
Aan de keukentafel met Madelon en Peter Manniën: ‘De consument bepaalt het succes’
Door: Addo Sprangers AlgemeenROOSENDAAL/RUCPHEN - Ondernemers zijn vaak dag en nacht bezig met hun onderneming. Maar wat drijft hen? Wat is hun motivatie? En waar liggen zij ‘s nachts van wakker? In ‘Aan de keukentafel met...’ gaan we met hen in gesprek en gaan we op zoek naar het bijzondere verhaal dat zij te vertellen hebben. Deze week: Madelon en Peter van Plus Manniên.
Kun je iets vertellen over jouw achtergrond, Peter?
Peter: “Oorspronkelijk kom ik uit Nispen, waar mijn ouders een zuivelwinkel en een SRV-wagen hadden. In het weekend ging ik mee op route. Na mijn mbo-opleiding aan de Middelbare Tuinbouwschool in Breda, richting Levensmiddelen, kwam ik thuis met de mededeling dat ik een baan had gevonden. Ik kon aan de slag als assistent-afdelingschef bij Albert Heijn Tolberg in Roosendaal. Een tegenvaller voor mijn vader die had verwacht dat ik de zaak zou overnemen. Mijn keuze stond echter vast: ik wilde de supermarktkant op. Mijn vader en moeder waren dag en nacht met de zaak bezig. Commercieel gezien echter hadden de in opkomst zijnde supermarkten de toekomst. Bij Albert Heijn heb ik maar een jaar gezeten. Ik had de voor mijn functie benodigde papieren gehaald, maar het bedrijf wilde dat ik eerst nog twee jaar praktijkervaring zou opdoen. Dat vond ik te lang duren. Ik solliciteerde daarom bij Dirk van den Broek, de voormalige Jan Bruijns. Daar werd ik assistent-bedrijfsleider. Na drie maanden moest ik op gesprek komen en kreeg ik het aanbod om een eigen filiaal te draaien. Ik werd, net 21 jaar, bedrijfsleider van het filiaal in Oud Gastel. Ik was nog een broekie, de jongste bedrijfsleider van Nederland.”
Hoe heb je die stormachtige ontwikkeling ervaren?
Peter: “De mentaliteit van keihard werken heb ik van huis uit meegekregen. Voor mij betekende het vooral vlieguren maken, maar ook een periode van vallen en opstaan. Je denkt dat je alles weet en de hele wereld aankunt, maar in feite moet je nog veel leren. Uiteindelijk heb ik elf jaar bij Dirk van den Broek gewerkt en verschillende filialen onder mijn beheer gehad: Oud Gastel, Oudenbosch, Bergen op Zoom en twee filialen in Roosendaal. Ik liep echter al langer rond met het idee om voor mezelf iets te beginnen.”
Hoe heb je die stap gezet?
Peter: “Ik werd getipt door iemand dat in Rucphen een winkel van Super De Boer te koop stond. Het was echter een kleine winkel en ik wilde iets groters. Vervolgens kreeg ik echter te horen dat er ook nieuwbouw zou komen. Dat gaf wel de doorslag, want dat betekent ook heel veel potentiële klanten. In maart 2001 ben ik officieel begonnen met de supermarkt Plus Manniën in Rucphen. Ik dacht er heel eenvoudig over: ‘Ik doe hetzelfde als bij Dirk van den Broek: de winkel runnen, één keer per maand de salarissen overmaken en de facturen overmaken. Dat moet met telebankieren toch niet zo heel moeilijk zijn’. Ik kwam er na drie maanden achter dat er toch meer bij komt kijken. Zo staat er geen hoofdkantoor meer achter je dat de keuzes maakt, die keuzes moet je zélf maken. En dus maak je beginnersfouten. Ook had ik te maken met tegenvallers. Een kapotte machine in de bakkerij betekent namelijk wel dat je ineens 10.000 of 15.000 euro moet investeren. Je staat er wat dat betreft dan helemaal alleen voor.”
Hoe ging je daarmee om?
Peter: “Met andere mensen praten, veel nadenken en dingen uitproberen. Als zelfstandig ondernemer ben je buiten het gewone werk met veel zaken bezig. Jíj moet voor een oplossing zorgen, iedereen kijkt naar jou. Hard kunnen en willen werken is echter een belangrijke basis. In 2006 zijn we naar een nieuwe locatie gegaan. Die is toen verbouwd en in 2016 nog een keer, zodat de supermarkt er 400 m2 bij kreeg.”
Niet veel later ben je ook andere zaken begonnen.
Peter: “In 2009 zijn we in Rucphen met de Primera gestart. Nadat de plaatselijke drogist ermee stopte, startten we in 2010 de DA drogisterij. Ik sprong daarmee in het ontstane gat. Dat is ook de uitdaging van het ondernemerschap: kunnen inschatten wat het volgende gaat worden. Bij de tijd blijven, onderscheidend zijn en zogezegd proberen bij de kopgroep te blijven. Zo zijn wij op enig moment ook de voorverkoop voor evenementen gaan verzorgen en cadeaukaarten gaan verkopen.”
Madelon: “Plus we zorgden voor een breder assortiment tijdschriften en verkochten Staatsloten en inktcartridges. Die waren toentertijd helemaal hot. En cadeaus ook. Je had hier verder helemaal niks in het dorp. Ik ben altijd assistent-filiaalmanager of manager geweest. Iedereen kende mij als het meisje van de Primera. Het was echt ‘mijn’ winkel. Op zeker moment kreeg ik een relatie met Peter, maar dat heeft niets aan mijn professie veranderd.”
De aankoop van het oude bankgebouw in Rucphen, waarin de Readshop, DA en de Marskramer onder één dak zijn gebracht, was de volgende stap.
Peter: “Je had de Plus dáár, de Primera dáár en de DA dáár. Het betekent dat je er niet overal bovenop kunt zitten. Alles onder één dak is bovendien veel efficiënter, ook voor wat betreft personeel. Het oude Rabobankgebouw had ik al langer op het oog, maar omdat ik net had geïnvesteerd in mijn bedrijven moest dat plan even in de koelkast. Toen het pand later weer voorbij kwam, heb ik wél toegeslagen. Ik kon er zowel de Primera als de DA in onderbrengen. Primera zag een combinatiewinkel echter niet zitten. Daarom ben ik naar de Readshop overgestapt. Vervolgens kwam ik op het idee om in het veel grotere pand ook huishoudelijke artikelen onder te brengen. Zo is de Marskramer in beeld gekomen. Het betekent wel dat je te maken hebt met drie formules die je moet vertalen naar jouw winkel. Aan de winkelinrichting hebben we uiteindelijk zelf invulling kunnen geven. Ik heb de uitstraling van de supermarkt naar deze winkel doorgetrokken. Het is één geheel, maar het moet dan ook geen bonte kermis worden met drie verschillende vloeren en kleurstellingen.”
Madelon: “Na een bezoek aan een beurs in Gorinchem in 2016 zijn we ook de verkoop van woonaccessoires gestart. Eerst heel voorzichtig, maar het is goed aangeslagen. Van klanten kregen we als snel de vraag of we niet nog meer hadden.”
Peter: “Onze servicewinkel trekt klanten van heinde en verre. Daarom hebben we ook bestaansrecht hier in Rucphen.”
Wat is het leukst aan ondernemen?
Peter: “Dat je ideeën kunt uitproberen. Maar het is uiteindelijk de consument die het succes ervan bepaalt. Die rekent jou erop af. Het is als topsport. Als iets slaagt, dan geeft dat een kick. Het bevestigt dat je goed zit.”
Tot slot de laatste vraag. Met wie zou je zelf een keer aan de keukentafel willen zitten?
Peter: “Met mijn vijf jaar geleden overleden pa. Gewoon, een beetje kletsen over waar ik allemaal mee bezig ben.”
Madelon: “Ik zou graag eens met Robbie Williams willen praten. Hij werd ooit uit de band Take That gegooid omdat de andere bandleden hem maar een rare knakker vonden die niet kon zingen. Alles was zogezegd verkeerd aan hem, maar hij was uiteindelijk degene die als wereldster op het podium stond. Dat zegt wat over zijn doorzettingsvermogen. Daarnaast is hij, zoals je in interviews regelmatig leest, ook een huisvader met kindjes en met een leuke vrouw waar hij alles voor doet.”
Naam: Madelon Manniën-Brandt
Leeftijd: 49 jaar
Kinderen: We hebben samen drie dochters uit eerdere relaties: Romy, Lizzy en Janice
Hobby’s: Winkelen en lunchen. Daarnaast houtbranden, al neem ik daar niet altijd de tijd voor. Maar als de gelegenheid zich voordoet, ga ik ermee aan de slag. Zo ga ik iets maken voor de middelste die op zichzelf gaat. En het huis van een vriendin is klaar: voor haar ga ik ook iets maken.
Naam: Peter Manniën
Leeftijd: 56 jaar
Kinderen: We hebben samen drie dochters uit eerdere relaties: Romy, Lizzy en Janice
Hobby’s: Voetbal kijken. We hebben allebei een seizoenskaart bij Ajax






