'De aardappeleters' van Vincent van Gogh.
'De aardappeleters' van Vincent van Gogh.

Rubriek Albert Kort: ‘Armoede’

Door: Albert Kort Algemeen

Nog niet zo lang geleden leefde een groot deel van de Zuid-Bevelandse bevolking in diepe armoede. Bestaanszekerheid was slechts voor een enkeling weggelegd. De meeste mensen waren al blij dat ze iedere dag genoeg te eten hadden. Vaak alleen brood of aardappelen. Honger lag altijd op de loer en toen er rond 1850 een aardappelmisoogst was, kwamen er zelfs mensen om van de honger! 

De meeste dorpelingen woonden in regelrechte krotten. De arts J.A. Geill, die regelmatig huisbezoekjes aflegde, had er geen goed woord voor over. Hij schreef: “Je treedt een ruimte binnen die nauwelijks groot genoeg is voor één persoon, maar waar een heel gezin moet wonen. Je ziet twee bedsteden of slaaphokken waarin zeven mensen ‘heerlijk’ slapen. Er is een kast waarin brood, aardappelen en water worden bewaard. Verder zijn er nog wat stoelen en een tafel waar de Bijbel op ligt.” In Goes was de situatie even beroerd. De geneesheer Broes van Dort noteerde: “Veel woningen van de arme worden in drie of vier stukken gesplitst, zodat de kamertjes, die net groot genoeg zijn voor één persoon, worden bewoond door gezinnen, die daarin eten, slapen, de was drogen en hun uitwerpselen de hele week of soms nog langer bewaren.” 

Voor de verzorging van de baby’s hadden de ouders geen tijd. Ze moesten de hele dag op het land werken. ’s Morgens werd de pap voor de hele dag klaargemaakt. Die bestond uit water en wat brood en werd met wat suiker of stroop zoet gemaakt. De gevolgen lieten zich raden: “De kleine wordt al snel door winden en diarree gekweld, vermagert met de dag, vertoont rimpels en wordt meestal voor het einde van het eerste levensjaar een buit voor het kerkhof.” De sterfte onder zuigelingen was ongelooflijk hoog. 

De meeste rijkere boeren trokken zich weinig aan van het lot van hun arme medemens. Af en toe stopten ze hem wat brood toe en zondags in de kerk deden ze een duit in de collectebus. Niet te veel, want dat was zonde van je geld. De armen wisten er in hun ogen niet mee om te gaan. Armoede had je aan jezelf te danken. Een bekend schrijver uit die tijd meende dat ‘onzedelijkheid, misbruik van sterkedrank, gebrek aan spaarzaamheid en opvoeding’ de belangrijkste oorzaken van de ellende waren. Duidelijke taal.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief