
Zeven nieuwe struikelstenen in Halderberge: ‘Leer de verhalen kennen’
Door: Olaf Knook AlgemeenHALDERBERGE - Aan zeven slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog is vorige week een bijzonder eerbetoon gelegd. In meerdere dorpen zijn struikelstenen geplaatst ter nagedachtenis aan deze mensen. Deze stenen, ook wel Stolpersteine genoemd, vertellen de verhalen van de overledenen.
De motie om struikelstenen in Halderberge te leggen werd in november 2023 aangenomen. Sindsdien is er onderzoek gedaan naar de (voormalige) inwoners van de gemeente die in aanmerking kwamen voor deze bijzondere herdenking. De lokale Heemkundekringen speurden de geschiedenis van de regio na en stelden een lijst samen van slachtoffers, waarvoor aanvragen werden ingediend bij de Stichting Stolpersteine Benelux. Het resultaat: zeven nieuwe struikelstenen die de straten van Halderberge sieren. Waarnemend burgemeester Anne Mulder was aanwezig om de stenen te onthullen, samen met nabestaanden, huidige bewoners en leerlingen van basisscholen. In totaal werden zeven mensen herdacht.
Buigen
De struikelstenen zijn kleine betonnen blokken van 10 bij 10 centimeter, bedekt met een messing plaatje waarop de naam, geboortedatum, datum van arrestatie, overlijden en kamp van het slachtoffer vermeld staan. De stenen liggen gelijk met de straat, maar vallen op door hun kleur en vorm. Ze nodigen voorbijgangers uit om even stil te staan en zich te buigen, wat symbool staat voor het eerbetoon aan de slachtoffers. Het doel van de struikelstenen is tweeledig. Enerzijds wordt de herinnering aan de slachtoffers levend gehouden, anderzijds moedigen ze voorbijgangers aan om hun verhaal te leren kennen. Er zijn struikelstenen gelegd in Stampersgat voor Jan van Merrienboer, in Hoeven voor Kapelaan Alfred Verhaegen en in Oudenbosch voor Antonius van Aart, Johannes van Toren, Egidius Traats, Wilhelmus Verschuuren en Louis Onrust.
Verhalen
Jan van Merrienboer (Gastelsedijk West, Stampersgat) werkte als knecht bij Frie Vogelaars, die een groentewinkel had. Jan bood onderdak aan een Duitse soldaat die wilde onderduiken. Zo kwam hij in het bezit van het pistool van de soldaat. Bij een Duitse controle werd het pistool ontdekt, wat uiteindelijk leidde tot zijn arrestatie. Hij werd op 4 november 1944, de dag van de bevrijding van Stampersgat, gefusilleerd in Rotterdam.
Kapelaan Alfred Verhaegen (St. Jansstraat, Hoeven) raakte via het verzet bevriend met Sjef Adriaansen, die in 1944 met zendapparatuur in de pastorie van Verhaegen werkte. Bij een inval werden zij gearresteerd. Verhaegen nam de schuld op zich, maar hij en Adriaansen werden op 5 september 1944 gefusilleerd in kamp Vught. In 1951 ontving Verhaegen postuum het Mobilisatiekruis en in 1969 werd het Verhaegenpark in Hoeven naar hem vernoemd.
Antonius van Aart en Egidius Traats (West-Vaardeke, Oudenbosch) werden in 1944 samen opgepakt voor het ontduiken van de Arbeitseinsatz. Ze werden naar kamp Amersfoort gebracht, waarna ze naar Buchenwald werden gedeporteerd. Beide mannen stierven daar. Van Aart tijdens een geallieerd bombardement in augustus 1944 en Traats aan de gevolgen van een longontsteking in juni 1944.
Johannes van Toren (West-Vaardeke, Oudenbosch) werd door de Duitsers gedwongen om in Duitsland te werken en werd op 29 mei 1944 gearresteerd voor het onderduiken. Hij kwam om het leven toen het schip waarmee hij op transport was op een zeemijn liep. Van Toren, die in 1945 nog zo dichtbij de bevrijding was, stierf met de vrijheid in zicht.
Louis Onrust (Bosschendijk, Oudenbosch) werd in 1943 gearresteerd voor het ontduiken van de Aebeitseinsatz. Onrust werd in 1944 op transport gesteld naar het concentratiekamp Buchenwald, waarna hij verder werd verplaatst naar Duitsland. Daar stierf hij op 9 april 1945, 22 jaar oud, aan tuberculose en uitputting.
Wilhelmus Verschuuren (Molenstraat, Oudenbosch) werd in 1943 door de Duitsers tewerkgesteld in Duitsland en kwam daar om het leven in 1944. Zijn lichaam werd nooit teruggevonden, maar uit onderzoek bleek dat hij in Dortmund omkwam.[n]








