
Jeroen Dekkers is de nieuwe prins van ‘t Vastelaovedzottelaand: ‘Een grote eer’
Door: Johan Wagenmakers AlgemeenOUD GASTEL - Op de elfde van de elfde viering in dorpshuis ’t Veerhuis werd maandagavond 11 november Prins Jeroen als nieuwe prins van het Vastelaovedzottelaand geïnstalleerd. Daarmee is hij de opvolger van Ad van Elteren die na negen jaar Prins Ad zijn steek aan de wilgen heeft gehangen.
De spanning in de Blauwe Zaal van ’t Veerhuis wordt langzaam opgebouwd. Vele carnavalsvierders zijn aanwezig als er een slapstickfilmpje wordt vertoont waarbij het protocol naarstig op zoek gaat naar een nieuwe prins. Als deze niet wordt gevonden, wordt ten einde raad iemand van straat geplukt en gepresenteerd. Onder groot applaus wordt Prins Jeroen ontvangen. “De zenuwen gieren door mijn keel. Ik vond het zó spannend en nu sta ik hier. Samen met jullie ga ik ervan genieten, want carnaval vier je met z’n allen”, zijn de eerste woorden van hem.
Kerkstraat
Vanaf de oprichting in 1961 is Prins Jeroen de tiende prins die de Gastelse leut vooraf gaat. Opvallend is dat Jeroen Dekkers (43) evenals vier van zijn voorgangers allemaal uit de Kerkstraat afkomstig zijn. “Dat heb ik ook gehoord ja, erg opvallend.” Hij is geboren en opgegroeid in Etten-Leur. “De basisschool heb ik daar afgerond, inclusief strikdiploma”, lacht hij.
Na de mavo aan de KSE heeft hij op het SOMA-college in Harderwijk gezeten. “Daar heb ik een driejarige interne monteur/machinist opleiding gevolgd, waarna ik ben gaan werken als monteur in de grond-weg-en waterbouw.” Voor de liefde is hij 17 jaar geleden naar Oud Gastel verhuisd. Hij woont samen met Kim Damen en samen zijn ze de ouders van Teun (7) en Nina (3).
Paplepel
Carnaval is hem van huis uit met de paplepel ingegoten. “Met mijn ouders heb ik gebouwd, ben ik naar optochten geweest en liepen we feestjes af. In 1999 heb ik met een vriendengroep een carnavalsvereniging opgericht met als naam ’t Gezeik. Nadat we gestopt zijn werden spullen van ons overgenomen door De Pannekoeken - zonder n- uit ’t Zwaaigat.”
“Toen ben ik daar gaan helpen en heb meegewerkt aan diverse mooie creaties waar we vele eerste prijzen mee gewonnen hebben. Vanuit Gastel heb ik dat nog jaren gedaan. Ik draag ze nog een warm hart toe.” Carnaval vierde Jeroen in die jaren voornamelijk in Etten-Leur, Roosendaal en Stampersgat. “Wel zag ik de optocht in Gastel. Dat vond ik altijd al een mooie optocht. Dat een relatief klein dorp zoiets weg kan zetten verbaasde me wel.”
Sollicitatie
Door de vorige prins is hij drie jaar terug gevraagd om met zijn gezin eens een kindermiddag te bezoeken. “Dat beviel ons goed zo lekker in ons eigen dorp.” De volgende stap was het lidmaatschap van de carnavalsstichting. “Daar zit ik nu twee jaar in de optochtcommissie, ben ik lid van de bouwploeg en help ik mee met het lespakket voor de scholen. Ad maakte vorig jaar bekend dat het zijn laatste jaar als prins werd en polste mij om hem op te volgen. Dat lag niet in mijn plannen, had ik nooit over nagedacht en dus zei ik nee.”
Toch was er een zaadje geplant bij Jeroen en na overleg met het thuisfront besloot hij om te solliciteren. “Tijdens het opbouwen van het klûnen vorig jaar op 11 november heb ik om 11 over 11 ’s morgens naar het bestuur gemaild en na carnaval hebben ze mij gekozen. Kim was eerder aan het idee gewend dan ik. ‘Jij moet het doen, niet ik’, zei ze. Maar het is heel belangrijk dat zij er achterstaat.”
Wedstrijdspanning
Jeroen vindt het een grote eer om prins te mogen zijn. Met Gastel 750 en 66 jaar Vastelaovedzottelaand komen er een paar bijzondere jaren aan. “Ik hoop het leutfeest nog mooier en nog iets groter te maken en iedereen van jong tot oud erbij te betrekken.” Tot aan de presentatie had Jeroen last van een volgens hem gezonde wedstrijdspanning.
“Het werd zo langzamerhand eens tijd, ja. Je mag het tegen niemand zeggen en je moet het blijven ontkennen. Van bouwploeg naar stichting was al anders, maar nu als prins ga ik het weer van een hele andere kant zien. Voordeel is dat ik de voorgaande jaren al overal bij was, dat is geen verschil. Maar een woordje doen en een praatje houden is voor mij echt nieuw. Naar de reacties ben ik wel benieuwd ja.”




