
Abt Guido Van Belle zegt Abdij Maria Toevlucht vaarwel: ‘Het licht van Zundert draag ik in mij mee’
Door: Addo Sprangers AlgemeenKLEIN ZUNDERT - Na meer dan een eeuw van verstilling, gebed en arbeid komt er een einde aan het kloosterleven op Abdij Maria Toevlucht. De trappistenabdij in Klein Zundert, bekend van haar gastvrijheid én het trappistenbier Zundert, gaat definitief dicht. Zes monniken, onder wie de Belgische abt Guido Van Belle (66), verlaten hun geliefde plek. “Je huis verlaten. Dat snijdt,” zegt Van Belle. Een terugblik en een vooruitblik.
De sluiting is het gevolg van een jarenlange verschuiving binnen kerk en samenleving. “Het kwam niet uit de lucht vallen,” vertelt abt Guido Van Belle. “Het was een optelsom. Te weinig roepingen, gigantische stookkosten, het onderhoud van alle gebouwen. Alles is tegen het licht gehouden.” Het formele besluit werd onlangs genomen in Assisi, tijdens het generaal kapittel van de trappistenorde dat om de drie jaar wordt gehouden. Daar werd ingestemd met de opheffing van de abdij. Een hiertoe aangestelde sluitingscommissie zal het verdere traject begeleiden, waaronder mogelijk de verkoop.
Hoewel het afscheid nadrukkelijk vanuit de realiteit is genomen, blijft het voor Guido Van Belle pijnlijk. “Op mijn zestiende was ik al eens in Zundert en ik had er meteen een klik mee. Ik wilde hier graag komen wonen, maar kwam toen niet binnen. Dertig jaar geleden lukt het dan toch en kwam er voor mij een droom uit. Ik belandde op de plek waar ik graag had willen zijn. Wat ik hier het meeste ga missen? Het licht. Vooral het ochtendlicht, als de zon opkomt in roze en paarse tinten. Dat vind ik nergens anders.” Toch spreekt hij niet van berusting. “Ik ben geen monnik geworden om bakstenen te verzamelen. Het gaat om een innerlijke roeping. En die volgt nu een nieuwe weg.”
Die nieuwe weg leidt abt Guido Van Belle voorlopig naar Vlaanderen. Hij heeft nog geen definitieve keuze gemaakt voor een nieuwe woonplek, maar denkt aan Westmalle of Westvleteren: Vlaamse trappistenkloosters waar hij al contacten heeft opgebouwd. “Ik ben daar geen vreemde. Maar ik zal er opnieuw moeten beginnen.” Voordat hij zich aansluit bij een nieuwe gemeenschap, kiest hij voor een sabbatical van een half jaar in Brugge, bij een kleine zusterorde. “Om alles een plek te geven en te verwerken. Waarna ik het monnikenleven met volle goesting weer oppak.” De andere vijf monniken gaan ieder hun eigen weg. “Na jaren samenleven, samen bidden, eten en werken valt een gemeenschap uit elkaar. Natuurlijk doet dat iets,” vertelt Guido Van Belle. “Maar het monastieke leven gaat door, voor ieder op zijn eigen plek.”
Voor de inwoners van Zundert betekent de sluiting van de abdij het verdwijnen van een markant element in het lokale landschap. Niet alleen de abdij zelf, maar ook de brouwerij die het trappistenbier Zundert produceerde, sluit zijn deuren. “Ja, dat recept verdwijnt,” zegt Guido Van Belle nuchter. “En dat doet pijn. We hebben Zundert met ons bier op de kaart gezet. Het was ons eigen ambacht, onze trots. Dat bier zal ik straks natuurlijk ook missen.” Maar Van Belle benadrukt dat wat blijft, de onderlinge verbondenheid is. “Zundert is een unieke gemeenschap,” zegt hij. “Vooral zoals die zichtbaar wordt bij het Bloemencorso: mensen die samenwerken en plezier maken. Die gemeenschapszin is iets kostbaars in deze tijd. Een voorbeeld van samenleven.”
Op de vraag of er een groots afscheid komt, is Guido van Belle resoluut: “Toeters en bellen, dat past niet bij ons. We hebben laatst de buurtschap nog even op bezoek gehad. Dat was reuze gezellig. Gewoon nog een keer praten met de buren. Met koffie en een koek, en met een laatste Zundert Trappist en borrelnootjes. Dat was het. Wat dat betreft mag het afscheid nemen nu wel ophouden van mij.”
Als alles volgens plan verloopt, vertrekt hij medio oktober. “Dan sluit ik een locatie af, géén roeping. Mijn spoor als monnik gaat gewoon verder, ergens anders.” Of hij ooit nog terugkomt naar Zundert? “Ik denk het niet. Het heeft geen zin om vast te houden aan iets dat er niet meer is. Maar het licht draag ik in mij mee. Dat blijft.”




