Jacques Hanegraaf in gesprek met Marinus Valentijn, de opa van zijn vrouw.
Jacques Hanegraaf in gesprek met Marinus Valentijn, de opa van zijn vrouw. Foto: collectie Jacques Hanegraaf

Oud-prof Jacques Hanegraaf trots op wielerhistorie Rucphen en Zundert

Door: Addo Sprangers Algemeen

ZUNDERT - “Wielrennen zit in onze genen.” Oud-profrenner Jacques Hanegraaf (61) is geboren en getogen in Rijsbergen en woonde later jarenlang in Rucphen. Als kleine jongen van vier jaar werd hij aangestoken door het wielervirus en hij is nog steeds besmet. “Onze Cees Haast uit Rijsbergen op televisie en de transistorradio. Dat was voor ons jonge jongens pure magie.”

DOOR LINDA VAN DE WIEL

Met liefde kijkt Hanegraaf terug op zijn rijke wielerverleden. Hij werd in 1981 en 1985 Nederlands kampioen, won de Amstel Gold Race in 1984 en droeg twee dagen de gele trui in de Tour de France. En de gemeenten Rucphen en Zundert staan aan de basis van de roemrijke carrière van de ex-wielerprof. “Na het succes van Cees Haast beklommen wij als jongens massaal de fiets. Op school klemden we het voorwiel tussen onze benen en draaiden het stuur 180 graden zodat de handvatten naar voren stonden. Alsof we op een renfiets zaten, reden we wedstrijdjes om de blok.” Toen Hanegraaf 12 jaar was, kreeg hij zijn eerste racefiets, van zijn vader. “Het was een tweedehandsje, hoor, maar wel een mooie. Ik weet nog wat voor fiets het was: een Remy. En ik vond hem prachtig. Dit was mijn eerste stap naar het échte wielrennen. Ik reed er de tijdrit ‘De bulten van Hazeldonk’ mee. Deze wielerwedstrijd werd jarenlang georganiseerd door lokaal winkelier Frans Franken en voerde over een aantal viaducten in de regio.”

Aardbeien plukken

Hanegraaf werd steeds beter. “Mijn vriendjes en ik plukten in de zomervakantie aardbeien. Zo spaarden we voor een nóg betere racefiets. We maakten elkaar hartstikke gek,” lacht hij. Uit deze periode kent de voormalig wielrenner onder meer ex-prof Johan van der Velde, met wie hij nog steeds bevriend is. “We zaten al op dezelfde lagere school, maar omdat Johan wat ouder is, leerden we elkaar pas goed kennen bij Sporting Oekel. Bij deze vereniging sportten de kinderen uit boerengezinnen. Naast Van der Velde waren dit onder meer Emiel Kersten, de gebroeders Arnouts en René Haast. Er zijn veel jongens uit die tijd zelfs prof geworden.” Hij vervolgt: “Tijdens de wintermaanden trainden we in het sportpark van Voetbal Vereniging Rijsbergen (VVR). Op het moment dat de lichtmasten aangingen, stonden wij als wielrenners klaar om te fietsen. En dat álles onder de bezielende leiding van de befaamde wielerspeaker Kees Maas.”

Rasechte wielergemeenten

Rucphen en Zundert zijn volgens Hanegraaf, die in het buitenland woont en soms in Etten-Leur verblijft, rasechte wielergemeenten. “Fietsen zit in ons DNA. Dat heeft deels te maken met de regio. We zitten dicht bij de grens met België waardoor het vrij gemakkelijk is daar te koersen. En natuurlijk komt het ook door het inspirerende touroptreden van Cees Haast. Want in ons kleine dorp gebeurde maar bar weinig. Maar Cees zette Rijsbergen in de jaren zestig van de vorige eeuw groots op de kaart.”

Profs

Rucphen en Zundert kennen meer profs. Uit Sint Willebrord komen onder meer wielrenners Wout- en Rini Wagtmans. Wim van Est is er niet geboren maar wel gaan wonen. “En dan heb je Marinus Valentijn, die de klinkende bijnaam ‘Vent van de Bok’ had. Naast een van de eerste profs van Nederland, was hij de opa van mijn vrouw. In 1932 was hij de eerste - uit Sint Willebrord afkomstige - kampioen van Nederland. En naast zijn profcarrière werkte hij als kolenboer. Hij ging altijd door.” Hanegraaf vindt het motto ‘Niet lullen maar poetsen’ tekenend voor de gemeenten Zundert en Rucphen. “Heel veel mensen gingen vroeger met de fiets naar het werk. Een groot aantal werkte in de Herofabriek in Breda en fietste in colonne keihard naar het werk en weer naar huis. Zo ontstonden onbewust wielrenners. Daarom: fietsen zit in onze genen.



Blijf op de hoogte van het lokale nieuws uit jouw regio met onze dagelijkse nieuwsbrief