
Niet alleen gebouwen en woningen als erfgoed: ‘kermis en carnaval nu immaterieel erfgoed in Erfgoednota’
Door: Wies van Erp AlgemeenROOSENDAAL- Erfgoed is niet alleen stenen, gevels en kerken. Het zijn ook verhalen, tradities en herinneringen die Roosendaal maken tot wat het is. Dat is de kern van de vernieuwde Erfgoednota, die wethouder Paul de Beer recent toelichtte. “Deze nota is actueler, breder en meer van deze tijd,” aldus De Beer. “We kijken niet alleen naar wat monumentaal wás, maar ook naar wat het gáát worden.”
De vorige erfgoednota stamde uit 2007 en was vooral gericht op klassieke monumenten. De nieuwe versie bestrijkt een veel ruimer terrein: onder andere gebouwen uit de wederopbouwperiode (1945-1965) en de zogeheten post-65-architectuur komen nu ook in beeld.
De nieuwe nota biedt bovendien ruimte voor parken. Zo worden het Emiel van Loonpark, Coenenpark en de Vrouwenhof opgenomen in de nota, als het aan De Beer ligt. Ook wordt er scherper toegezien op achterstallig onderhoud. “We merken dat sommige eigenaren onvoldoende actie ondernemen. Daarom creëren we nu handvatten om gerichter in te grijpen,” stelt De Beer. “Dat doen we niet om te pesten, maar om die waardevolle plekken voor de toekomst te behouden.”
Tradities een plek geven
Naast het fysieke erfgoed, zoals gebouwen en parken, heeft Roosendaal ook een rijk immaterieel erfgoed. Denk aan het carnaval, de wielertraditie, maar ook de jaarlijkse kermis. “Deze vormen zijn diepgeworteld in onze stadscultuur,” zegt De Beer. “Ze bepalen onze identiteit.” De nota benoemt deze gebruiken nu expliciet als immaterieel erfgoed. Er komt geen groot potje met subsidie, maar wel erkenning en borging in het beleid.




