Afbeelding
Foto: Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie eist tot 12 jaar cel in zaak rondom martelcontainers

Door: Remko Vermunt Algemeen

WOUWSE PLANTAGE - In de zaak rondom de martelcontainers die in het voorjaar van 2020 zijn gevonden in Wouwse Plantage heeft het Openbaar Ministerie tot 12 jaar cel geëist. Een groep van 11 verdachten staat terecht in deze zaak die draait om een ernstig onderwereldconflict, “heel veel geld, soms bijna dierlijk geuite macht, gekrenkte trots, en de waan van onaantastbaarheid”, stelde de officieren van justitie vandaag voor de rechtbank in Amsterdam.

Tegen 11 leden van de criminele bende zijn vandaag gevangenisstraffen geëist, de zaak van een 41-jarige hoofdverdachte is uitgesteld omdat hij ernstig ziek is. De andere hoofdverdachte, een 50-jarige man uit Rotterdam, hoorde 12 jaar tegen zich eisen. Tegen vijf verdachten met een prominente rol zijn gevangenisstraffen geëist van 6 tot 9 jaar. Tegen de mannen die in de loods kluswerkzaamheden hebben verricht, zijn straffen geëist van 2 tot 4 jaar waarvan een gedeelte voorwaardelijk. Tegen één verdachte is 12 maanden cel geëist. Tegen twee verdachten zijn onlangs voor de rechtbank Rotterdam ook al hoge celstraffen geëist, van 13 jaar en 17 jaar en 9 maanden, wegens betrokkenheid bij georganiseerde drugshandel.

Zeecontainers

De zaak kwam aan het rollen toen in het voorjaar van 2020 een cellencomplex van zeecontainers werd aangetroffen in een loods in Wouwse Plantage. Zes containers waren bedoeld om mensen op te sluiten. Ze waren van binnen geïsoleerd en voorzien van handboeien en een chemisch toilet. De zevende zeecontainer werd door verdachten de ‘behandelkamer’ genoemd, daar stond een behandelstoel compleet met boeien, riemen en banden om armen, benen en hoofd vast te binden.

In de loods werd uiteindelijk niemand gevangen gezet omdat de politie de communicatie tussen een aantal verdachten volgde via EncroChat. Dat is een versleutelde berichtendienst die razend populair was bij criminelen. Hoewel die zich onbespied waanden werd het systeem door de Franse autoriteiten gekraakt. Dankzij internationale samenwerking kon de Landelijke Eenheid van de Nederlandse politie live meelezen. Zo kwam ook naar voren wat de verdachten van plan waren met de martelcontainers: het draaide om conflicten in de cocaïnehandel. 

Hoogoplopend conflict over geld

De EncroChats tonen een ontluisterend beeld van het denken en handelen binnen de criminele groep. Ze willen “genoeg riemen hebben om vast te binden”, er moet een speciekuip komen “voor water boarden”, een “kniptang voor vingers en tenen”. En de twee hoofdverdachten chatten: “Maat ze gaan allemaal vroeg of laat aan de beurt komen. Hoe lang willen ze verstoppen. Als de bussen er zijn gaan we beginnen. Geen genade.” Waarop de ander antwoordt: “Ben normaal niet van deze afdeling Maar er zijn er nu een paar ik hoop dat ik de kans krijg om ze te martelen”.

“Eén van de beoogde slachtoffers moest “sowieso stoel” omdat hij “niet eerlijk is geweest”. Daarnaast werd gezocht naar familieleden van de personen met wie het conflict gaande was. Zo werd gesproken over het laten observeren, lokaliseren en ontvoeren van iemands vrouw en – uitermate schokkend – zelfs zijn kind.“, aldus de officieren van justitie.

Scalpels en een diepvrieskist

De accounts waarmee gechat werd via schuilnamen als ‘Slempo’ en ‘Luxuryballoon’ konden uiteindelijk gekoppeld worden aan verdachten. In het onderzoek zijn honderden uren camerabeelden bekeken, bankrekeningen getraceerd, registers van de Kamer van Koophandel en informatie van voertuigen opgevraagd. Samen met getuigenverklaringen, afgeluisterde gesprekken en analyse van specifiek woordgebruik kon elke verdachte zo geïdentificeerd worden.

De verdachten hadden twee loodsen tot hun beschikking, een ‘hoofdkwartier’ in Rotterdam voor hun ‘arrestatieteam’ en de loods in Wouwse Plantage, die ze ‘onze EBI’ noemden. Dat ze grootse plannen hadden blijkt ook uit de spullen die daar lagen. Zo werden er scalpels, tangen, scharen, een vingerklem, een klauwhamer en een gasbrander aangetroffen. Verder werden er politie-uniformen, kogelwerende vesten en blauwe zwaailichten gevonden en, een macaber detail, een enorme diepvrieskist. Ook lagen er zwarte katoenen zakken met trekkoord.

Verweer verdachten

Op beelden van een politiecamera die tijdens de rechtszaak vertoond werden is te zien hoe verschillende verdachten aan het klussen zijn in de containers. Eén van hen laat zien dat hij een plastic zak over zijn hoofd trekt; veelzeggend, gezien de zwarte zakken, aldus de officieren van justitie. Volgens deze verdachte was het allemaal nep. Hij verklaart dat in de containers oorspronkelijk wiet zou worden gekweekt. Toen dat niet doorging werden ze aangepast voor de show – niet om iemand vast te houden. Daarmee zou een opdrachtgever worden opgelicht voor veel geld. Het Openbaar Ministerie gelooft niets van die lezing. De meeste andere verdachten beroepen zich op hun zwijgrecht.

Negen mannen worden verdacht van de voorbereiding van verschillende ernstige misdrijven, zoals wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing en zware mishandeling met voorbedachten rade van een of meer personen. De hele groep staat terecht voor de verdenking van deelneming aan een criminele organisatie. Die had naast deze misdrijven ook moord tot oogmerk. Dat kwam gaandeweg het onderzoek uit de EncroChats naar voren, vermoedelijk nadat op 10 mei 2020 in Rotterdam een handlanger van één van de hoofdverdachten werd vermoord. Drie verdachten moeten zich ook verantwoorden voor aanklachten van witwassen van grote geldbedragen in het kader van de criminele organisatie.

De rechtszaak gaat morgen verder met de pleidooien van de advocaten, en wordt vrijdag 11 februari afgerond. De rechtbank verwacht op 11 mei 2022 uitspraak te doen.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief