
Ewald Sieben: ‘Mo(nu)ment voor de weekmarkt’
Door: Wies van Erp RubriekROOSENDAAL - Roosendaal is niet de enige provinciestad die worstelt met zijn weekmarkt. Het fenomeen is ingehaald door supermarkten en thuisbezorgers die inspelen op onze zuinigheid en gemakzucht. De wekelijkse wandeling langs tientallen kramen is niet langer aantrekkelijk. En toch snuffelen we graag op die Franse, Spaanse of Engelse dorpsmarktjes, waar lokalen hun eigen brouwsels, kazen, kleding en overtollig antiek aan de man brengen.
Onze weekmarkt, echter, sterft een langzame dood. Jammer. Weer een stukje erfgoed naar de knoppen. En natuurlijk hebben de ‘tegenstanders’ gelijk dat de spreekwoordelijke gulden op de markt lang niet altijd een daalder waard is. Maar een markt is meer dan een verzameling goedkope producten. Het is een ontmoetingsplek. Ook al heb je niks nodig, het is oer-Hollands ‘kijken-kijken-niet-betalen’. En niet alleen naar koopwaar, maar ook naar mensen.
Ik let vooral op de marktkooplieden. Hoe brengen ze hun waar aan de man? Als kind woonde ik vlak bij de Nieuwe Markt en het was zaak om tegen het einde van de middag ter plaatse te zijn. Dan barstte de uitverkoop los.
De marktkooplieden schreeuwden tegen elkaar op: ‘Mevrouw, u krijgt van mij een banaan; en nog een banaan; nee, vijf bananen; en nog vijf sinaasappels en een paar peren; nee een hele doos peren; alles bij elkaar voor 1 gulden mevrouwtje’. Dat was de tijd dat er nog nationale kampioenschappen werden gehouden voor marktkooplieden, waarbij mijn ome Jan uit Tilburg altijd hoge ogen gooide.
Hoewel er best nog markten zijn die goed draaien door te variëren met groente & fruit, stoffen, antiek, curiosa, rommel en kerstspullen, bloedt het fenomeen op de meeste plekken dood. Een van de laatste ‘schreeuwende’ kooplieden – Marco Nesselaar - is recent in Amersfoort het zwijgen opgelegd. Hij was te luidruchtig (!?). Marco verdient een monument, waarbij wij dan wel even stil mogen staan.




