
Ewald Sieben: ‘Ier op Safari’
Door: Wies van Erp RubriekCarnaval is zijn kinderlijke onschuld kwijt. Begin jaren zestig kon je nog met een zelfgebouwde zeepkist in de optocht meerijden. Ondenkbaar nu. Die onstuitbare groei eist een steeds hogere tol. Alles moet tot in de puntjes georganiseerd worden. Regelgeving, veiligheidsvoorschriften en ‘crowd management’ hebben van carnaval een bijna onmogelijk feest gemaakt. Van spontaniteit is geen sprake meer.
Ik noem een paar zaken. Je hebt tientallen ordebewaarders nodig om ‘het publiek’ veilig uit het spreekwoordelijk dak te laten gaan. Politieagenten, boa’s, sfeerbeheerders, particuliere beveiligers en portiers. Wie betaalt deze mensen? Welke bevoegdheden hebben ze? Op welke plaatsen staan ze en op welke uren? Deze puzzel is alleen al zo complex dat grote pleinen eigenlijk afgesloten evenemententerreinen moeten worden met gecontroleerde toegangen. Dat is onbetaalbaar. En vergeet de grote bewaakte fietsenstallen met kluisjes en openbare toiletten niet.
Carnaval is een dorstig feest, maar uit glas drinken mag al lang niet meer, net als plastic op straat gooien. Dus doen we het met recyclebare statiegeldbekers. Roosendaal heeft wat dat betreft een naam hoog te houden. ‘Onder 18 geen alcohol’ is ook een uitdaging. Hoe ga je dat organiseren, laat staan handhaven in die drukte? Polsbandjes zijn niet ‘waterdicht’, bestelde drankjes worden vaak doorgegeven en daar heeft niemand zicht op. Als alles uiteindelijk goed geregeld lijkt en de kasteleins wat geld hopen terug te verdienen, duikt een toenemend aantal Tullepetaonen met kratten vol eigen alcoholische dranken het feestgedruis in. Er is best wat te zeggen over de prijs van een neutmunt ad €3,50 - persoonlijk denk ik dat een lagere prijs meer omzet genereert - maar de horeca kampt ook met gigantische prijsstijgingen en draait op voor de aankleding van het feest. Het zal dit jaar nog wel loslopen, maar ik maak me serieus zorgen over carnaval 2026. Ambtenaren spreken al van een ‘ravijnjaar’.




