
Provincie Noord-Brabant zet stap naar toekomstbestendig grondwatergebruik
Door: Eveline Jansen AlgemeenWEST-BRABANT- Brabant wordt steeds droger. Dit heeft gevolgen voor de natuur, landbouw, industrie en de drinkwatervoorziening. Om de beschikbaarheid van zoet water veilig te stellen en verdere daling van grondwaterstanden te voorkomen slaan de provincie, de drie Brabantse waterschappen en partners uit landbouw en natuursector de handen ineen. Samen presenteren zij het Koersdocument Brabantbreed beregeningsbeleid. Gedeputeerde Staten stelt deze routekaart nu als eerste partij definitief vast. De drie waterschappen besluiten hierover op een later moment.
Vraag en aanbod naar water sluiten steeds minder goed op elkaar aan. Dit leidt in droge perioden vaak tot schade aan gewassen en natuur, verzakkingen van gebouwen, beregeningsverboden en druk op de drinkwatervoorziening en economie. Oorzaken hiervan zijn onder meer klimaatverandering, intensievere landbouw, bevolkingsgroei en toenemende industriële watervraag.
Droogteagenda
Het huidige beregeningsbeleid uit 2014 biedt onvoldoende bescherming tegen de toenemende druk op het grondwatersysteem en sluit onvoldoende aan op de huidige wet- en regelgeving. Daarom hebben de drie Brabantse waterschappen samen met hun partners in de Droogteagenda besloten tot herziening van het beregeningsbeleid. “Niets doen is geen optie”, stellen de betrokken partijen. Alle projecten uit de Droogteagenda dragen bij aan het herstel van het bodem -en watersysteem. Bovendien draagt de stap bij aan de Aanpak Landelijk Gebied, waarin de provincie werkt aan het bereiken van de wettelijke doelen op gebied van natuur, water en klimaat met een duurzaam perspectief voor de landbouw.
Nú handelen
Het gezamenlijke doel is helder: het structureel herstellen van grondwaterstanden en toewerken naar een robuust watersysteem. Dit betekent concreet dat het totale toegestane grondwatergebruik voor beregening, vanaf 1 januari 2040, wordt teruggebracht van circa 100 miljoen kubieke meter per jaar naar maximaal 70 miljoen kubieke meter per jaar. De afbouw zal vanaf 2033 gefaseerd starten. “De doelstelling uit onze Droogteagenda is helder: we moeten nú handelen om ook in de toekomst over voldoende water te kunnen beschikken. Met deze koers zetten we samen een belangrijke stap naar een veerkrachtig watersysteem. Dat vraagt om keuzes en samenwerking. Alleen zo beschermen we onze natuur, ondersteunen we onze economie en zorgen we voor voldoende drinkwater voor alle Brabanders”, aldus Saskia Boelema, gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant.
Gebiedsgericht
De uitwerking van het beleid vindt plaats per gebied. Zo kan rekening worden gehouden met lokale omstandigheden en krijgen ondernemers duidelijkheid. De provincie stelt via een zogeheten ‘passende beoordeling’ vast hoeveel beregeningsruimte maximaal beschikbaar is in beschermde gebieden. Als uitgangspunt geldt daarbij dat er geen betekenisvolle schade aan beschermde natuur mag optreden en dat onttrekkingsverboden zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. De drie waterschappen bekijken vervolgens hoe zij de toebedeelde beregeningsruimte gaan verdelen over de onttrekkingsinrichtingen in hun werkgebieden en hoe zij een eventueel afbouwtraject in beregeningsruimte tussen 2033 en 2040 gaan inrichten.
Verdere maatregelen die genomen zullen gaan worden zijn:
- Het realiseren van de kwaliteitsslag en meten en registreren van grondwatergebruik via debietmeters en optioneel telemetrie, door de drie waterschappen.
- Het stapsgewijs introduceren van het ‘Voor wat hoort wat principe’ via het BedrijfsBodem WaterPlan. Via dit plan worden ondernemers beloond voor het nemen van maatregelen om water vast te houden en te laten infiltreren.
- Juridisch alle maatregelen uitwerken en vastleggen in wijzigingen van Waterschaps- en Omgevingsverordeningen, aanpassing van de beleidsregels en aanpassing van de (water)vergunningen.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Het koersdocument is opgesteld in een breed bestuurlijk overleg en bouwt voort op bestaande afspraken, zoals het Grondwaterconvenant (2021–2027) en het droogteadvies ‘Zonder water geen later’. De aanpak combineert algemeen beleid voor de hele provincie met maatwerk per gebied en wordt transparant en in nauw overleg met betrokkenen uitgevoerd.




