
Laura Hondebrink (Museum Tongerlohuys): ‘Culturele instellingen zijn geen ivoren torens’
Door: Wies van Erp AlgemeenOndernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Laura Hondebrink, hoofd Museum bij Museum Tongerlohuys.
Hoe komt een jonge dertiger op een positie als Hoofd Museum?
“Dat is eigenlijk een beetje vanzelf gegaan. Ik werkte eerst bij Erfgoed Brabant, een uitvoeringsorganisatie van de Provincie Noord-Brabant. Dat was inhoudelijk heel interessant, maar ook veel bureauwerk. Toen hoorde ik via via dat er bij het Tongerlohuys iemand nodig was om tijdelijk in te vallen. Ik ben meteen gaan solliciteren en liep diezelfde week met een nieuwe - toen nog tijdelijke - functie weer naar buiten. Net voor corona begon ik hier als projectleider tentoonstellingen, en tegelijkertijd startte ik ook met het project rondom de herbestemming van de Sint Jan kerk. Samen met heel diverse partijen uit de stad hebben we daarvoor een nieuw concept ontwikkeld. Na die periode mocht ik blijven. En ja, sindsdien ben ik in Roosendaal blijven hangen.”
Wat trok je aan in Roosendaal, voor iemand die uit Den Bosch komt?
“Aanvankelijk was het puur toeval. Ik ben hier als kind een keer tijdens een vakantie in het museum geweest, maar daar wist ik zelf niets meer van - mijn ouders moesten me eraan herinneren. Maar ik merkte al snel dat Roosendaal een interessante gemeente is. De cultuursector is er kleiner en minder formeel dan ik gewend was uit Den Bosch. Maar juist daardoor is er veel ruimte voor experiment en samenwerking. Als je een idee hebt en je klopt bij iemand aan, is het antwoord vaak gewoon: ja, leuk, laten we dat proberen! Die hands-on mentaliteit spreekt me enorm aan.”
Merk je dat je opvalt vanwege je leeftijd? Je bent immers behoorlijk jong voor zo’n functie.
“Zeker. Het kan twee kanten opgaan. Ik krijg nog regelmatig de vraag of ik stagiair ben als ik ergens binnenkom, wat soms grappig is, maar ook iets zegt over hoe mensen kijken naar leiderschap in musea. Aan de andere kant merk ik ook veel nieuwsgierigheid. Mensen vinden het leuk: “Wat vindt zij ervan?” Die frisse blik wordt gewaardeerd. Bovendien ben ik niet de enige jonge kracht hier: er zitten nu vier mensen van rond de dertig in ons team. Voor een museum is dat behoorlijk uniek. Dat zorgt voor een dynamische betrokkenheid: er is veel aandacht voor hedendaagse perspectieven op erfgoed, voor context en voor persoonlijke verhalen. We willen niet alleen objecten tonen, maar vooral wat die objecten vertellen over mensen, vroeger én nu.”
Waar komt jouw liefde voor erfgoed en geschiedenis vandaan?
“Ik was echt een typisch nerdkind. Ik vond musea al jong leuk en wist vrij vroeg dat ik later in een museum wilde werken. Daarom heb ik geschiedenis gestudeerd, gevolgd door een master cultuurgeschiedenis. Wat me fascineert is hoe je hedendaagse maatschappelijke fenomenen kunt begrijpen door te kijken naar het verleden. Die brug slaan tussen toen en nu: dat is wat me drijft. Het geeft zoveel inzicht, ook in hoe we vandaag met elkaar omgaan en keuzes maken.”
Hoe is het museum veranderd sinds je net voor corona bij het Tongerlohuys begon?
“In de hele erfgoedsector zie je een beweging weg van het klassieke ‘object-gedreven’ denken. Het draait niet meer alleen om het schilderij aan de muur of de vaas uit een ver verleden. Het gaat nu meer om de verhalen áchter die objecten. Niet alleen de wetenschappelijke feiten, maar ook persoonlijke herinneringen, lokale anekdotes. Neem bijvoorbeeld ons gebouw zelf. Dat was vroeger de pastorie, dus er zijn verhalen van mensen die vroeger stiekem appels pikten uit de tuin van de pastoor. Dát soort verhalen brengen erfgoed tot leven. Bij ons in het museum combineren we nu objecten en archiefonderzoek met gesprekken met bewoners. Zo ontstaat een veel rijker beeld van het verleden.”
Wat zijn de grootste veranderingen voor de nabije toekomst?
“We staan aan de vooravond van een grote verbouwing. Over iets meer dan een maand gaan we tijdelijk dicht en op een andere locatie door. Het bestaande gebouw, een prachtig rijksmonument, wordt grondig aangepakt. Twee dingen staan daarbij centraal: duurzaamheid en herinrichting. Qua duurzaamheid willen we het gebouw toekomstbestendig maken - momenteel is het echt “zo lek als een mandje”. En de vaste opstelling wordt volledig herzien. Het verhaal van Roosendaal gaan we opnieuw vertellen, inclusiever en eigentijdser. We richten ons niet meer enkel op bezoekers met een museumjaarkaart, maar ook op mensen die gewoon een leuk en leerzaam uitje zoeken.”
Dat klinkt ambitieus. Hoe betrek je het bredere publiek bij het museum?
“Dat is een belangrijk speerpunt. Het museum moet niet alleen over het verleden gáán, maar ook van betekenis zijn in het heden. Zo willen we meer doen buiten het centrum, in bijvoorbeeld de dorpen van de gemeente. Roosendaal is meer dan alleen de binnenstad. We zoeken actief de samenwerking op met scholen, organiseren evenementen voor kinderen - zoals het project Jet en Jan - en experimenteren met interactieve presentaties waarbij je niet alleen kijkt of leest, maar ook mag voelen, horen, ruiken. Spelenderwijs leren, dat werkt voor iedereen. Ook volwassenen willen best nog spelen!”
Tegen welke uitdagingen loop je aan in je werk?
“De grootste is, hoe kan het ook anders: het budget. We kunnen allerlei prachtige tentoonstellingen en projecten bedenken, maar uiteindelijk moet het gefinancierd worden. En hoewel we deels bekostigd worden uit publieke middelen, willen we ook nadenken over manieren om wat onafhankelijker te kunnen opereren. Het woord “commercieel” ligt gevoelig in de sector, maar ik zie het juist als noodzaak om creatief en ondernemend te denken. Zo kunnen we artistieke vrijheid behouden. Daarbij moet je niet direct denken aan winst maken, maar wel aan manieren om financiële ruimte te creëren voor vernieuwing en creativiteit.
Is dat ondernemerschap iets wat cultuurinstellingen meer zouden moeten omarmen?
“Zeker. Ik denk dat veel mensen culturele instellingen nog steeds zien als een soort ivoren torens - jij komt binnen, kijkt ergens naar, en vertrekt weer. Maar achter de schermen zijn we ontzettend ondernemend bezig: met programmering, samenwerkingen, fondsenwerving, en nog veel meer. Ook kunstenaars zijn ondernemers. En net zoals een schoenenwinkel of restaurant ondernemend moet denken, moeten wij dat ook. Om te overleven én om relevant te blijven.”
Tot slot: met wie zou je zelf aan de keukentafel willen zitten?
“Dat is misschien een onverwachte keuze, maar ik zou weleens met Jezus aan tafel willen zitten. Niet vanuit religieus oogpunt - ik ben niet gelovig -maar meer vanwege zijn rol als moreel leider. Iemand die vragen stelt zoals: waarom zijn we hier eigenlijk? En hoe leef je goed samen met anderen? In musea willen we verhalen vertellen die aanzetten tot nadenken, die maatschappelijke vragen oproepen. Dat soort brede, bijna filosofische gesprekken mis ik soms in de dagelijkse hectiek van begrotingen en projectdeadlines. En eerlijk is eerlijk: als we ook nog wat water in wijn kunnen veranderen of als wonder een Rembrandtje in het museum kunnen krijgen... dan zou dat toch wel een bijzondere avond zijn.”
DOOR WIES VAN ERP
Laura Hondebrink, Hoofd Museum bij Museum Tongerlohuys
Naam: Laura Hondebrink
Leeftijd: 31 jaar
Bedrijf: Hoofd Museum bij Museum Tongerlohuys
Burgerlijke staat: Samenwonend met Kimmy (31)
Kinderen: geen
Hobby’s: “Als ik niet bezig ben met werk, dan vind ik het leuk om te koken. Ik kook graag uit verschillende keukens om zo nieuwe smaken te ontdekken. Dit combineer ik graag met goede wijn.”





