
Gemeente Roosendaal presenteert begroting voor 2026
Door: Wies van Erp AlgemeenROOSENDAAL - Het college heeft haar begroting voor 2026 gepresenteerd. Waar voorafgaand werd gesproken over 2026 als het ‘ravijnjaar’, werd tijdens de presentatie duidelijk dat door financieringen vanuit het Rijk het ravijnjaar twee jaar opschuift. Mede hierdoor is het college erin geslaagd om geen rode, maar zwarte cijfers voor 2026 te presenteren: een positief saldo van 97.000 euro staat er onderaan de streep.
Vier onderwerpen vormen de hoofdmoot in de begroting: de Kwaliteitssprong (RSD40), het Nationaal Programma Roosendaal (NPR), de Spoorzone en de Westrand. De gemeente blijft daarnaast investeren in gelijke kansen voor jongeren, vitale sportverenigingen, een levendig cultureel aanbod en een duurzame woningvoorraad. Ook zet zij naar eigen zeggen stevig in op veiligheid, bestaanszekerheid en een betrouwbare overheid. “We zijn heel trots op dit resultaat”, trapt wethouder Financiën Evelien van der Star de presentatie af. Het enthousiasme is begrijpelijk, want lang werd 2026 gezien als het ‘ravijnjaar’.
Meer taken, minder middelen
Met het ravijnjaar wordt verwezen naar een periode waarin gemeenten minder miljoenen vanuit het Rijk ontvangen. Gemeenten maken zich zorgen, omdat dit kan leiden tot begrotingstekorten, bezuinigingen en problemen met het leveren van gemeentelijke diensten zoals jeugdzorg. Doordat het Rijk met nieuwe plannen is gekomen, wordt dit ravijnjaar nu in 2028 verwacht. “Het Rijk zegt dat ze een structurele oplossing hebben gevonden, maar dat is niet zo. Dat geldt alleen voor 2026 en 2027, maar dat noem ik niet structureel”, bijt Van der Star van zich af. “De taken voor gemeenten nemen alleen maar toe, maar we krijgen er geen middelen bij.”
Ondanks die kritische noot waren de wethouders tevreden, maar ook realistisch met de nieuwe begroting. Het is gelukt om voor 2026 geen tarievenverhogingen voor inwoners door te voeren, maar het college spreekt wel over “de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.” Tijdens de vorige begroting werd duidelijk dat de OZB en parkeertarieven stegen; hiervan is voor 2026 dus geen sprake. Dat neemt niet weg dat er wel keuzes gemaakt moeten worden en dat er bezuinigd moet worden om de begroting sluitend te krijgen.
Geen zoete broodjes
“Het reële verhaal is wel dat het geen begroting is van alleen maar zoete broodjes”, vertelt wethouder Paul de Beer, verwijzend naar onder andere cultuur en erfgoed. Dit zijn twee gebieden die hij als voorbeeld aanhaalde om aan te geven dat het college gedwongen was keuzes te maken. “Als gemeente heb je wettelijke taken en bovenwettelijke taken. Die eerste moeten echt; daar ontkom je niet aan”, aldus De Beer. De wethouder gaf als voorbeeld het verlenen van bijstand aan mensen in financiële nood; dat zijn wettelijke taken. Bovenwettelijke taken zijn taken waar een gemeente zelf over mag beslissen. “Het benoemen van het naoorlogse erfgoed is iets wat nu alsnog niet mogelijk blijkt te zijn”, verduidelijkt De Beer.
Het college benoemt als uitgangspunten voor bezuinigingen: eerst financieel-technische maatregelen, bescherming van kwetsbare groepen en het ontzien van onomkeerbare keuzes. Daartegenover wil het college met de begroting inzetten op veiligheid, bestaanszekerheid en een betrouwbare overheid.
“Bij het opstellen van een sluitende begroting hebben wij drie kernprincipes aangehouden: het nemen van verantwoordelijkheid, het gericht blijven investeren in brede welvaart en met transparantie en realisme kijken naar mogelijke besparingen, waarbij kwetsbare inwoners zoveel mogelijk worden ontzien”, benadrukt wethouder Financiën Evelien van der Star.




