
Marlies Bartels bouwt na 45 jaar verloskundige af: ‘We are a good team doctor, you and me’
Door: Wies van Erp AlgemeenROOSENDAAL - Het is nog geen pensioen, benadrukt ze direct. Maar na 45 jaar als verloskundige in Roosendaal bouwt Marlies Bartels langzaam af. Haar collega’s trakteerden haar op een receptie bij café Tien in Roosendaal, met onder anderen gynaecologen, kraamverzorgenden, vertegenwoordigers van Qocon Geboortezorg en ook vrienden en familie waren erbij.
Bartels is inmiddels uit de maatschap van de verloskundigenpraktijk gestapt, en daar was het feestje ook voor bedoeld. “Ik krijg veel de vraag of ik met pensioen ga, maar dat is pas over een jaar”, zegt ze. “Ik doe nog wat spreekuren, precies wat de collega’s van me nodig hebben. Het gaat gewoon geleidelijk aan.”
Van kleine praktijkjes naar één grote praktijk
Toen Bartels in 1981 begon, waren er in Roosendaal nog enkele kleine verloskundigenpraktijken met ieder één of twee verloskundigen. In 2000 bundelden ze de krachten in één grote praktijk. “Dat is perfect uitgevallen.”
Na een beleids- en managementstudie onderzocht ze waarom gynaecologen en verloskundigen niet vaker samenwerkten. Dat leidde in 2010 tot een samenwerking en een verhuizing naar een ruimte voor het ziekenhuis. De Roosendaalse Obstetrische Samenwerking (ROOS), oftewel de maatschap, was geboren. “Dat was destijds uniek in Nederland, maar het is later landelijk overgenomen. Het scheelt dat onderzoeken niet dubbel worden gedaan.”
Van normaal naar risico
De grootste verandering in 45 jaar zit volgens Bartels in de beleving van zwangerschap. “In 1981 was zwanger zijn gewoon nog leuk, totdat er problemen waren. Nu krijg je bij de mededeling ‘gefeliciteerd, je bent zwanger’ direct alle risico’s over je heen. Het is risicodenken geworden.”
Dat merkt ze ook in de spreekkamer. Voor een intake had ze aan het begin van haar loopbaan twintig minuten, nu vijftig minuten, inclusief echo. “Het zijn vaak hele kleine risico’s, maar die worden uitvergroot. Het is een overmedicalisering van de zwangerschap geworden, en dat is jammer.”
Bartels ontkent echter de voordelen niet. “De sterfte rond de bevalling is gedaald, en dat is natuurlijk heel mooi.” Toch plaatst ze vraagtekens bij het groeiende aantal inleidingen rond 38 of 39 weken, bijvoorbeeld na een echo waaruit blijkt dat een baby aan de grote of kleine kant is. “Een echo is alleen een meting, geen exacte wetenschap.”
Ze zou graag een grootschalig langetermijnonderzoek zien, waarin 100.000 mensen die zijn ingeleid worden vergeleken met 100.000 mensen die spontaan zijn geboren. “Ik kan niet bewijzen dat er een verband is tussen vroeggeboorte en het aantal kinderen met ADHD, ADD of in de jeugdzorg, maar ik zou het graag onderzoeken.”
Bevallen op een stapelbed
Na 45 jaar heeft Bartels een rijke verzameling verhalen. Zoals die keer midden in de winter, toen de voordeur van een huis in Kalsdonk was vastgevroren en ze via een klein raampje naar binnen moest klimmen om een thuisbevalling te kunnen doen. Of de bevalling waarbij het hoofdje van de baby al geboren was en het bed onder de moeder instortte.
In de jaren negentig hielden de verloskundigen wekelijks spreekuur in het asielzoekerscentrum in Heerma State in Roosendaal, waar zo’n driehonderd mensen verbleven. “Soms ging een bevalling zo snel dat het ziekenhuis niet meer haalbaar was. Dan deed ik de bevalling op een stapelbed met alleen wat lakens.” Een tolk was er ‘s nachts niet. “Dat was handen- en voetenwerk. Google Translate, nu mijn beste vriend, bestond toen nog niet. We kwamen er altijd uit, want de mensen kenden ons van de controles en hadden vertrouwen.”
Bartels herinnert zich ook nog een Oekraïense vrouw. Zij beviel een paar jaar geleden thuis van haar tweede kindje, omdat het ziekenhuis niet meer haalbaar was. Haar man en zoontje stonden aan de andere kant van de deur. “Ze riep na iedere wee: ‘We are a good team doctor, you and me.’ En zo werd de baby geboren. Prachtig, dat was gewoon heel leuk.”
Belgisch diploma
In de jaren tachtig haalde Bartels ook een Belgisch diploma, zodat ze in België thuisbevallingen kon doen voor Nederlanders die op de Nederlandse manier wilden bevallen. “Dat kostte me twee treinreizen naar Antwerpen en 200 Belgische frank aan postgeld.”
Toen ze begon, hurkten veel Marokkaanse en Turkse vrouwen liever dan plat op bed te liggen. “Een paar jaar later bedachten we zelf het bevalbad, en toen gingen Nederlandse vrouwen ineens ook hurken. Dat hebben we dus geleerd van andere volkeren.”
Bloemen
Ook de dankbaarheid is veranderd. “De eerste vijftien tot twintig jaar had ik altijd bloemen binnen staan, of cadeautjes. De laatste jaren mocht ik de bloemen zelf kopen”, lacht ze. Ook is het contact afstandelijker geworden.
Gemeenteraad en de toekomst
Als het werk afneemt, wil Bartels niet stilzitten. Sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen zit ze in de Roosendaalse gemeenteraad namens Vitaal Liberaal. “Ik moet iets doen als ik geen verloskundige meer ben”, vertelt ze met een knipoog. Daarnaast was ze twintig jaar actief bij het pensioenfonds voor verloskundigen, waarvan dertien jaar als voorzitter, en zit ze in een raad van toezicht. “Als ik iets leuk vind, pak ik het erbij.”
In de raad komt haar ervaring met “echt iedereen, van hoog tot laag, van links tot rechts” goed van pas. En soms is er een bijzondere ontmoeting. “Ik heb raadsleden die zeggen: volgens mij kwam ik jouw naam tegen in mijn eigen geboorteverhaal.”
Ondanks enkele kritische kanttekeningen overheerst positiviteit. “De verloskunde is nog steeds hartstikke leuk. Het is gewoon een heel mooi beroep.”




