “Ik ben zo trots op allebei mijn kinderen. We zijn een mooi gezin”.

Miep verzamelde intussen alles van John zijn wedstrijden: “ik heb alle krantenknipsels en foto's in plakboeken gedaan. Maar drie jaar terug ben ik verhuisd en toen zei ik tegen John: jij hebt meer plek dan ik, dus jij moet ze nu meenemen”.


Een sprong over het kanaal

Na jaren bij NAC - vanaf zijn zestiende tot zijn negenentwintigste - kreeg John een kans waar veel voetballers alleen maar van kunnen dromen: spelen in Engeland, bij Newcastle United. “Dat is natuurlijk geweldig als je zo’n kans krijgt,” zegt Miep. Maar het had ook een keerzijde. “Voor ons toch wel jammer. Dat je dan niet meer zo betrokken bent bij de wedstrijden van NAC.”

Hoewel het eerder een hoogtepunt leek, liep zijn periode in Engeland niet zoals gehoopt. “Hij had daar een moeilijke tijd”. John kreeg een bacteriële infectie in zijn knie, die uiteindelijk een keerpunt betekende in zijn carrière. “Hij was met verlof hier in Breda en is toen hier geopereerd. Maar het niveau dat hij daarvoor had, haalde hij daarna niet meer”.

Voor een moeder is dat pijnlijk om te zien. Niet alleen vanwege de blessure, maar ook omdat haar zoon ineens op afstand zat in een fase waarin hij kwetsbaar was. “Je staat dan toch weer verder van hem af. En met zo’n vreemde club, daar had ik niet zoveel mee”.


Terug naar huis

Toen John terugkwam naar Nederland, was het voetbal op topniveau eigenlijk voorbij. “Hij had zijn vier jaar bij Newcastle uitgediend”. Daarna trainde hij nog enkele kleinere clubs: Goes, JVOZ en Vlissingen. Die periode bracht hem weer dichter bij huis. “Toen hij in Vlissingen werkte, kwamen ze elke zondagmiddag met de hond. Dan paste ik op, en zij gingen naar een wedstrijd”.

Dat vond Miep heerlijk: “dan zag ik ze iedere week, dat deed me goed”. De routine keerde langzaam terug. Niet meer naar het stadion, maar wel samen aan tafel, samen op zondag.


Weer bij NAC

John keerde uiteindelijk weer terug bij de club waar het allemaal begon: NAC. Niet meer als speler, maar als trainer - en later als teammanager. De terugkeer als hoofdtrainer eindigde teleurstellend. “De resultaten waren niet goed, en dan word je als trainer de laan uitgestuurd”.

Ook dat raakt je als moeder. Niet alleen omdat je zoon ontslagen wordt, maar ook omdat zijn naam dan negatief in de publiciteit komt. “Natuurlijk vind je dat jammer. Maar het geldt voor alle trainers: de voetballers moeten het doen, maar de trainer kan gaan”.

Desondanks bleef John verbonden aan de club. Inmiddels werkt hij er weer, als teammanager. En Miep? Die volgt het opnieuw op de voet. “Maar ik kan het niet meer zien. Het is me te spannend. Dan kijk ik zonder geluid. Of vanuit het kamertje hiernaast, en dan gluur ik af en toe om het hoekje”.


Moeder van

Miep kijkt terug met trots. Niet groots, niet luid. Maar warm. “Wat je voelt als je hem ziet spelen? Trots natuurlijk. Maar wij zijn ook best wel nuchter. Het hoeft niet opgehemeld”.

Bekendheid veranderde haar leven niet. “Bij NAC kenden ze me wel, maar verder niet.” En John? “Hij vond het allemaal normaal. Hij liep er niet mee te koop”.

Miep is inmiddels 83, bijna 84. “Maar ik zwem en fiets nog elke week”. Ze wandelt, fietst, leeft. En kijkt met plezier terug. “Het mooiste moment? De promotiewedstrijd in Tilburg. We stonden tussen de NAC-supporters te dansen”.

Als moeder heeft ze één boodschap voor haar kinderen: “doe vooral wat je leuk vindt en waar je hart naar uitgaat”.

Moeder en oma Miep met John en kleindochter Eileen.
John Karelse.
Moeder Miep met John en Connie.
John in zijn vroege jaren bij NAC.
Een nog jonge John Karelse.