
‘Vastenavend is van iedereen’: 17 wijkvlaggen verbinden Bergen op Zoom tijdens de intocht
Door: Sanne Brusselaars AlgemeenBERGEN OP ZOOM - Met zeventien vlaggen, gedragen door inwoners van twaalf tot richting tachtig jaar, wil de organisatie van de Bergse vastenavend dit jaar een zichtbaar statement maken: de stad is van iedereen. Het motto ‘Me n’ouwe mè veule de leutege speule’ knipoogt naar de Olympische Winterspelen in Milaan, maar krijgt lokaal een eigen vertaling. Niet met landen, maar met wijken. Niet met atleten, maar met buurtbewoners.
Geen landenparade, maar wijken. Tijdens de intocht van de Vastenavend lopen dit jaar voor het eerst zeventien wijkvlaggen mee richting de Markt. Inwoners uit alle hoeken van de stad dragen hun eigen vlag vooruit, als zichtbaar teken dat de stad en de Vastenavend van iedereen is. Het idee ontstond vanuit het beeld van een olympische openingsceremonie, waar vlaggen de wereld samenbrengen. “Als je zo’n openingsceremonie ziet, met al die vlaggen en landen die binnenkomen, dan voel je dat verbindende moment,” zegt Yasta Michielsen van Stichting Vastenavend. “Dat gevoel wilden we vertalen naar Bergen op Zoom. Wij hebben met de intocht óók zo’n openingsmoment.”
Die gedachte werd doorvertaald naar een stoet van wijkvlaggen die voorafgaat aan de prinsenwagen. Geen folklore uit een ver verleden, maar nieuw ontworpen banieren, speciaal voor dit jaar gemaakt door Joost Eykman. “Met vastenavend brengen we heel de stad samen,” aldus Michielsen. “Mensen komen uit alle hoeken en gaten weer terug naar de binnenstad. Dat beeld van vlaggen uit alle wijken van Bergen op Zoom die samenkomen bij de start van de Vastenavend, past daar heel goed bij.”
Zeventien wijken, zeventien verhalen
Voor alle zeventien wijken zijn vlaggen ontworpen. Uniform in formaat, verschillend in symboliek. Ze verbeelden herkenningspunten uit de wijk, een gebouw, een landschappelijk element of een historisch detail. De vlaggen bestonden simpelweg nog niet: “Voor sommige wijken was er misschien ooit een idee, maar niet op deze manier en niet als geheel. Nu is het één lijn, één beeld én alle wijken van de stad.”
De dragers zijn bewust divers gekozen. Jong en oud, mannen en vrouwen, verschillende achtergronden. Sommigen vieren al jaren Vastenavend, anderen staan normaal gesproken langs de kant of blijven liever thuis. Juist die laatste groep wilde de organisatie bereiken. “We zijn op zoek gegaan naar mensen die namens hun wijk die rijkdom willen uitdragen,” licht Michielsen toe. “Van twaalf tot richting de tachtig, divers qua achtergrond. Dat was echt een wens, om het zo breed mogelijk te maken.”
Niet verkleed, wel betrokken
De uitnodiging was expliciet, kom zoals je bent. Verkleed, in spijkerbroek of in traditionele kleding, alles is goed. Meedoen is belangrijker dan meedoen op de juiste manier. Voorzitter Bas van Oevelen benadrukt dat het niet om uiterlijk vertoon draait. “We vragen iemand namens de wijk, kom als jezelf, waar jij je prettig bij voelt. Het mág uitbundig, maar het hóéft niet.”
De organisatie merkt dat die persoonlijke benadering werkt. Afwijzingen zijn er nauwelijks. Mensen reageren eerder verrast dan terughoudend. “Mensen vinden het echt leuk om een uitnodiging te krijgen,” vertelt Michielsen. “Wij denken misschien dat het heel normaal is om een intocht te lopen, maar voor veel mensen is dat helemaal niet zo. Dan is het bijzonder om ineens midden in die stoet te staan.”
Fietsenmaker met vlag
Een van de dragers is Kees de Mooij, van fietsenwinkel De Mooij, die de vlag van Heimolen zal dragen. Twijfel is er niet wanneer hem wordt gevraagd mee te lopen. Niet omdat hij normaal gesproken aan de kant blijft staan, maar juist omdat hij midden in het feest staat. “Ik vind vastenavend gewoon leuk,” zegt hij. “Ik plak zelfs mijn winkel helemaal vol stickers. Ik heb echt dat vastenavendgevoel.”
De Mooij behoort tot de groep die deze dagen niet thuiszit, maar de straat op trekt om te dweilen. Het lopen met de wijkvlag voelt voor hem dan ook niet als een verplicht nummer, eerder als een vanzelfsprekend verlengstuk van wat hij toch al doet. “Een vlag mogen dragen namens mijn wijk past daar mooi bij.”
Meer dan meelopen
De vlaggenparade staat niet op zichzelf. Ze sluit aan bij een bredere lijn waarin verbinding centraal staat. Eerder al werd het zogenoemde ‘t Lòòpend Vuurke geïntroduceerd, een symbolisch vuur dat vanaf 11 november online en fysiek werd gevolgd, als verwijzing naar de olympische vlam die blijft branden tot het moment suprême. Waar het vuur de tijd overbrugt, markeren de vlaggen de ruimte, van wijk naar wijk, van straat naar markt.
Volgens voorzitter Bas van Oevelen draait het uiteindelijk om uitnodigen zonder op te dringen: “We willen dat mensen zich welkom voelen,” zegt hij. “Ook als ze zelf niet meedoen, maar het wel mooi vinden dat anderen dat doen. Dat evenwicht zoeken we steeds. Deze vlaggen zijn daar een voorbeeld van.”
Of de wijkvlaggen uitgroeien tot een nieuwe traditie, is voor de organisatie nu niet de hoofdvraag. Dit jaar draait het om het gebaar. Een zichtbaar welkom richting de stad. Zoals Yasta het samenvat, “iedereen is uitgenodigd uit alle wijken.” Geen wedstrijd tussen buurten, geen rangorde, maar een rij vlaggen die voorafgaat aan de prinsenwagen en laat zien wie er allemaal bij horen. In een stad waar duizenden mensen langs de kant staan, lopen dit jaar zeventien inwoners een paar meter dichter bij het middelpunt. Niet als vertegenwoordiger van een land, maar van hun eigen wijk.

