
Hoera voor de geluidsschermen, maar helaas net niet goed genoeg
Door: Tom Rietveld AlgemeenHEIJNINGEN – Twaalf jaar lang voerden bewoners van Heijningen strijd voor geluidsschermen langs de snelweg. Nu ze er eindelijk staan, is er opluchting, maar ook teleurstelling. “We zijn blij dat er iets is gebeurd,” zegt Jasper Visser, die samen met Rob Pons als laatste overgebleven lid van de werkgroep nog altijd strijdt voor echte stilte. “Maar het is helaas net niet goed genoeg.”
Het begon in 2013, toen de A29 werd doorgetrokken richting Antwerpen en omgedoopt tot A4. “We begrepen best dat die verbinding belangrijk was,” vertelt Visser. “Voor de transportsector is het sneller en efficiënter. Maar voor ons, als bewoners langs de weg, betekende het vooral meer geluid. En toen begon onze lange tocht.” De werkgroep, destijds bestaande uit verschillende bewoners van de Hoge Heijningsedijk en omliggende straten, trok aan de bel bij de gemeente en Rijkswaterstaat. “We hebben met iedereen gesproken,” zegt Visser. “Met wethouders, burgemeesters, Tweede Kamerleden, zelfs de minister is hier geweest. We hebben altijd netjes geprocedeerd, nooit blokkades of rare acties gevoerd. Alleen maar met goede argumenten.”
Van struiken naar schermen
Waar vroeger een strook groen stond, met bomen en struiken die het geluid deels tegenhielden, kwamen nu schermen te staan. “Voor de aanleg moesten die bomen wijken,” zegt Visser. “Maar ze kwamen niet terug. En dat maakt veel verschil, ook ’s avonds, als je de koplampen van auto’s ziet schijnen door de lage delen van het scherm.” De nieuwe schermen bestaan uit verschillende hoogtes: van vier meter bij het viaduct, aflopend naar drie, twee en uiteindelijk één meter. “Dat ene metertje scherm helpt gewoon niet,” verzucht hij. “Iedereen kan bedenken dat dat te laag is. Het geluid gaat er gewoon overheen.”
Meten is weten
De gemeente Moerdijk heeft destijds zelf geluidsmetingen laten uitvoeren. “Daar waren we blij mee,” zegt Visser. “Ze hebben een jaar lang gemeten, zodat Rijkswaterstaat niet kon zeggen dat we alleen in het drukste seizoen hebben gekeken. En wat bleek: we zaten boven het geluidproductieplafond. Dat gaf ons in elk geval harde cijfers om mee naar Den Haag te stappen.” Die metingen en inspraakrondes hebben geleid tot aanpassingen van het oorspronkelijke plan. “Eerst zou er maar één scherm komen, van 80 meter lang en vier meter hoog,” vertelt hij. “Als wij toen niks hadden gezegd, was dat het geweest. Uiteindelijk zijn er meer schermen gekomen, maar nog steeds niet overal waar het nodig is.”
Inspectiepaden en struiken
Een van de terugkerende frustraties is de zogeheten ‘inspectiepadregel’. “Er moest ruimte blijven achter het scherm voor onderhoud,” legt Visser uit. “Maar ik rijd door heel Nederland en zie genoeg plekken waar geen pad loopt. Het is een mooi woord voor Scrabble, zeg ik altijd, maar in de praktijk is het gewoon een kwestie van willen.” Om het zicht te verzachten en koplampen te weren, pleitte hij voor groenvoorziening. “Ik heb voorgesteld om laurierstruiken te planten: die blijven het hele jaar groen en hebben weinig onderhoud nodig. Maar Rijkswaterstaat kwam met ligusters. Tja, dat groeit amper en vraagt juist meer verzorging. Dat is zonde.”
De lange adem
“Het is nu bijna een jubileum,” zegt Visser met een mengeling van trots en vermoeidheid. “Twaalf en een half jaar zijn we bezig. En ja, degene die betaalt, bepaalt. Dat is nu eenmaal Rijkswaterstaat. We hebben onze standpunten netjes ingebracht, maar soms voelt het alsof we met een kluit het riet in zijn gestuurd.” Zijn medestrijder Rob Pons, die op slechts zeventien meter van de snelweg woont, ervaart het dagelijks. “Je hoort het verkeer dag en nacht, en bij dat lage scherm zie je ’s avonds de lichten zo je huis in schijnen. Het is niet alleen geluidsoverlast, maar ook lichtoverlast.”
Gemiste kans
Volgens Visser is het vooral jammer dat er tijdens de aanleg van de doortrekking miljoenen overbleven. “Bij het project hielden ze zeventien miljoen euro over,” zegt hij. “En dat geld verdwijnt dan in andere potjes. Had dan even verder gekeken. Voor een paar miljoen extra had je het hier, maar ook bij andere plekken langs de A4, in één keer goed kunnen doen. Nu hebben we iets wat half werkt.” Hij verwijst naar het dure aquaduct bij Steenbergen. “Dat is prachtig hoor, maar daar vaart nauwelijks een zeilbootje doorheen. Als je daar iets minder in had gestoken, had je overal de schermen goed kunnen afmaken. Dan was iedereen tevreden geweest.”
Geen harde actie, wel hoop
Ondanks alles blijft Visser realistisch. “We hebben niks tegen de mensen van Rijkswaterstaat, het zijn aardige lui. Alleen: we kijken anders tegen het probleem aan. Wij leven hier, zij rekenen op papier.” Wat hem stoort, is het gebrek aan nazorg. “De gemeente horen we de laatste twee jaar niet meer. Ze zeggen: het is niet ons pakkie-an. Dat snap ik, maar een beetje meedenken zou fijn zijn. Laat eens wat groen terugkomen, als teken van goodwill. Na twaalf jaar strijd zou dat een mooi gebaar zijn.”[n]




