Ruziënde heethoofden in Bredase Synagoge

  Column
Synagoge a/d Schoolstraat.
Synagoge a/d Schoolstraat. (Foto: Stadsarchief)

BREDA - Een oproerkraaier was hij in genen dele, Abraham de Winter. Niet op het podium van het theater en niet in het dagelijks leven in zijn uitdragerij Haagdijk. Hij was ook geen man "om met zijn voeten te laten spelen". Vóór Bram de Winter cabaretier was suste hij als gelovig man commotie in de Synagoge. En dat was niet zonder gevolgen. Hij werd beschuldigd van wanorde in de sjoel.


DOOR RINIE MAAS

Abraham de Winter, de liberale jood en pacifist, middelpunt van een conflict in de synagoge. Hoe kon zoiets gebeuren?

Somberte

De Winter was een jongen uit de volksbuurt de Lange Gampelstraat. Hij zag onderdrukking. Door bazen op fabrieken. Minachting van de burger voor zijn straat. Een onbegrepen houding voor wat men 'volks ' noemt. Juist waarvoor hij de handen op elkaar kreeg door de presentatie op het toneel van typetjes. Ook had De Winter, naar eigen zeggen, last van 'somberte", een gemoedsaandoening die artistieke, zachtzinnige mensen vaak aankleeft en zo ook Bram.

Komiek

Uit een interview: "Het is mijn sport de mensen aan het lachen te maken, meneer. En dat ik dan triestig kan zijn… Dat is niet eigenaardig. Ik ben triestig van mezelf. Ik heb last van somberte. Ik zie de mensen wel eens kijken in de paardentram: "Is dat de komiek de Winter die zo droevig kijkt? Ja, dat ben ik. Want de somberte die zit in me. In mijn voorstelling laat ik lachen met een traan erin".

Conflict

Met een kwinkslag belichtte hij onrecht van alledag. En men begrijpt al gauw dat de man, later beroemd geworden, afkomstig uit een arm milieu en die overal welkom was een paar dingen niet lustte. Onderdrukking en conflicten. En om een conflict over enkele niet geheel in de pas lopende kerkgangers ging het, bijna 145 jaar geleden in de Bredase synagoge, al dan niet terecht. Waarvan werd De Winter, die geen ruzie verdroeg van de volkeren wereldwijd noch van de mensen onderling, beschuldigd? Was dit het allemaal waard?

Wanorde

Tsja….Door de tijden heen is er, niets zo stuitend als het vertragen en afbreken van een godsdienstoefening door het verwekken van wanorde, wie ook de veroorzaker mag zijn. In mijn eigen kerk maakte ik mee dat een diepvrome vrouw, jaren zeventig, de voortgang van de Mis belemmerde door luidop haar afschuw uit te schreeuwen over "alle kruisraketten de wereld uit, te beginnen in Nederland". De pastor moest stoppen met zijn preek. De dik gedrukte leuze werd van de kerkmuren gerukt met geweld en lawaai. En nadat de vrouw, die zich tegen het nazisme had verzet was uitgeraasd, volgde een akelige en verbijsterende stilte met aangeslagen kerkgangers. De Mis ging door. Het plezier was er vanaf.

Koperberg

Ooit werd vóór mijn tijd in mijn kerk een vrouw uit de gepachte kerkbanken op een bankje gezet achterin omdat ze niet tot de voor hun zitplaats betalende kerkgangers hoorde. Ze werd bijna uit haar bank getrokken. En ze riep dat iemand 'uit de Gielis' voor God niet minder is dan iemand van de plaatselijke 'elite'… Wat gebeurde er, volgens de onderaan vermelde bron, kort verwoord, in Breda op 1 oktober 1876 in de synagoge? De poppen gingen aan het dansen door contributieachterstand van Philip Hartog Koperberg. Op bovengenoemde datum kondigde het kerkbestuur een strenge maatregel af tegen wanbetalers: zij mochten geen zitplaats meer in de sjoel 'bezetten'. Zelfs zou hen de toegang tot de synagoge worden ontzegd. Er werd aan toegevoegd: "dat wanbetalers desnoods met de harde hand zouden worden verwijderd", indien men geen achterstallige contributie afdroeg. "Op voorhand had men de hulp van een politieagent ingeroepen die de volgende morgen dan ook prompt in de synagoge aanwezig was". In de sjoel nam wanbetaler Koperberg de zitplaats die een medestander hem welwillend had aangeboden. Vanuit de parnassijnsbank werd de provocatie gezien. Koster Van Stratum moest Koperberg aanzeggen zijn zitplaats te verlaten.

Zuiverend!

De voorzanger Asser Rafael Hofstede was door het rumoer genoodzaakt de dienst te staken. Abraham de winter vindt het te kras voor woorden. Hij komt van zijn zitplaats. In zijn opgewondenheid slaat hij te hard met zijn deurtje. En er volgt een felle woordenwisseling met voorzitter Maurits Moerel… maar die moet zuiverend zijn geweest. De dienst wordt voortgezet. De Winter krijgt van de commissaris van politie een proces zaan zijn broek waarin 13 aanwezigen getuigen dat De Winter niet schuldig is aan het oproer en slechts verzocht heeft om stilte. De Winter bijt van zich af dat het kerkbestuur schuldig is door de buitengewoon strenge maatregelen. Gedagvaard door de rechtbank op 27 november wordt De Winter vrijgesproken. Hij heeft nog overwogen om het kerkbestuur aan te klagen voor hetzelfde feit. Daar zag hij vanaf. Bram verdroeg geen ruzies.

Bron: De Nederlandse Israëlische gemeente Breda.

 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=div-gpt-ad-1516714731254&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=internetbode.nl/breda&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>

DIGITALE KRANT





NIEUWSBRIEF


Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief